DALFSEN – Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis aan de Vechtdijk, bij de Dalfsenaren bekend als ,,de Keet”, bewoond door twee families. Aan de voorkant woonde de familie Linthorst, bestaande uit vader Jan, die getrouwd was met Jennigje Scheen, zijn twee dochters Jerrry en Nolda en zoon Gerrit. Jan was kantonnier bij Rijkswaterstaat.
De achterkant van het huis werd bewoond door de familie Gorter, die uit vader Hendrik Jan, getrouwd met Hendrika de Graaf, twee zonen Bertus en Dik, en dochter Martha bestond, Hendrik Jan was ambtenaar bij de voedselvoorziening in Dalfsen. ( tekst: familie Gorter/Linthorst )
Volgens Tante Ge, wilde deze beide gezinnen de Keet vreselijk graag kopen, maar het was absoluut niet te koop, het was en bleef van de Waterstaat. De ommekeer kwam toen Burgemeester van Bruggen in Dalfsen werd benoemd en die kreeg het “verdekseld voor mekare” en die kocht de Keet.
Burgemeester van Bruggen heeft het toen laten verbouwen en daarnaast woonde zijn zoon met zijn vrouw en nadat de zoon van haar was gescheiden bleef zij er wonen en toen Van Bruggen eruit ging, kwamen de dames Wolf er te wonen.
De Keet was het gebouw dat eigenlijk altijd bewoond tot de verkoop door medewerkers van de Waterstaat , voor bewaking van de Vecht, onderhoud van de Vecht en wat al dies meer zij aan werkzaamheden met betrekking tot de Vecht.
Denkend aan de Vecht, begint tante Gé over het Huis over de Brug te praten en hoe dat er gekomen is…..
Wat sommige boze tongen beweerden,…..wij kregen in die jaren waterleiding in Dalfsen, want ik weet nog bij ons huus, hadden wij zulke beste pompen maar nee, die werden afgekeurd als bakker zijnde, moest er water bij het brood natuurlijk, en ineens was dat water niet goed.
Nou je hebt nooit zulk lekker water gehad als uut de pompe…..en toen waren wij allemaal verplicht om waterleiding te nemen. En in dezelfde tijd kreeg de Burgermeester vergunning om daaar een huis te zetten, Ijzonides. Ik weet niet zeker of dat grond van het Kasteel was, maar dat denk ik wel…..maar toen werd er in het dorp gezegd ( ze lacht ! ) Ijzonides wil vast geen waterleiding hebben, want als aan de andere kant van de Brug bouwt, was je van waterleiding vrijgesteld.
Ik weet niet of dat waar was, of dat de maatstaf was of de doorslag heeft gegeven, maar ja, in zo’n dorpje wordt natuurlijk over alles en iedereen gepraat- roddelen is eigenlijk niet het juiste woord, vaak iets meer dan gewone belangstelling besluit ze wederom lachend.
De zoon van Ijzonides- Hans Ijzonides is tijdens de 2e wereldoorlog bij een bombardement in Amsterdam samen met zijn verloofde omgekomen, dat gaf in Dalfsen een enorm grote schok en er werd enorm met de familie Ijzonides meegeleefd.
Ineens zijn wij weer terug op het Kerkplein en na de frustratie over de Amro Bank, begint Tante over de RABO Bank, die had, zo zegt ze, er ook nooit moeten komen. Had het oude Gemeentehuis maar bewaard, want er is al zoveel verloren gegaan…
De diensten waren toen wel verspreid over Dalfsen, maar was dat nou zo erg….vraagt Ge zich af?
Relativerend over haar eigen kunnen zegt ze: “De beste stuurlui staan aan wal, maar ik bedoel maar te zeggen, dat behoud meer tot de versiering van het dorp zou bijdragen, dan alles wat er nu inmiddels in mijn lange leven al is gesloopt.”
Na de Amro Bank, zo vervolgt Ge haar wandeling, had je eerst het hoedenwinkeltje van van Zanten – was erg leuk hoor je ging er met een trapje in ik geloof dat er aan de voorkant ook nog zoiets was, van luiken om in de kelder te komen…..inmiddels is het huis opnieuw opgebouwd, lijkt er wel op, de gevelsteen uit 1684 is bewaard gebleven maar verder is het nieuw, maar altijd beter om tegen aan te kijken dan die moderne frutsels. Zij waren familie van de sigarenmakers van de Vechtdijk- die de zaak van Pa van Ankum hadden overgenomen. Familie van Zanten- van der Vegt – grootouders van Gemma Bosch-vd Linde.
Was een mooi hoedenwinkeltje, en een goed beklante zaak, er was geen hoedenwinkel in Dalfsen, dus iedereen werd er bediend en prettig!
Achter deze halfronde deuren- had Marinus de Liefde- schilder/ gemeenteschilder- zijn werkplaats- hij woonde zelf ongeveer tegenover garage Hutten – waar ooit het Rode Dorp stond.
Vroeger had iedereen een hoed op, dat was toch zo’n mooi gezicht, mannen namen de hoed af, als ze iemand tegenkwamen om te groeten.Toen ik verhuisde naar van de Vechtdijk naar het Van Bruggenplein, had ik nog een kast vol met hoeden, die had ik allemaal bewaard.
Ik heb ze weggeven aan Marinda Mol ze kunnen ze dan gebruiken voor het opvoeren van toneelstukken.
Blz.39, 40, 41 en 42
Foto’s: sommige foto’s van de HKD andere privé bezit.
Tekst opgetekend door Lex Bol
Wordt vervolgd.








