DALFSEN – Maandagavond speelde het eerste team thuis tegen ’t Westeinde 1. Eerste man Harry Onderdijk en zijn tegenstander Willem Timmer maakten er een fijne en spannende partij van. Onderdijk moest 25 meer maken dan Timmer. In de 12e beurt maakte Onderdijk een mooie serie van 11 en begon toen het niveauverschil te bevestigen.
Tot de 28e beurt was het verschil echter nog steeds niet overbrugd. Maar de serie van 7 die hij toen liet noteren was voldoende voor de uiteindelijke winst. In de nabeurt maakte Timmer nog twee caramboles en dat was er maar eentje tekort voor een gelijkspel. Wel kreeg hij 9 wedstrijdpunten. Het gemiddelde van Onderdijk was 2.424. Op het andere biljart speelden Andre Bouwman en Albert van der Graaf. Hier was minder niveauverschil (60 te maken door Bouwman en 55 voor van der Graaf). Halverwege deze partij kwam Bouwman veel beter in zijn spel. Met een serie van 14, en twee beurten later nog eentje 10, kwam de winst voor hem niet meer in gevaar.
Van der Graaf liet in zijn laatste twee beurten nog 18 caramboles noteren en kwam daarmee dicht bij de 55 die hij moest maken maar hij kwam 6 caramboles tekort. Het gemiddelde van Bouwman bedroeg 2.400. van der Graaf kreeg 8 wedstrijdpunten. Om de volle 36 te verdienen wedstrijdpunten in Dalfsen te laten moest ook Evert Jan Holsappel zijn partij winnend afsluiten. Hij nam het op tegen Robbert Mansier die net als Holsappel ook 55 caramboles moest maken. Maar Holsappel ondervond nagenoeg geen tegenstand. Na 10 beurten was de stand al 31 tegen 14 in het voordeel van Holsappel. Na de 13e beurt maakte Mansier geen enkele carambole meer en het was Holsappel die in de 20e beurt zijn 55 bij elkaar had. Zijn gemiddelde bedroeg 2.750! Mansier moest genoegen nemen met 3 wedstrijdpunten. Uitslag: 36 – 20 voor De Trefkoele 1.
Het tweede team speelde diezelfde avond uit tegen H.B.C. 4. In Hoogeveen. Albert Holsappel kon vanaf acquit niet de goede vorm vinden. Zijn tegenstander Klaas Middel begon ook niet sterk maar na 10 beurten wist hij toch met enige regelmaat enkele caramboles per beurt te scoren. Dat lukte Holsappel niet, met uitzondering van zijn 20e beurt toen hij een serie van 8 liet noteren. In de 31e beurt had Middel zijn 53 te maken caramboles op het scorebord staan. Holsappel miste 10 van de 43 die hij moest maken en hij kreeg 7 wedstrijdpunten. Zijn moyenne bedroeg 1.064. In de volgende partij werd Rein Smit gekoppeld aan een “invaller” voor HBC: Jack Mensing die “60”? caramboles moest maken. De acquitstoot leverde Smit 4 caramboles op maar na 6 beurten was de stand 42 voor Mensing en 5 voor Smit. Het was dan ook niet onvoorspelbaar dat Mensing al na 16 beurten zijn “60” te maken caramboles bij elkaar had. De tweede helft van deze partij kwam Smit wel beter op stoot –zijn moyenne na afloop was toch nog 2,25- maar hij kreeg niet meer dan 6 wedstrijdpunten. Hij kwam 19 te maken caramboles tekort. Beter verging het Eric Analbers in zijn partij tegen Henk Keijzer die 8 caramboles meer moest maken dan Analbers (39). Al in de 4e beurt maakte Analbers een mooie serie van 10 en die voorsprong gaf hij ook niet meer uit handen. In de 26e beurt maakte hij zijn 39e carambole en won daarmee de 12 te verdienen wedstrijdpunten. Zijn gemiddelde was 1.50. Keijzer kwam 16 caramboles tekort en kreeg 7 wedstrijdpunten. Uitslag: 31 – 25 voor H.B.C. 4
En ook het derde team speelde een uitwedstrijd. Zij gingen op bezoek bij U.B.C. 2016 2 in Uffelte. Eerste man van dit team is Eric Analbers en zijn tegenstander was Gerco Jetten die 4 caramboles (43) meer moest maken dan Analbers. Na 24 beurten kwam Analbers als winnaar uit de bus. Hij speelde met een fraai moyenne van 1.625 en zijn hoogste serie bedroeg 7. Jetten bleef steken op 27 van de 43 die hij moest maken en kreeg 6 wedstrijdpunten. Dan de tweede partij. Die ging tussen Gerard Verhaar en -nieuweling bij U.B.C. 2016- Patrick Kuik. Die stond genoteerd voor 31 te maken caramboles, maar hij had maar 12 beurten nodig om dat aantal op het scorebord te toveren. Zijn moyenne was 2.583. Hij had er dus eigenlijk wel 40 meer moeten maken. Bijstellen dus. Voor Verhaar een onmogelijke opgave om maar aan een gelijkspel te kunnen denken. Verhaar miste 18 van de 35 die hij moest maken. Toch was zijn gemiddelde van 1.416 wat bij hem paste. Maar hij kreeg slechts 4 wedstrijdpunten. De slotpartij ging tussen Gert Siffels en Martin van Blitterswijk. Beiden moesten 27 caramboles maken. Siffels die te weinig aanspeelmogelijkheden kreeg zag dat Blitterswijk in de 29e beurt zijn 27 te maken caramboles bij elkaar had terwijl hij zelf 11 tekort kwam. Hij kreeg dan ook niet meer dan 5 wedstrijdpunten. Uitslag: 30 – 21 voor U.B.C. 2016 2


