Wilde konijnen, de jonkies komen er weer aan

Wilde konijnen, de jonkies komen er weer aan

DALFSEN – Jonge konijntjes zitten goed beschermd en verstopt in het konijnenhol. Net als bij hazen komt de moeder één keer per dag langs om ze te zogen. Ze doet haar best om het hol verborgen te houden. Als ze weggaat, sluit ze de ingang af met gras of zand, dat ze zorgvuldig neerlegt zodat er niets te zien is. Dit helpt om roofdieren, zoals de vos en roofvogels, op afstand te houden.

De jongen worden kaal en blind geboren en zijn in de eerste dagen volledig afhankelijk van hun moeder. Na ongeveer tien dagen gaan hun ogen open en krijgen ze een vachtje. Zodra ze twee weken oud zijn, gaan de kleintjes voorzichtig naar buiten, maar ze blijven dicht in de buurt van het hol. Nog twee weken later moeten ze al vertrekken en is het tijd om op eigen pootjes te staan. Vanaf dat moment zoeken ze hun eigen territorium en leren ze zelf voedsel vinden, zoals gras, kruiden en jonge scheuten.

Konijnen hebben meestal twee tot drie nestjes per jaar, maar in gunstige omstandigheden kunnen dat er zelfs meer zijn. Het voortplantingsseizoen begint in het voorjaar en loopt door tot halverwege de zomer. Daardoor kan de populatie snel groeien als de omstandigheden goed zijn.

Vroeger waren er veel meer konijnen dan nu. Dat komt onder andere door ziektes zoals myxomatose en VHS (viral hemorrhagic disease), die grote aantallen konijnen hebben gedood. Daarnaast hebben ze te maken met natuurlijke vijanden, zoals de vos en roofvogels, en ook veranderingen in het landschap spelen een rol, zoals minder geschikte leefgebieden.

Toch komen konijnen in Nederland nog steeds voor, ook in de buurt van Dalfsen. Je vindt ze vooral in open gebieden met zandgrond, zoals graslanden, dijken en bosranden waar ze makkelijk holen kunnen graven. De aantallen zijn wel lager dan vroeger, maar lokaal kunnen ze nog best algemeen zijn.

Afbeelding van Nature Today

Nestje konijnen,
Wat ik mij nog van vroeger herinner was dat altijd op de plek waar het paasvuur was geweest bij ons thuis op het erf een aantal dagen later een wildkonijn daar een nestje maakte in een hol. Heeft dat te maken dat de grond dan daar nog lekker warm was?  Maar schijnt niet zo te zijn.

Wat je beschrijft klinkt heel herkenbaar, en het is best logisch gedacht — maar de warmte van het paasvuur is waarschijnlijk niet de belangrijkste reden. Het konijn zoekt losse, bewerkte grond.
Na een paasvuur is de grond vaak: losser en daardoor makkelijker om in te graven. Een plek waar een vuur heeft gebrand is tijdelijk kaal. Dat geeft goed zicht op roofdieren, geeft veiliger gevoel. De geur van rook en het feit dat de plek net verstoord is geweest kan roofdieren (tijdelijk) juist afschrikken. Dat kan het aantrekkelijk maken voor een konijn om daar te nestelen.

Artikel delen: