Merel: Sneeuwlandschap als sporen schatkaart - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto

Merel: Sneeuwlandschap als sporen schatkaart

DALFSEN – Geniet jij ook zo van het witte winterwonderland? In deze Merel lees je hoe sneeuw naast een prachtig landschap ook een uitgelezen kans biedt om je omgeving beter te leren kennen. Hoe het geheimen onthult die normaal verborgen blijven.

“Ik hoef even niks uit te leggen”, kwettert Merel vrolijk vanaf een paaltje met een laagje wit. “Je kunt gewoon mijn pootafdrukken volgen om te zien hoe ik beweeg, krassporen vinden waar ik naar voedsel zoek en kleine gaatjes zien waar ik met mijn snavel prik. Soms zie je zelfs mijn vleugels in de sneeuw”.

Wie door Dalfsen wandelt op een besneeuwde ochtend, ziet meer dan een wit landschap. Vooral op de paden van de mooie landgoederen, daar is de sneeuw vaak nog ongerept. De sneeuw maakt zichtbaar wat er normaal gebeurt, maar meestal onopgemerkt blijft. Sporen laten gedrag zien. Zo herken je reeën aan twee smalle, puntige hoefafdrukken naast elkaar. Konijnen en hazen laten een typisch patroon achter: twee grote achterpoten voor de kleinere voorpoten, omdat ze springend voortbewegen. Vossen laten ronde pootafdrukken zien met duidelijke nagels, vaak in een rechte lijn, omdat ze doelgericht lopen. Vogels verraden zichzelf met kleine pootafdrukken en soms veegsporen van vleugels waar ze zijn geland of opgevlogen. Aan sommige sporen kun je zelfs zien wat het dier daar deed: zoeken naar voedsel, rusten, verplaatsen of vluchten.

Merel vliegt boven de gemeente Dalfsen van hot naar her op zoek naar biodiverse en duurzame verhalen.

Ook nachtelijk gedrag wordt zichtbaar. Veel dieren zijn vooral actief als wij slapen. Reeën bijvoorbeeld zijn schuw en bewegen zich meestal in de schemering en ’s nachts. In de sneeuw zie je ineens waar ze uit dekking komen, welke routes ze gebruiken en hoe vaak ze oversteken tussen bos, weiland en houtwallen. Dat maakt duidelijk hoe intensief het landschap wordt gebruikt, ook als wij denken dat het ‘leeg’ is.

Die sporen nodigen uit om anders te kijken naar onze eigen positie. Wanneer een ree een weg oversteekt, hebben wij vaak het gevoel dat het dier onze weg kruist. Maar eigenlijk ligt die weg dwars door het leefgebied van de ree. Reeën leven bovendien vaak niet alleen. Zie je er één oversteken, dan is de kans groot dat er nog één of meerdere volgen. Dat is belangrijke kennis, want in Overijssel worden jaarlijks meer dan duizend reeën aangereden. Extra opletten geblazen dus op de donkere en rustige wegen langs bosranden en in het open buitengebied.

Voor de dieren is sneeuw vooral lastig. In de winter kost alles meer energie. Dieren moeten warm blijven én voedsel vinden, terwijl dat voedsel door sneeuw bedekt is. Een muis moet dieper graven, een vogel moet langer zoeken naar zaden, een ree moet grotere afstanden afleggen om voldoende te eten. Ook dat kun je in de sporen terug zien: lange zoekroutes, veel heen-en-weer bewegingen en plekken waar dieren blijven hangen omdat daar nog iets te vinden is.

“Als de sneeuw weg is, verdwijnen de sporen”, merkt Merel op terwijl ze weer opstijgt. “Maar dat betekent niet dat wij dan ophouden met bewegen. Als je nu goed kijkt, dan merk je misschien voortaan ook zonder sneeuw meer op van wat er allemaal in je omgeving gebeurt”.

Artikel delen: