Gezamenlijke brief voor minister Van Essen

Gezamenlijke brief voor minister Van Essen

DALFSEN – REGIO – Regio vraagt kabinet in gezamenlijke brief om heldere en uitvoerbare stikstofmaatregelen. De gemeente Dalfsen heeft het initiatief genomen om samen met de gemeenten Hardenberg, Ommen, Staphorst en Zwartewaterland te reageren op het stikstofpakket van minister Van Essen.

 

De gemeenten onderschrijven dat een structurele oplossing nodig is voor een toekomstbestendige landbouw, het weer op gang brengen van vergunningverlening voor onder andere woningbouw en het behalen van wettelijke natuurdoelen.

Tegelijkertijd vragen de gemeenten het kabinet duidelijk te maken hoe agrarische ondernemers de voorgestelde doelen in de praktijk kunnen realiseren, zonder daarbij onevenredig hard te worden geraakt.

 

De brief is namens de vijf gemeenten aan de minister verzonden. Daarnaast worden de aandachtspunten ingebracht bij de P10, het samenwerkingsverband van plattelandsgemeenten, met het voorstel om gezamenlijk richting kabinet en Tweede Kamer op te trekken.

 

Vervolg op boerenprotest

Op maandag 10 augustus kwamen ongeveer 250 inwoners en ondernemers met trekkers naar het gemeentehuis in Dalfsen. Zij boden het gemeentebestuur een brief aan over hun zorgen voor de toekomst van de landbouw, het buitengebied en het lokale ondernemerschap. Het college nam deze brief in ontvangst en gaf aan de signalen serieus te bekijken. Met het initiatief voor een gezamenlijke regionale reactie geeft Dalfsen daar nu een vervolg aan.

 

Wethouder Betsy Ramerman (Plattelandsontwikkeling en gebiedswethouder platteland): “De zorgen die vorige maand met ons werden gedeeld, zijn duidelijk. Achter ieder bedrijf staan mensen, gezinnen en vaak meerdere generaties. Zij willen weten waar ze aan toe zijn. Wij steunen de landelijke doelen voor een toekomstbestendige landbouw, het weer mogelijk maken van vergunningverlening en het behalen van wettelijke natuurdoelen. Aan ondernemers worden steeds hogere verwachtingen gesteld op het gebied van stikstof, natuur, water en klimaat. Dan mag ook verwacht worden dat de overheid een haalbaar pad aanbiedt waarmee die opgaven daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Die uitwerking missen wij in de Kamerbrief.”

 

Boeren moeten de doelen ook kunnen halen

In de gezamenlijke brief vragen de gemeenten om duidelijke regels en maatregelen waarmee boeren de stikstofdoelen in de praktijk kunnen halen. Wie investeert in innovatie of de bedrijfsvoering aanpast, moet erop kunnen vertrouwen dat deze maatregelen niet na een paar jaar weer moeten worden teruggedraaid.

 

Dat geldt voor alle agrarische ondernemers, benadrukken de gemeenten. Zowel agrarische ondernemers binnen als buiten de voorgestelde zones moeten weten welke ruimte zij houden om te investeren, te vernieuwen en hun bedrijf over te dragen aan een volgende generatie. Dat is niet alleen belangrijk voor boeren, maar ook voor andere bedrijven, de werkgelegenheid en de leefbaarheid van het platteland.

 

Regio wil meedenken over oplossingen

De gemeenten nodigen minister Van Essen daarnaast uit om naar de regio te komen. Zij willen met de minister, de provincie, waterschappen, agrarische ondernemers en andere gebiedspartners bespreken welke oplossingen in de praktijk werkbaar zijn.

 

Wethouder Ramerman: “Onze regio heeft veel ervaring met gebiedsgericht samenwerken. We willen niet alleen aangeven waar beleid knelt, maar ook laten zien welke initiatieven en oplossingen hier al worden ontwikkeld. Juist door landelijke doelen te verbinden met kennis uit de praktijk, komen we tot een integrale aanpak die effectief en uitvoerbaar is.”

 

Hier de brief in een pdf bestand, vaak gaat de tekst dan lopen. Sorry daar voor. Had eigenlijk in word bestand gemoeten

 

 

De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
De heer J. van Essen
Postbus 20401
2500 EF Den Haag
Uw brief/kenmerk:
Ons kenmerk:
Inlichtingen bij:
Doorkiesnummer:
130864
Derk van Dijken
+31529488366
Onderwerp:
Zaaknummer:
Datum:
Reactie op de kamerbrief “Weer ruimte voor de boer, natuur en bouw: maatregelenpakket voor landbouw, natuur en stikstof
122459
3 september 2026
Geachte minister Van Essen,
Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van uw Kamerbrief “Weer ruimte voor de boer, natuur en bouw: maatregelenpakket voor landbouw, natuur en stikstof” van 26 juni 2026.
Als gemeenten in het Vechtdal en Noordwest Overijssel werken wij binnen verschillende samenwerkingsverbanden, waaronder Toekomst voor Ons Platteland (TvOP), samen met agrarische ondernemers, provincie, waterschappen en maatschappelijke partners aan de toekomst van ons landelijk gebied. Vanuit die verantwoordelijkheid voelen wij ons betrokken bij de verdere uitwerking van uw voorstellen.
Wij onderschrijven het belang van een structurele oplossing voor de stikstofproblematiek en erkennen de noodzaak om toekomstbestendige landbouw, vergunningverlening en natuurherstel met elkaar in balans te brengen. Ook voor PAS melders zal dit een oplossing moeten bieden. Juist daarom vinden wij het van belang dat de gekozen aanpak niet alleen doelmatig is, maar ook uitvoerbaar, juridisch houdbaar en economisch realistisch voor de ondernemers die een belangrijke bijdrage moeten leveren aan het behalen van deze doelstellingen.
Signalen uit onze regio
Vanuit onze rol als medeoverheid en gebiedspartner zien wij dagelijks hoe beleid in de praktijk uitwerkt. Daarbij ontvangen wij signalen vanuit het gebied, maar brengen wij ook onze eigen ervaring in vanuit gebiedsprocessen, vergunningverlening en de ontwikkeling van een toekomstbestendig landelijk gebied. De omvang van de bijeenkomsten en protestacties die de afgelopen periode in onze regio hebben plaatsgevonden laat zien dat de onzekerheid onder ondernemers groot is. Tegelijkertijd zien wij veel ondernemers die willen investeren in verduurzaming, innovatie en maatschappelijke opgaven.
Achter ieder bedrijf staat een gezin
Achter deze ontwikkelingen gaan niet alleen bedrijven schuil, maar ook gezinnen die hun toekomst verbonden zien met het landelijk gebied. De onzekerheid over regelgeving, investeringen en toekomstperspectief raakt daarom niet alleen de bedrijfsvoering, maar ook de mensen achter de onderneming.
De betekenis van de agrarische sector voor onze regio reikt daarbij verder dan de primaire landbouw alleen. Ook bedrijven en organisaties in de agrarische keten zijn nauw verbonden met de toekomst van het landelijk gebied. Ontwikkelingen binnen de landbouw hebben daardoor gevolgen voor werkgelegenheid, investeringen en economische vitaliteit in onze regio.
Juist daarom willen wij met u het gesprek aangaan over de uitvoerbaarheid, haalbaarheid en evenredigheid van de voorgestelde aanpak, zodat de beoogde doelen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden met behoud van perspectief voor ondernemers, ketenpartners en een vitaal platteland.
Met deze brief nemen wij geen standpunt in over uw Kamerbrief als geheel. Wij delen wel de vragen, aandachtspunten en zorgen die in onze regio leven en die wij vanuit onze praktijkervaring herkennen. Juist daarover gaan wij graag met u in gesprek, met als gezamenlijk doel te komen tot een uitvoerbare, haalbare en effectieve aanpak.
Haalbaarheid van de voorgestelde opgave
Vanuit onze contacten met ondernemers, adviseurs en sectororganisaties ontvangen wij signalen dat onderdelen van de voorgestelde aanpak in de praktijk moeilijk uitvoerbaar zijn. Daarnaast herkennen wij vanuit onze eigen ervaring met vergunningverlening, gebiedsprocessen en regionale samenwerking een aantal van deze vraagstukken.
Veel agrarische ondernemers geven aan dat de voorgestelde reductiedoelen voor onder meer ammoniak en CO₂ niet haalbaar zijn of alleen haalbaar zijn wanneer voldoende ruimte bestaat voor innovatie of extensivering van bedrijfsvoering.
Bij innovatie lopen ondernemers regelmatig vast op vergunningverlening, juridische onzekerheid en de aanzienlijke investeringen die daarvoor nodig zijn. Tegelijkertijd zien wij in onze regio veel ondernemers die bereid zijn te investeren in emissiereductie, verduurzaming en innovatie, mits voldoende zekerheid bestaat dat deze investeringen ook daadwerkelijk bijdragen aan een toekomstbestendig bedrijf.
Bij extensivering betekent dit in de praktijk vaak minder dieren of meer grond. Daarbij lopen ondernemers tegen fundamentele vragen aan. Grond is schaars en in veel gebieden nauwelijks beschikbaar. Daarnaast bestaan zorgen over de economische haalbaarheid van verdere extensivering en de vraag of het verdienvermogen van bedrijven overeind blijft.
Hierdoor ontstaat het risico dat ondernemers wel worden aangesproken op het behalen van reductiedoelen, terwijl de instrumenten die daarvoor nodig zijn in de praktijk onvoldoende beschikbaar, toegankelijk of juridisch toepasbaar blijken.
In onze regio lopen daarnaast tal van initiatieven waarin ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties samenwerken aan emissiereductie, waterkwaliteit, biodiversiteit en een toekomstbestendig verdienmodel. Deze praktijkervaring laat zien dat er bereidheid bestaat om stappen te zetten, mits daarvoor voldoende perspectief en zekerheid aanwezig zijn.
Daarbij vinden wij het van belang dat de totale aanpak daadwerkelijk leidt tot natuurherstel. Dat vraagt niet alleen inspanningen van agrarische ondernemers, maar ook een duidelijke rol van provincie en terreinbeherende organisaties. Voor het draagvlak en de uitvoerbaarheid van beleid is het essentieel dat zichtbaar is dat maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan het beoogde doel. De acties die van ondernemers worden gevraagd, moeten aantoonbaar effect hebben.
Wij vragen u daarom hoe ondernemers de gestelde doelen kunnen behalen wanneer innovatie in de praktijk beperkt vergunbaar is, extensivering vaak vraagt om grond die niet beschikbaar is en er
tegelijkertijd zorgen bestaan over het verdienvermogen van bedrijven. Wij horen graag welke concrete handelingsperspectieven het Rijk hierin ziet.
Wij achten het daarbij van groot belang dat ondernemers kunnen vertrouwen op maatregelen die niet alleen vandaag worden gestimuleerd, maar ook op langere termijn juridisch standhouden. Alleen dan ontstaat de investeringszekerheid die nodig is om daadwerkelijk stappen te zetten richting de beoogde doelstellingen.
Juridische borging als sleutel voor perspectief
Vanuit onze rol in vergunningverlening, gebiedsontwikkeling en regionale samenwerking hebben wij de afgelopen jaren ervaren hoe belangrijk juridische houdbaarheid is voor het daadwerkelijk realiseren van maatschappelijke opgaven.
Voor onze gemeenten is het daarom van groot belang dat niet alleen wordt gekeken naar welke maatregelen wenselijk zijn, maar ook naar de vraag hoe managementmaatregelen, innovaties en andere emissiereducerende instrumenten juridisch houdbaar kunnen worden geborgd. Alleen dan ontstaat zekerheid voor ondernemers, ruimte voor vergunningverlening en vertrouwen om te investeren in de transitie die we gezamenlijk voor ogen hebben.
Gebiedsprocessen vragen tijd, vertrouwen en draagvlak
Wij waarderen dat in uw brief ruimte wordt geboden voor gebiedsgerichte oplossingen en de mogelijkheid van omwisselbesluiten. Tegelijkertijd vragen wij aandacht voor de uitvoerbaarheid van het voorgestelde tijdpad.
Als gemeenten hebben wij ruime ervaring met gebiedsprocessen. Onze ervaring is dat het ontwikkelen van gedragen oplossingen tijd vraagt. Gebiedsprocessen vragen om vertrouwen, zorgvuldig onderzoek, participatie van ondernemers, inwoners, grondeigenaren, ketenpartners, waterschappen, provincie en maatschappelijke organisaties, gevolgd door bestuurlijke besluitvorming.
Tegen die achtergrond vragen wij ons af of de termijn tot 1 januari 2028 voldoende ruimte biedt om te komen tot zorgvuldig onderbouwde en breed gedragen gebiedsvoorstellen. Daarbij speelt mee dat in verschillende gebieden reeds processen lopen die mogelijk geraakt worden door de voorgestelde zonering.
Ook zien wij dat gebiedsprocessen niet alleen afhankelijk zijn van gemeenten en ondernemers, maar nadrukkelijk ook van provinciale besluitvorming, waterschappen en andere gebiedspartners. Juist daarom is een realistisch tijdpad van belang. Alleen wanneer alle betrokken partijen voldoende ruimte hebben om gezamenlijk tot gedragen oplossingen te komen, kan gebiedsgericht maatwerk succesvol zijn.
Daarbij vinden wij het belangrijk dat gebiedsprocessen kunnen worden beoordeeld op hun totale bijdrage aan de doelen van een gebied. Een gebiedsproces kan ook succesvol zijn wanneer op een afzonderlijk doel minder resultaat wordt bereikt, mits de totale gebiedsaanpak aantoonbaar bijdraagt aan de bredere opgaven voor landbouw, natuur, water en leefbaarheid.
Wij zien de provincie Overijssel daarbij als een onmisbare partner in de verdere uitwerking van de voorgestelde aanpak. Heldere rollen, verantwoordelijkheden en randvoorwaarden zijn essentieel om gebiedsprocessen succesvol te laten verlopen.
Wij vragen u daarom om duidelijkheid over de ruimte die bestaat wanneer blijkt dat meer tijd nodig is om tot gedragen gebiedsoplossingen te komen. Onze ervaring is dat succesvolle gebiedsprocessen alleen kunnen ontstaan wanneer betrokken partijen gezamenlijk eigenaar willen zijn van de oplossing. Draagvlak laat zich niet afdwingen binnen een kalendertermijn.
Onderbouwing van de voorgestelde zones
Op basis van de gepubliceerde kaarten constateren wij dat delen van onze gemeenten binnen de voorgestelde zoneringen vallen.
Tegelijkertijd ontbreekt voor ons op dit moment voldoende inzicht in de onderbouwing van de gekozen afstanden en begrenzingen. Om de gevolgen voor ondernemers, inwoners, gebiedsprocessen en lokale overheden zorgvuldig te kunnen beoordelen, hebben wij behoefte aan meer duidelijkheid over de gehanteerde uitgangspunten.
Deze onderbouwing is voor ons van belang om effecten op lokaal niveau te kunnen duiden en eventuele oplossingsrichtingen te verkennen.
Perspectief voor landbouwgebieden buiten de aangewezen zones
Daarnaast willen wij nadrukkelijk aandacht vragen voor de landbouwgebieden die buiten de voorgestelde zones rondom Natura 2000-gebieden liggen.
Het grootste deel van onze gemeenten bestaat uit dergelijke gebieden. Juist hier bevindt zich een groot deel van de agrarische sector van de toekomst. In deze gebieden werken ondernemers, ketenpartners en overheden samen aan opgaven op het gebied van toekomstbestendige landbouw, waterbeheer, bodemkwaliteit, biodiversiteit, groenblauwe dooradering, klimaatadaptatie en leefbaarheid.
Voor veel ondernemers is niet alleen van belang welke beperkingen uit beleid voortvloeien, maar vooral welk perspectief het beleid biedt aan bedrijven die willen blijven ondernemen. Ondernemers die willen investeren in verduurzaming, innovatie en maatschappelijke opgaven hebben behoefte aan duidelijkheid over hun ontwikkelmogelijkheden op de langere termijn.
Het ontwikkelperspectief van de landbouw is bovendien niet alleen van belang voor individuele bedrijven, maar ook voor de bredere agrarische keten, de werkgelegenheid en de economische vitaliteit van onze plattelandsgebieden.
Wij zien het risico dat de aandacht in de komende periode vooral uitgaat naar de gebieden binnen de voorgestelde zones, terwijl het toekomstperspectief van een groot deel van de agrarische sector juist wordt bepaald in de gebieden daarbuiten. Zowel de landbouwgebieden buiten de aangewezen zones als de gebieden rondom Natura 2000 zijn van belang voor een toekomstbestendige landbouw en een toekomstbestendig landelijk gebied. Juist de samenhang tussen deze gebieden bepaalt uiteindelijk het succes van de gebiedsgerichte aanpak.
Wij vragen u daarom om in de verdere uitwerking van het beleid expliciet aandacht te besteden aan ontwikkelperspectief, investeringsruimte en een economisch houdbaar toekomstbeeld voor ondernemers buiten de aangewezen zones.
Uitnodiging
Graag nodigen wij u uit voor een gesprek in onze regio over de uitwerking van uw maatregelenpakket. Samen met gemeenten, provincie, waterschappen, gebiedspartners, ketenpartners en agrarische ondernemers gaan wij graag met u in gesprek over de kansen, knelpunten en randvoorwaarden voor een uitvoerbare en gedragen aanpak.
Onze regio kent een rijke praktijk van gebiedsgericht samenwerken en vormt tegelijkertijd een herkenbaar voorbeeld van de opgaven waar veel Nederlandse plattelandsgebieden voor staan: een sterke agrarische sector, actieve gebiedsprocessen, Natura 2000-opgaven en een grote bereidheid om te investeren in toekomstige oplossingen.
Wij delen graag de ervaringen, lessen en innovaties die hier zijn opgebouwd en denken actief mee over oplossingen die bijdragen aan zowel natuur- en klimaatdoelen als aan een toekomstbestendige en economisch vitale agrarische sector. Wij bieden u daarbij niet alleen inzicht in signalen en vraagstukken uit de praktijk, maar juist ook in de kansen, samenwerkingen en oplossingsrichtingen die in onze regio worden ontwikkeld.
Wij geloven dat juist in de ontmoeting tussen beleid en praktijk de basis ligt voor duurzame en uitvoerbare oplossingen.
Met vriendelijke groet,
Namens de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Hardenberg, Ommen, Staphorst en Zwartewaterland.
Betsy Ramerman,
Wethouder gemeente Dalfsen
Lucas Mulder,
Wethouder gemeente Staphorst
Elma Soeten,
Wethouder gemeente Hardenberg
Maarten Slingeland,
Wethouder gemeente Zwartewaterland
Sonja Rasenberg,
Wethouder gemeente Ommen

Artikel delen: