DALFSEN – De stoep ligt vol kleine dingen die niemand mist, tot ze zich opstapelen. In deze Merel lees je hoe we zwerfafval samen kunnen aanpakken, terwijl het ook nog eens leuk is.
“Jullie laten veel vallen zonder het door te hebben’’, merkt Merel op. ‘‘Voor mij is het geen klein ding: een dopje lijkt op eten, een zakje blijft hangen in een struik. Als jullie één stap extra zetten naar een prullenbak, scheelt mij dat zoeken naar wat wel en niet veilig is om op te pikken.”
Het is een bekend beeld: een leeg flesje in de berm, een verdwaald frietzakje bij de parkeerplaats, een blikje dat net de prullenbak niet heeft gehaald. We zien het allemaal, maar voelen ons niet altijd verantwoordelijk. Zwerfafval is van niemand of juist van ons allemaal? De vraag is niet alleen hoe we het opruimen, maar vooral hoe we voorkomen dat het er komt te liggen.
“Merel vliegt boven de gemeente Dalfsen van hot naar her op zoek naar biodiverse en duurzame verhalen.”
Wat opvalt als je er beter op let, is dat afval zich verzamelt op logische plekken: langs de Vecht, bij bruggetjes, rondom sportvelden en parkeerplaatsen. Plekken waar mensen samenkomen. Dat betekent ook dat juist daar kansen liggen. Want als je samenkomt om iets achter te laten, kun je ook samenkomen om iets op te ruimen.
Misschien heb je het al eens gehoord: ploggen. Een combinatie van joggen en afval opruimen, overgewaaid uit Zweden. Terwijl je rent, raap je onderweg zwerfafval op. Het klinkt misschien wat fanatiek, maar het idee erachter is simpel: je koppelt iets goeds doen aan iets wat je toch al deed. En dat werkt. Al moeten we natuurlijk oppassen dat het niet té gezellig wordt. Voor je het weet gooien we straks expres iets weg zodat we het weer kunnen oprapen 😉
Gelukkig zijn er ook andere manieren om het leuk te maken. Denk aan een maandelijkse opruimochtend met je straat. Een uurtje samen prikken en daarna koffie met iets lekkers. Goed excuus om om de beurt een taart te bakken. Of een speurtocht voor kinderen: wie vindt het meeste bijzondere stuk afval? Een oude schoen, een speelgoedautootje: je komt van alles tegen. Ook verenigingen kunnen meedoen: een voetbalteam dat na de training een rondje veld en buurt meeneemt. Kleine acties, die samen een groot verschil maken. Zo deden Dalfsen en Lemelerveld zaterdag mee aan de landelijke opschoondag. Drie keer per jaar zet een groep vrijwilligers zich hier samen voor in. En het valt ook op dat steeds meer mensen afval meenemen in hun dagelijkse rondje. Mooi hè?
De echte winst zit misschien wel aan de voorkant. Minder meenemen wat je niet nodig hebt. Beter nadenken waar je iets laat. Even dat kleine ommetje naar de afvalbak. Want wat niet op de grond belandt, hoeft ook niemand op te rapen. Zo simpel is het uiteindelijk.
En stel je eens voor hoe het eruitziet als we dat met elkaar doen. De oevers van de Vecht schoon, de centra van alle dorpen in de gemeente netjes, de bermen langs de fietspaden vrij van rondslingerend plastic. Niet omdat iemand het moest opruimen, maar omdat we het samen niet meer laten liggen.
Merel biedt ons nog een stukje vogelperspectief ter inspiratie: “Voor mij bestaat er geen ‘van jou’ of ‘van mij’. Alles wat hier ligt, hoort bij mijn leefgebied. Ik zou zeggen: behandel het landschap, de straat en de berm net zo als je eigen tuin. Dan blijft het vast een stuk netter.”


