Je kunt, als je heel goed luistert,
– maar wie kan dat nog? –
het geluid van de auto horen.
Voor wie daar is geboren
misschien?
Nu trekken de vrachtwagens ronkend
voorbij, in een lange rij,
eindeloos.
De weg verhard, verbreed,
snijdt het landschap uiteen;
vlucht voor de rust naar zijwegen,
daar kom je ook wel iemand tegen,
maar die groet, samen één.
(lenze l. bouwers)


