De cichoreifabriek te Dalfsen - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto

De cichoreifabriek te Dalfsen

DALFSEN – Ingezonden bericht –  In 1857 introduceerde Berend Hendrik Egberts de fabrieksmatige verwerking van cichorei in Dalfsen. Hij vestigde zich in een pand dat waarschijnlijk ook in gebruik was als weverij. De produktietechnieken waren de eerste jaren eenvoudig, het malen gebeurde met behulp van een rosmolen.


In de periode 1860-1864 werd een nieuwe fabriek gebouwd op een buitendijks stuk land, gelegen aan de Vecht. In deze fabriek werd de cichorei met behulp van een stoommachine van acht pk. geproduceerd. In 1864 was de fabriek met negentien arbeiders in volle werking. Een jaar later waren eenentwintig mensen werkzaam. Slechts vier van hen waren volwassen arbeiders, maar liefst zeventien kinderen werkten tegen de helft van het
volwassen loon in de fabriek.

In 1865 werd door B.H.Egberts een weeffabriek naast cichoreifabriek opgericht om gebruik te maken van de overcapaciteit van de stoommachine. Samen met een aantal
geldschieters werd een vennootschap opgericht met als doel “het weven van katoenen stoffen, in een daartoe in te rigten fabriek, door middel van stoom en het drijven van den daaraan verbonden handel”. Voor deze weeffabriek werden in 1866 vijftig weef getouwen aangekocht. De arbeiders in weeffabriek bestonden toen uit tien volwassen mannen, zes jongens en één meisje.

Vanaf 1872 was B.H. Egberts niet meer betrokken bij weeffabriek, tussen 1872 en 1878 werd deze gesloten. Waarschijnlijk maakte groei van de cichoreifabriek deze afstoot aantrekkelijk. In de jaren 70 zette de groei door, hetgeen in 1875 resulteerde in de plaatsing van een nieuwe stoommachine en ketel van zestien pk. Ook het aantal arbeiders steeg, in 1875 waren drieentwintig mannen en zes vrouwen werkzaam. Opvallend is de sterke vermindering van de kinderarbeid in deze periode. De jaren 80 waren goede jaren waarin de produktie steeg. Dit blijkt uit de eerste bekende
produktiegetallen van 1884 t/m 1886. In deze jaren werd respectievelijk 550.000, 600.000 en 620.000kg cichorei verwerkt.

In 1887 breidde B.H.Egberts zijn cichorei-activiteiten uit door een vennootschap met een cichoreifabrikant te Borne op te richten. Zij had de fabricage en verkoop van cichorei voor gemeenschappelijke rekening tot doel. Het ingebrachte kapitaal van de firma Egberts bedroeg 96.000 gulden (bestaande uit de fabriek + inboedel, vaste goederen te Leeuwarden, de voorraad cichorei en lopende vorderingen). De medefirmant bracht een
kapitaal van 12.000 gulden, zijn arbeid en oude klantenkring in. Deze vennootschap was echter van korte duur, in 1892 werd zij ontbonden. In 1897 werd een compagnonschap aangegaan met H.A.S. Egberts, een broer van B.H. Egberts, die in winterswijk een cichoreifabriekje dreef. Het verschil in omvang tussen deze
bedrijven blijkt uit de balansen van 1897. In Dalfsen werd toen cichorei verhandeld voor een bedrag van 13.000 gulden, in Winterswijk voor 450 gulden. De cichoreiproduktie in Winterswijk eindigde in 1919. De vennootschap hield stand tot 1904. In 1913 werd de nieuwe “Naamloze Vennootschap Overijsselsche Stoomcichoreifabriek voorheen B.H.Egberts en Co Dalfsen” opgericht. De jaren 20 waren voorspoedige jaren, zodat in 1926 de fabriek uitgebreid kon worden.

Drie jaar later werd de fabriek echter grotendeels verwoest door brand. De produktie kon snel hervat worden. Vanaf de jaren 30 kreeg de fabriek te maken met toenemende moeilijkheden. De vraag naar cichorei daalde door een stijgend theegebruik en de opkomst van de koffiestroop. Tijdens de tweede wereldoorlog verergerden de problemen doordat de vrije verkoop van
cichorei door de Duitse autoriteiten werd verboden. In 1948 kocht de N.V.Buisman te Zwartsluis het gehele aandelenpakket van de
cichoreifabriek te Dalfsen op. Na de tweede wereldoorlog werd het bedrijf gemoderniseerd en kon de sterke concurrentie op de exportmarkt worden aangegaan. De buitenlandse export kreeg een steeds grotere prioriteit door het afnemend belang van de Nederlandse markt.

De exportgerichtheid bleek succesvol; de vijfentwintig arbeiders die in 1948 in dienst waren konden hun werk houden. Er werden verschillende soorten cichorei gemaakt. De export was gericht op Amerika, Canada, Australië, India en Afrika. Vooral India was een belangrijk exportland, daar werd in 1962 een cichoreifabriek geopend waaraan de N.V. Egberts de grondstoffen leverde. De
concurrentie werd echter steeds sterker. Een Franse fabriek trachtte door lage prijzen de wereldmarkt te veroveren. In 1959 werd een vergaande mechanisering doorgevoerd waardoor het aantal arbeiders werd teruggebracht van veertig tot vijf. Door het beëindigen van de cichoreiteelt in Nederland was de fabriek steeds meer aangewezen op importen van cichorei uit België, Polen en Yoegoslavië.

In 1962 eindigde de grondstoffenlevering aan India eindigde door de uitbreiding van de cichoreiteelt in India. Deze tegenslag werd deels gecompenseerd door stijgende een export naar Japan. De grote Franse cichoreifabrikant Leroux maakt deze export echter steeds moeilijker. In 1965 werd de produktie van cichorei in Dalfsen stilgelegd en de aanwezige voorraad cichoreiwortelen overgenomen door de concurrent uit Frankrijk: “Chicorée Leroux” te Orchies. Het bedrijf blijft voortbestaan door een samenwerkingsverband aan met Olland in De Bilt, waaruit Egberts Prohama ontstaat. De firma Olland leverde drankautomaten, waarvoor Egberts Prohama de koffie (bestaande uit koffiestroop van Buisman en poederkoffie) ging produceren.
Het oude fabrieksgebouw en de terreinen van Egberts Prohama werden in 1981 door de gemeente Dalfsen opgekocht voor de bouw van een nieuw gemeentehuis.

Foto's 2
De cichoreifabriek te Dalfsen - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Artikel delen: