DALFSEN – Je loopt door Dalfsen, ziet een plantje tussen de stoeptegels en denkt er waarschijnlijk niet meteen over na hoe het daar terecht is gekomen. In deze Merel lees je hoe planten hun zaden op reis sturen en wat wij kunnen doen om ze daarbij een handje te helpen.
“Vanmorgen heb ik eerst een paar bessen uit een struik gegeten’’, kwettert Merel vrolijk vanaf een hekpaaltje. ‘‘Daarna ben ik naar de andere kant van de vecht gevlogen om mijn darmen te legen. Dat doe ik eigenlijk elke dag. Ik neem mijn rol in het verspreiden van zaden heel serieus.”
Dat planten niet kunnen lopen, betekent dus helemaal niet dat ze stilzitten. Hun zaden hebben allerlei manieren om nieuwe plekken te bereiken. Sommige zweven met de wind mee, andere blijven aan een dierenvacht hangen of worden door vogels zoals Merel verspreid. Een eikel wordt meegenomen door een gaai of eekhoorn en kan zomaar ergens anders uitgroeien tot een nieuwe boom. En een paardenbloem? Die heeft zijn eigen parachuutjes al klaar.
Merel vliegt boven de gemeente Dalfsen van hot naar her op zoek naar biodiverse en duurzame verhalen.
Ook in Dalfsen zie je die reisbewegingen overal. Langs de Vecht, op landgoederen, in bermen, weilanden en natuurgebieden staan planten die ieder op hun eigen manier proberen een volgende generatie op weg te helpen. De gemeente maait de bermen inmiddels minder vaak en anders, zodat planten de kans krijgen om te bloeien en zaad te maken. Dat zaad kan vervolgens weer een nieuwe plant opleveren.
Daar kunnen we zelf ook iets mee. Heb je een tuin? Maai dan eens niet alles tegelijk kort. Laat een stukje staan, zodat planten kunnen bloeien en zaad kunnen maken. Je hoeft echt niet meteen je hele tuin om te bouwen. Een hoekje met wat langer gras of een paar uitgebloeide planten kan al verschil maken.
Wie zelf zaait, kan het beste kiezen voor inheemse soorten die bij de plek passen. Dat is belangrijker dan alleen een zakje met een vrolijk bloemenmengsel kopen. Inheemse planten zijn niet alleen mooi voor ons, ze zijn ook belangrijk voor insecten die juist van die planten afhankelijk zijn. Bij vlinders gaat dat bijvoorbeeld verder dan nectar: rupsen hebben vaak specifieke inheemse planten nodig om te kunnen opgroeien.
Daarnaast hoef je niet altijd zaden te kopen, ze liggen al in de bodem te wachten op de juiste omstandigheden om te ontkiemen. Door minder te maaien en het maaisel af te voeren als je wel maait, geef je inheemse zaden die al in de grond zitten de ruimte om te groeien. Voor je het weet ontstaat er vanzelf een verrassend bloemenmengsel.
Misschien is dat wel het leukste aan zaden: je weet nooit precies waar ze terechtkomen. Een vogel, de wind, een muis of gewoon een stevige regenbui kan ervoor zorgen dat een plant ineens ergens anders opduikt. Dus als je buiten een klein plantje tussen het gras ziet staan, kijk dan eens wat beter. Misschien kijk je wel naar het resultaat van een reis die maanden geleden begon.
“Mijn werk zit er voor vandaag weer op. Ik heb gegeten, gevlogen en op verschillende plekken iets achtergelaten. Nu maar afwachten waar volgend jaar iets groens omhoogkomt.”


