Wrakdelen vliegtuig terug in Dalfsen - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto

Wrakdelen vliegtuig terug in Dalfsen

DALFSEN – De wrakdelen van het in begin november 2020 geborgen Duitse jachtvliegtuig zijn terug in Dalfsen. De delen zijn in bruikleen gegeven aan de Historische Kring Dalfsen.

De berging van de gecrashte jager en vermiste vlieger bij Hoonhorst waren onderdeel van het Nationale Bergingsprogramma vliegtuigwrakken uit WOII. Het bijzondere van deze operatie was dat voor het eerst een Duitse vlieger geborgen werd. Het Bergingsprogramma is eerdere fases voornamelijk gericht geweest op geallieerde toestellen en is opgezet om kansrijke bergingen van vermiste vliegtuigen en vliegers mogelijk te maken. De start van het opgravingsproces in Hoonhorst was in 2019 en sindsdien werd in verschillende media vaak over de berging bericht. De samenwerking tussen de gemeente Dalfsen, de pachter en de grondeigenaar leidde tot volledige medewerking op het moment van verzoek tot berging van de Messerschmitt Bf 109 bij Hoonhorst. Enkele kritische geluiden werden destijds geuit aangezien het om een Duitse vlieger ging. Voor het Nationale Bergingsprogramma wordt hierin echter geen onderscheid gemaakt. Zoals de burgemeester van Dalfsen Erica van Lente later aangaf op de vraag naar het waarom van deze berging, “ …omdat we recht willen doen aan de nabestaanden.”

‘Met de verkrijging van de wrakdelen kunnen we het verhaal van een 20-jarige piloot vertellen die gestorven is in oorlogstijd’, zegt Henk Makkinga van Werkgroep ’40-’45 van de Historische Kring Dalfsen. Bij de crash op 30 januari 1944 werden alleen delen van de vleugels en de staart geborgen, maar een groot deel van het toestel én de piloot zaten nog altijd in de grond. ‘De vondsten bestaan onder andere uit het grootste deel van de imposante Daimler V12 motor; de immense impact van de crash wordt direct duidelijk wanneer je de afgebroken blokdelen ziet.’

Ondanks de crashschade zien de onderdelen er nog bijzonder intact en herkenbaar uit. ‘Dit helpt ons om geïnteresseerden een beeld te geven van het opgegraven toestel’, vervolgt Makkinga. De werkgroep heeft er voor gekozen de delen voor het publiek tentoon te stellen in het Pop-Up-Museum ‘Dalfsen tijdens Oorlog en Bevrijding’(PUM) in de Prinssenstraat. Via de etalage van het PUM kan naast het lezen van het verhaal van de piloot Otto Tillack, de motordelen, het staartstuk en overige onderdelen worden bekeken. De expositie is vanaf nu zichtbaar in de Prinsenstraat.

Artikel delen: