Nu volwassenen tot 27 jaar weer in teamverband mogen sporten zonder anderhalve meter afstand van elkaar te houden, vrezen fysiotherapeuten dat veel sporters kwetsbaar zijn voor blessures. Na een lange periode van inactiviteit is de kans op langdurige blessures namelijk groot.Â
Vanaf half oktober mochten teamsporters ouder dan 18 jaar niet meer in groepsverband trainen. Doordat er alleen gesport mocht worden in tweetallen, op anderhalve meter afstand, haakten veel teamsporters af. Veel kozen ervoor om zelf de conditie op peil te houden door bijvoorbeeld te gaan hardlopen of thuis aan krachttraining te doen. Dit gebeurde echter niet altijd, doordat de meeste teamsporters niet zo van individuele sporten houden.Â
Het is belangrijk om als sporter goed in te schatten hoe iemand ervoor staat, wanneer er opnieuw wordt begonnen met trainen. In een tijdsbestek van enkele maanden gaan de fysieke prestaties namelijk flink achteruit. Wie thuis actief is gebleven, heeft ervoor gezorgd dat er zo min mogelijk uithoudingsvermogen en spierkracht verloren is gegaan. Deze sporters hebben dus een betere uitgangspositie als ze nu weer in teamverband aan de slag mogen. Wel moet de frequentie, het volume en de intensiteit van de trainingen weer rustig worden opgebouwd om weer terug in vorm te komen.Â
Sporters zijn er vaak alleen maar mee bezig om weer zo snel mogelijk op het oude niveau te presteren. Hierdoor ontstaat er snel overbelasting met in het ergste geval een langdurige blessure tot gevolg. De klachten kunnen nog lange tijd blijven bestaan, waardoor er ook in het dagelijks leven hulpmiddelen als een rugbrace nodig zijn. Een rugbrace houdt de rug recht en biedt functionele ondersteuning, zodat de dagelijkse bezigheden zoveel mogelijk uitgevoerd kunnen worden. Het is echter niet aan te raden om een dergelijk hulpmiddel langdurig te gebruiken, aangezien dit ertoe kan leiden dat de spieren hun werk minder goed gaan doen. Â
Trainingsbelasting is moeilijk te berekenen, aangezien dit zowel om externe- als interne trainingsarbeid gaat. Bij extern meten wordt er gekeken naar de trainingsprikkel van buitenaf. Dit zijn onder andere het aantal trainingen, de trainingsduur en de trainingsafstand. Interne maten meten de reactie van de sporter zelf op de trainingsprikkel, zoals de hartslagfrequentie. Vooral dit laatste is gerelateerd aan het risico op overbelasting en blessures. Sporters kunnen bijvoorbeeld een wearable gebruiken om in de gaten te houden hoe hun lichaam reageert op de inspanning. Ook moeten ze goed luisteren naar hun eigen lichaam. Wordt de inspanning te veel? Dan is het tijd om een stapje terug te doen.Â
Wat ook bijdraagt aan de angst van fysiotherapeuten, is dat veel mensen tegenwoordig stress ervaren in het dagelijks leven. Dit speelt een grote rol in het risico op blessures. De oorzaak van blessures is niet alleen te vinden in een gebrek aan spierkracht of gebrek aan training, maar ook psychosociale factoren spelen een rol. Een voorbeeld hiervan is stress. Het maakt niet uit wat de oorzaak van de stress is, wanneer een sporter zich gestrest voelt is de kans op een blessure groter.Â


