NIEUWLEUSEN – Er was een kastanje genaamd Kasper. Kasper woonde hoog in de top van een reusachtige, oude tamme kastanjeboom aan de rand van het bos. Terwijl de andere kastanjes om hem heen klaagden over hoe krap het was in hun stekelige bolsters, vond Kasper zijn groene, harige jasje juist prachtig.
Het hield hem lekker warm tijdens de frisse septembernachten en beschermde hem tegen de nieuwsgierige snavels van de vlaamse gaaien.”Ik ga hier nooit weg,” zei Kasper eigenwijs tegen zijn broertjes. “Boven in de boom heb je het beste uitzicht van het hele bos!”
Maar de herfst luistert niet naar eigenwijze kastanjes. De dagen werden korter en de wind begon harder aan de takken te schudden. Kaspers groene jasje begon langzaam te verkleuren. Eerst werd het geel, daarna goudbruin, en de stekels werden zo scherp als spelden. Kasper voelde dat hij groeide en groeide, tot zijn jasje strak begon te zitten.
Op een stormachtige oktoberochtend gebeurde het. Een harde windvlaag greep de tak vast. KRAK! Kasper voelde dat zijn bolster openbarstte. Drie glanzende, diepbruine puntjes kwamen tevoorschijn en keken nieuwsgierig naar de wereld daaronder.
“Oei,” piepte Kasper. Maar voordat hij er erg in had, liet de steel los. Samen met zijn stekelige bolster maakte hij een spectaculaire duikvlucht naar beneden. PLOF! Hij landde precies in een zacht bed van vochtige, herfstkleurige bladeren.
Toen Kasper bijkwam van de landing, keek hij om zich heen. Zijn bolster was wijd opengeklapt, precies zoals op de foto. Daar lag hij dan, met zijn broertjes stevig tegen elkaar aan gedrukt, half uit hun warme nestje. De stekels die hem eerst beschermden, stonden nu als een trotse krans om hen heen.
“Nou,” fluisterde Kasper tegen de anderen, “het is hier beneden eigenlijk best gezellig.”
Nog diezelfde middag klonken er stemmen in het bos. Twee kinderen met felgekleurde laarsjes en een rieten mandje liepen over het pad. “Kijk hier!” riep een van de kinderen enthousiast. “Deze is prachtig opengebarsten. En wat glanzen ze mooi!”
Kasper werd voorzichtig uit zijn stekelige bedje getild en in de mand gelegd, klaar voor een nieuw avontuur. Die avond zat hij niet meer in een koude boom, maar lag hij gezellig te poffen in een warme oven, klaar om de lekkerste traktatie van de herfst te worden.
Femmie Smink


