Op een gegeven moment kwam ik over een houten bruggetje en vroeg ik andere fietsers of zij wisten waar het theehuis precies lag. Gelukkig zat ik goed. “Even dat tunneltje door,” zeiden ze, “en dan zie je het vanzelf aan je linkerhand.” En inderdaad: daar verscheen een enorm gebouw. Niet zomaar groot, maar écht indrukwekkend groot.
Voor het gebouw lag een soort boomgaard en buurttuin. Dat moest haast wel de plek zijn. En ja hoor: hier troffen we de gezellige drukte van de Lentefair. Voor het gebouw stonden allerlei leuke kraampjes, maar eenmaal door de poort bleek er nog veel meer te zien.
De kraamhouders verkochten allerlei leuke spullen, ideaal als cadeautje voor Moederdag. Veel producten waren gemaakt door cliënten die daar wonen en deelnemen aan dagbesteding. Ook de bediening in het theehuis wordt verzorgd door cliënten. Bewoners, vrijwilligers en buurtbewoners werken hier samen. Er wordt koffie gezet, taart gebakken, bloemen geschikt en lunch voorbereid en geserveerd. Iedereen draagt op zijn of haar eigen manier bij: soms zichtbaar achter de bar, soms rustig op de achtergrond. Dat maakt het theehuis juist zo bijzonder.
Wanneer we dwars door het gebouw lopen, ontdekken we nog meer kraampjes, onder andere met bloemschikken. Bezoekers konden zelfs een bijenhotel maken. Er was een ruimte met kippen, konijnen en schapen. Daarnaast gaf een natuurgids uitleg over planten uit de natuur. Zij vertelde bijvoorbeeld over bladeren die je als een soort pleister kunt gebruiken en die helpen bij het helen van wondjes. Erg leuk, vooral omdat alles van dichtbij te bekijken was.
Toen we via een andere route terugfietsten, kwamen we uiteindelijk uit in Ittersum, vlak bij de manege aan de Hollewandsweg. Vanaf daar kwamen we weer op bekend terrein richting huis. Onderweg zagen we trouwens nog meer interessante dingen. Daarover gaat het volgende item.
Wie meer wil weten over hoe deze instelling werkt, kan nog even verder kijken op hun website.




















