DALFSEN – Slechts een van de ca 150 soorten koekoeken leeft in Nederland. De koekoek is parasitair zoals ruim 50 andere van zijn familieleden. In ons land heeft hij een voorkeur aan waardvogels als rietzanger, kleine karekiet, grasmus en graspieper. Het zijn echte nomaden die medio april arriveren en eind juli alweer vertrekken naar tropisch Afrika. Zij voeden zich graag met harige rupsen, zoals de processierups.
Hoewel ze niet investeren in nestbouw en het groot brengen van jongen hebben zij geen lui leventje. De vrouwtjes moeten de nesten zoeken van hun specifieke waardvogel, zodra gevonden houden zij, onbeweeglijk zoekend, een tiental nesten zeer nauwkeurig in de gaten. Zij moeten nauwkeurig getimed hun ei in het nest deponeren, dat duurt maximaal 10 seconden. Vaak worden zij belaagd door allerlei zangvogels. Als de desbetreffende waardvogel het koekoeksei herkent, dan wordt het vernietigd of wordt gestart met een nieuw broedsel.
Het ei van de koekoek heeft al in het lichaam een ontwikkeling doorgemaakt zodat het jong eerder tot wasdom komt dan zijn mogelijke nestgenoten. Indien aanwezig zal hij deze ook uit nest werpen. Het vrouwtje legt om de dag één ei tot een totaal van ca 10-25 eieren in een seizoen.
Het leggen van eieren in een andermans nest komt ook voor bij andere soorten vogels, zoals bij meerkoeten, waterhoentjes, eenden en spreeuwen. Op deze wijze worden de risico’s van verlies gespreid. De bovengenoemde streeknaam heeft de vogel te danken aan zijn roep die hij, nogal eens kort, voor een regenbui laat horen. Overigens, de soortnaam Koekoek is een klanknabootsing van zijn roep, een onomatopee. Zie ook het volgende gedicht:
“Hoe wordt myn kunst van ’t Volk geroemd?”
“Vriend”, zei de spreeuw, “ik moet uw zotten waan beklagen
Geen Mensch spreekt van uw kunst,
uw’ naam wordt niet genoemd”
“Dan zal ik, voer hy voort, my van dien ondank wreeken,
En eeuwig van my zelven spreeken.”
De soort is goed herkenbaar, het mannetje grijs/blauw met een dwarsgestreepte buik. Vrouwtjes komen in twee vormen voor, een grijs/blauwe die op het mannetje lijkt maar met gele vlekken op borst en buik, en minder vaak een roodbruine variant.
Ze zijn zeer vocaal, en ook ook in onze gemeente Dalfsen te horen, dus… opletten en geniet.
Ingezonden door Jos Scholten




