Wie wandelde 136 jaar geleden door Salland - Foto: Wim
Foto: Wim

Wie wandelde 136 jaar geleden door Salland

DALFSEN – Dat was F.W.van Eeden,  dit was 1886 en 100 jaar later vastgelegd in het boek “Onkruid”. F.E.van Eeden wandelt in 1886 vanaf de Veluwe, laat een kale zandwoestijn achter zich en komt uit bij de IJssel. “Tusschen de kolossale ijzeren tralies van de ratelende en dreunende IJsselbrug zien wij omlaag als een liefelijk dal. Een breeden stroom met vriendelijke groene oevers.

 

De oude Rijks- en handelsstad Zwolle ligt voor ons. ’t Is als zijn wij in een heel ander land, onder een ander volk. Salland heet dit gebied, het westelijk deel van het tegenwoordige Overijssel”. “de natuur verschilt van die der Veluwe en draagt een ander karakter. Vette  grazige weiden waarin de koeien ’zwollen’.”

“Zuidwaarts van Zwolle ligt de straatweg naar Almelo, in het begin een breede lange laan door statige beuken, schilderachtig vooral als in de donkere verte een huifkar of een koppel roodbonte koeijen aankomt. Overal zien we in de groene graszoom lichtroode bloemen van een wilden Anjelier”. Maar ook de Rijnvaar, de Kievitsbloem, Keizerskroon. Wij volgen de straatweg ”zijn onder de lommer van Boschwijk, een oude buitenplaats van Rhijnvis Feith. (zie foto)Het eeuwenoude woonhuis tussen prachtige geboomte is evenals de plaats zelve, weinig veranderd. Digt bij het huis staat een wilg van 4.63 m stamomvang; ook veel oude Bosch- en hofplanten groeijen  daar in het wild”. “

 

Op Boschwijk begint de natuur hare regten te doen gelden en ontluikt reeds de eerste kiem der vrije gedachte. De wereld van Feith. Het schoonste sierraad van Boschwijk is een groote bloemtuin, door de oranjerie en het bosch beschut voor de noorden en oostenwinden.” Planten als blauwe monnikskap, karmijnroode leeuwenbek, vingerhoed, blauwe akeleitjes, grasanjers, provincieroos, witte lelie, keizerskroon, tulp ridderspoor en de goudsbloem, ook geneeskrachtige kruiden als venkel, salie wijnruit, lavendel, kamille, alles wat in de keuken nodig is komt hier voor. “aan de overzijde van de weg ligt een onafgesloten gedeelte met belommerde heuveltjes, een oud steenen prieel met een breede bank, de geliefkoosde plaats  van een zoetvloeijenden Rhijnvis (nu industrieterrein Marslanden). Ondankbaar beroep, dichter te zijn voor een klein volk”.

“Wij verlaten Boschwijk en slaan verderop een zijweg in naar Dalfsen. Deze weg loopt door een zeer boschrijke streek. Hier liggen de Horte en Mataram, beiden gesticht in een tijd, toen oude geslachten nog niet ontzenuwd werden. De Horte draagt haar naam naar eene plant die ook Ratelen genoemd wordt, een zeer lastig onkruid die echter door vlijtige cultuur wordt verdreven. De groote vliezige  vruchten maken door de zaden een ratelend geluid, een kenmerk van verwaarloosde akkers.”

“Het Bosch bestaat voornamelijk uit eiken, lijsterbessen, klaterpopels en kurj-iepen, de geoorde wilg is hier talrijk In het gras langs de voetpaden groeit, behalve de wilde anjelier een hooge lichtblauwe campanula, ook wel duivels naaigeren genoemd, de klaprozen, korenbloemen, de bolderik, de venusspiegel en de riddersporen. Diep in het Bosch verscholen ligt het huis (foto) met den vriendelijke moes- en bloementuin er voor en aan den achterzijde een wijd uitzigt over de weilanden op de begroeide hoogere zandgronden van Lenthe en Hoonhorst.”

“Ongeveer een kwartier oostwaarts op meer zanderige, heuvelachtige bodem, ligt een uitgestrekt boschrijk park, met vijvers en weiden, hooge bomen en zonnige heuvels met eikenboschjes. De naam Mataram op de zware steenen beeren van het altijd openstaand ijzeren hek herinntert ons aan het groote Javaansche rijk, het laatste overblijfsel van Hava’s heerlijkheid en de magt der  Oostindische compangnie. Een breede zonnige laan brengt ons voor het verlaten huis, een kasteelachtig gebouw (foto) in den stijl der vorige eeuw. Het is geheel gesloten en aan alle kanten in verval. De kozijnen zijn nagenoeg verveloos met gekronkelde barsten, de zware luiken kromgetrokken door den brandende zon.

Het gras schiet overal tusschen de steenen van het bordes, de zitbanken voor de hoofdingang zijn schier uiteengevallen.(gesloopt rond 1900). Te midden van de groene natuur en bij een heldere middagzon was het verlaten huis een somber beeld van den dood. Een bouwval, niet onbewoonbaar wekt huivering als een lijk boven aarde. De bosflora is hier goed vertegenwoordigd, de bottelroos, gele balsamine, het robbertskruid, vingerhoed een natuur die hier reeds voor eeuwen inheems is. Achter de Mataram loopt een beschaduwde zandweg tusschen de welige  braamstruiken, die in den nazomer gebogen  zijn door de zware trossen van hunnen glinsterende zwarte vruchten. Die weg leidt ons tusschen de weilanden naar hogere zandgronden. Bij Den Berg en Aalshorst zijn die gronden heuvelachtig en gelijken op duinen.”  Wordt vervolgd.

WvdV

 

Foto's 5
Wie wandelde 136 jaar geleden door Salland - Foto: Wim
Foto: Wim
Wie wandelde 136 jaar geleden door Salland - Foto: Wim
Foto: Wim
Wie wandelde 136 jaar geleden door Salland - Foto: Wim
Foto: Wim
Wie wandelde 136 jaar geleden door Salland - Foto: Wim
Foto: Wim
Artikel delen: