DALFSEN – Vervolg – Je moest mekaar in die vreselijke oorlogstijd helpen, dat deed je toch allemaal….. Toen is Bertus met Rika en 2 kinderen bij ons gekomen, en die huisden toen boven bij ons in de op de logeerkamer.
En dan konden ze middags in de keuken koken en eten, maar ik geloof dat wij eigenlijk altijd allemaal in de keuken zaten en gezamenlijk aten. Het kwam er niet op aan of je er nu met 10 of 11 man zat. En de familie Mol, namen juffrouw Buijs mee. En toen kreeg Bertus het huis toegewezen in de Julianastraat in het huis huis van Askamp- waar later Jo en Wimke van Geenhuizen-Huisman hun huwelijksleven begonnen en waar nu aan de linkerzijde- Jeanet Huisman- de nicht van voornoemd echtpaar nog woont. Hier de rechterzijde van het huis.
Omdat daar maar 2 slaapkamers waren kon juffrouw Buijs niet mee , die wilde wel bij ons blijven. Ik zei: “Dat vindt ik best, maar dat moet je met Bertus en Rika overleggen.”
En toen is ze bij ons gebleven tot een jaar na de oorlog en tot haar dood aan toe hebben wij altijd fijne contacten onderhouden en ging ik regelmatig met jou daar op bezoek en is kort aan de 100 jaar geworden en liep altijd in klederdracht.
Daarna werd het verkocht aan Willem Marsman en zijn vrouw. Die deden dus de ruil/koop met de familie Alberts en die verkochten het aan Jan Klumper, die samen met zijn vrouw en 2 zonen er nu nog woont.
In het volgende pand woonden Grietie en Jans Sik, dat was een heel gezellig stel. Jans was postbode, een Grietien was een zuster van Willem Zweerts, er die hadden drie jongens ,Gait Sik ( bijnaam Sam) de makelaar en Jan Sik was net als zijn vader postbode en zoon Willem zit meen ik in Afrika. Doar stun de pot met koffie de hele dag op de kachel, iedereen kon er binnenlopen en er was altijd aandacht voor iedereen. – Van dat oude huis- heb ik geen foto kunnen vinden.
Na de familie Sik kwam de familie Westra- van Keulen er te wonen.
Daarnaast woonde Bernard Dekker – was ook een sigarenmaker die hadden de sigarenmakerij in het huis aan de Vechtstraat waar later Henk van Emmen woonde. Het waren de Gebroeders Dekker, het huis lag nogal verdiept dus je ging echt het Dijkje af om in het huis te komen.
Dat is nu wel wat veranderd, dat huis is geweldig opgeknapt. En daarna werd het verkocht aan Johan Veltmaat, daarna kwam zijn zoon er te wonen, hij en zijn vrouw hadden geen kinderen. Zij kwam uit Noord Holland en was een dochter van een drukker – ze hadden één grote passie en dat was varen met hun boot, die voor het huis vaak afgemeerd lag.
Op de hoek, naast het huis van Dekker, zat een café van Scheen, je kunt het nog wel zien, want de contouren van de deur zijn nog waar te nemen in de gevel.
Ik weet wel, dat de uitbater Scheen ook wel wild op kocht en mijn Jan stroopte ook wel in zijn jonge jaren….lachend….en dat als zoon van de veldwachter……was wel voordat ik verkering met hem kreeg, zegt ze er vergoedend achteraan….en gingen daar naar Scheen toe om even een konijntje te verkopen, ik weet niet precies wat ze kregen een kwartje of dertig cent toen waren er konijnen zat ach, de jongens deden dat wel veel meer als een soort van sport.
Het was natuurlijk niet goed, maar ja,hij wist altijd precies natuurlijk wanneer zijn vader dienst had, maar goed, ik weet nog wel dat die jongens zeiden wij gaan naar Scheen Jan ging o.a. om met de jongens van Overbeek , want daar gingen ze ook stropen in die buurt. Ik weet nog die oude Scheen die had een hele grote baard dat was de schoonvader van Jo Wesseling die het wolwinkeltje dreef de overgrootvader van Ina Wijnbergen die haar moeder was ook een Scheen ,dat was allemaal uit hetzelfde geslacht. Net als Jenny Scheen- die met de bakker Piet Snijder is getrouwd.
Ik weet wel, als de deur los stond en je kon er dan zo in kijken maar dat lukte niet altijd, want Scheen stond veel in de deur te kijken en dan zag je gewoon zand op de estriken tegels gestrooid en een soort toonbank waar een borreltje werd uitgeschonken de fles achter de toonbank. Scheen had het hele huis op die hoek, er was dan de ruimte voor het café af . Ook waar nu de woonkamer is, was caféruimte.
Uiteindelijk kwam het in handen van Pier en Geke Boers en later kwam Koertje Nijland met zijn gezin er te wonen, en om de hoek had je dan Janna Visscher en Siena Jansen wonen , Siena was een mutsenwasser en Janna Visscher deed bij lui de huishouding .
Daarna , in deze jaren ( 1989) de familie van Lenthe er, en nu de familie Stabij.
Dan het huis wat daarna kwam – werd tussendoor ook nog verkocht geweest aan de bond- Gait Willem en Jo van Keulen hebben er gewoond- en Hendrik Onderdijk Dan krijg je het huis waar Jan Dekker woonde – sigarenmaker broer van Bernard Dekker de gebroeders hadden de sigarenmakerij in het volgende huis- waar later Henk van Emmen kwam te wonen. GEDEA Gebroeders Dekker Dalfsen en van Zanten hadden als firmanaam Phaff en daarna kwam het in handen van Gait Bisschop, die er samen met zijn dochter en schoonzoon Alberts woonden- Karel Alberts was de uitbater van het cafetaria in de Prinsenstraat tegenover Bergman Kareltje geheten – waar nu een nieuw winkelpand staat.
Daarna kwam het huis van Jo van de Wagenmaker – Jo van der Vegte-de Graaf- nicht van Roelfien de Graaf die met Portier getrouwd was. Zij was dus al jong weduwe, haar dochter die trouwde met een van den Bosch- werd ook al jong weduwe- en kreeg 2 dochters- Jo werd door haar dochter en kleindochters enorm goed verzorgd en is daar op hoge leeftijd gestorven. Uiteindelijk kwam het huis in handen van een echtpaar dat er een kunstgalerie begon- en- na hen overlijden kwam het huis in handen van Patrick Grobbeé en zijn gezin die het verkochten aan de familie Anneveldt.
Tante Ge verteld: “Ik stond er als kind wel bij te kijken, als dan de wielen zo heet waren dan werden ze in een soort gat gegooid ter afkoeling denk ik en dan snisterde het zo mooi….”
“Die wielen moesten dan geloof ik dicht trekken, en dan werden die wielen met een smak in het gat ingesmeten en dat gat was gewoon in de straat voor de deur van de wagenmakerij….”
Jo heeft het geweldig gedaan, nadat haar man was overleden, overal uit werken en echt respectvol hoe zij zich staande heeft weten te houden. Ik dacht dat ze 2 dochters hadden, eentje is geloof ik al vroeg overleden en de andere dochter nam dus de zorg op zich voor haar moeder.
En dan kwam het huis van Henk van Emmen, daar werden dus eerst de sigaren gemaakt van de Gebroeders Dekker, want in de tijd van de sigaren woonde Henk van Emmen nog in Welsum in een klein huisje. Toen met zijn vader op de Belt- en toen de Gebroeders Dekker stopte met sigaren maken en Henk van Emmen en denkelijk zijn moeder was overleden, kocht Henk zijn vader het huis en ging er met Henk wonen, het huis deelde hij in tweeën en aan de andere kant kwam Jan van Rooij met zijn vrouw Trijn te wonen, die enorm betrokken waren bij de voetbal te Dalfsen en altijd als vrijwilliger daar zich voor inzetten.
Foto’s: sommige foto’s van de HKD andere privé bezit.
Tekst opgetekend door Lex Bol
Wordt vervolgt.
Blz 29 – 30 en 31





