Veranderingen in Soroti, Uganda: door in Dalfsen geboren Frederik Prins

UGANDA – DALFSEN – In 2002 werkte ik een half jaar in Soroti, een provincie – hoofdstad zo’n 425 km. ten noorden van Kampala, de hoofdstad van Uganda. Ik was toen manager van een Nederlands ontwikkelingsproject, voornamelijk gericht op land- en tuinbouw en “gender”, vrouwen betrekken in alle activiteiten.

In de loop der tijd ben ik een paar keer voor langere of kortere tijd terug geweest, en nu ben ik voor een paar maand terug als “pensionado”. Dan denk je uiteraard: zijn er verbeteringen, en kunnen die aan “ons” Nederlandse project toegeschreven worden? Het laatste is duidelijk: nee. En dat is maar goed ook. “Wij” moesten Uganda niet verbeteren; onze taak was een bijdrage te leveren. Dat is, in alle bescheidenheid, denk ik, redelijk goed gelukt. En daar mogen we met z’n allen best wel trots op zijn!
Maar eerst moet je inzien dat er diverse ontwikkelingen zijn geweest waar wij geen enkele invloed op hadden. Indertijd waren er juist mobiele telefoons, en hier en daar kon je “airtime” kopen. Tegenwoordig stikt het van de kraampjes, ik schat dat er zo’n 250 zijn, alleen al in Soroti town. Die verkopen niet alleen airtime, veel meer doen ze aan “mobile money”: geld dat wordt verzonden van de één naar de ander. Dat kost een habbekrats, maar blijkbaar maken vele habbekratsen samen dat al die kraampjes het hoofd boven water houden. Er moet een gigantisch geldverkeer zijn; ik heb geen idee hoe iedereen aan dat geld komt, en hoe het zijn weg vindt.

Iets heel anders zijn de wegen en het wegverkeer. Sjonge jonge wat wordt er gemopperd op de files. Terecht natuurlijk, wie houdt er nu van oponthoud? Aan de andere kant: al die auto’s en alle benzine worden betaald, blijkbaar is er voldoende geld onder de mensen. Al die auto’s moeten ook schoongemaakt, onderhouden en gerepareerd worden. Dat levert veel banen op, en al die banen leveren inkomsten op, die weer uitgegeven kunnen worden. Bijvoorbeeld aan meer en beter eten, maar ook aan fietsen, die zie je veel meer dan vroeger. Ik ben en blijf Nederlander; ik vind dat prachtig!

Ik herinner me dat 18 jaar geleden er iemand van Entebbe Airport opgehaald moest worden. De chauffeur, ik zie hem nog vrij regelmatig, was opeens niet beschikbaar dus reed ik zelf, zonder enig probleem Kampala door naar Entebbe en terug. Tegenwoordig, als ik 5 minuten in Kampala ben, ben ik al hopeloos verdwaald door de wirwar van wegen, viaducten en klaverbladen. Al die wegen zijn aangelegd door mensen, wat mij betreft te vaak geleid door Chinezen, maar toch: ook veel ongeschoolde Ugandese Jannen met de Petten werken mee, en verdienen er de kost mee. Worden de rijken nog steeds rijker en de armen armer? Over de rijken kan ik niet oordelen; over de armen kan ik zeggen dat er inderdaad nog veel armoe heerst, alleen niet meer in de mate van 2002; en er zijn mogelijkheden, ook voor ongeschoolde arbeiders, om een – voor Uganda – redelijk inkomen te verdienen.
Verder, na veel politieke turbulentie voor, tijdens en na Idi Amin, is het nu al heel lang rustig in Uganda. Ik hou m’n hart vast voor het moment dat de huidige Sterke Man Museveni, al bijna 40 jaar aan de macht, van het toneel verdwijnt. De geschiedenis leert dat vrijwel overal waar een Sterke Man na meer dan 25 jaar verdwijnt, het hommeles wordt. Ook al stelt de overheid het anders voor, zelfs Museveni heeft niet het eeuwige leven, althans niet hier op aarde. Laten we hopen dat ik er vierkant naast zit, en dat hij t.z.t. vreedzaam opgevolgd wordt!

Altijd oppassen je niet met politiek te bemoeien; wij in Dalfsen zouden het immers ook niet op prijs stellen als een Ugandees ons zou vertellen op welke partij we moeten, en waar we beslist niet op mogen stemmen. Laat ik me beperken tot de opmerking dat stammen nog steeds heel belangrijk zijn. De President komt uit een ander deel van Uganda, dus is hij niet populair in Soroti. En dat de jonge, dynamische zanger – nu – politicus – geworden “Bobi Wine” actief tegengewerkt wordt door zowel de huidige machthebbers, als door andere oppositie partijen. Waardoor het de huidige President gemakkelijker wordt gemaakt zijn macht te behouden. In Nederland zou Mark Rutte maar wàt blij zijn met zo’n verdeelde oppositie!

Maar ondertussen is en blijft het vrij rustig. Overal zie je dat er driftig wordt gebouwd, een teken dat er vertrouwen is bij de (rijke) mensen – anders zouden ze hun geld wel in de USA beleggen. Als we één ding hebben geleerd in de loop der jaren, dan is het wel dat orde en rust elementaire voorwaarden zijn voor ontwikkeling.

OK, terug naar Soroti. Wat valt op, na zoveel jaren? Zoals gezegd, overal kraampjes met telefoon services. Veel meer verkeer dan vroeger. Meer wegen, de hoofdwegen redelijk goed onderhouden, maar ook secundaire wegen en verder het platteland in: er wordt veel gemopperd maar eerlijk gezegd vind ik dat kolder: ik ken de wegen in Bangladesh en Afghanistan en dan mopper je hier echt niet meer. Er zijn meer winkels dan vroeger, met veel meer artikelen. Ook o.a. yoghurt, vla in diverse smaken, wijnen in diverse prijsklassen, keukengerei en wat al niet. Maar nog steeds geen gezond bruin brood; om over roggebrood maar te zwijgen…. Nog steeds overheersen Indiërs de middenstand. Hier en daar een winkel door Ugandezen gerund, maar dat zijn echt uitzonderingen.
Ik beschik niet over exacte getallen, maar ben ervan overtuigd dat er veel meer dan vroeger door vrouwen meegewerkt en ook meebeslist wordt. Ook “sustainable” – duurzame land- en tuinbouw, incl. akkerbouw en fruitteelt, is veel beter ontwikkeld dan vroeger. Klimaatverandering was onbekend 18 jaar geleden, nu is het een zorg van alle boeren, en de projecten besteden er veel aandacht aan. Samenwerking met de overheid is ook verbeterd; vroeger moest je oppassen dat “samenwerking” niet betekende dat overheidsdienaren er met jouw projectauto’s vandoor gingen; die angst is nu gelukkig verdwenen. Hier en daar zullen er heus nog wel eens strubbelingen zijn, maar over het algemeen is er, geloof ik, veel meer vertrouwen in elkaar, ook tussen medewerkers van de diverse projecten.

Jammer genoeg zie ik nog veel grond braak liggen. Met een beetje goede wil en bereidheid te investeren en te zweten, kan er veel meer land gebruikt worden, en zijn veel grotere oogsten mogelijk.
Tenslotte een negatieve opmerking, en wel over de algehele sfeer t.o.v. ontwikkelingswerkers. Ik herinner me van 18 jaar geleden niet één keer negatief bejegend te zijn. OK, ik reed in een grote 4X4 landrover, dus hoorde ik niet wat er op straat werd gezegd. Maar ook toen wandelde ik ‘s avonds als ik niet al te laat thuis kwam, en in de weekends, geregeld een uurtje in de buurt. De sfeer is tegenwoordig volledig veranderd. Nog steeds word je door het merendeel van de mensen met respect begroet en behandeld, maar evengoed hoor je mij iets te vaak negatieve geluiden. Prima dat “men” kritisch is; het oude “Thank you, thank you” is nergens voor nodig. Maar opmerkingen als “rot op” hoor je ook, eigenlijk iedere dag wel, vaak meerdere keren per dag. Ook onder Ugandezen is het natuurlijk doorgedrongen dat er “ontwikkelingswerkers” zijn die idioot veel verdienen (en soms hun kantoor niet uitkomen). Ook is het bekend dat er op Haiti een paar jaar geleden door medewerkers van een Engelse NGO een sex-orgie heeft plaatsgevonden. Nee, ik heb veel geks meegemaakt in allerlei landen, maar dat soort dingen niet. Gelukkig niet, zeg!
Samenvattend: de ontwikkeling op lokaal niveau is meer in handen van Ugandezen gekomen, en dat is prima. Vaak denk ik dat wij westerlingen als adviseur beter benut konden worden, maar daar gaan wij niet over. En ook dat is goed. Het is hun land, het is hun verantwoordelijkheid, het is hun Soroti!

Helemaal tenslotte: grote dank voor de leuke reacties die ik kreeg het afgelopen jaar; iedereen nog alle goeds voor 2020 gewenst!
Reacties blijven van harte welkom bij frederikprins14@gmail.com

Artikel delen: