DALFSEN – Het is nog niet zo ver, maar het is mogelijk dat voor hobbymatig gehouden pluimvee een afschermplicht ingesteld gaat worden/ Binnen de ingestelde zone moeten pluimveehouders hun dieren afschermen (afschermplicht).
Ze moeten ervoor zorgen dat hun pluimvee geen contact kan hebben met in het wild levende dieren. Of met ander gehouden pluimvee. Ook mogen ze geen contact hebben met uitwerpselen van andere vogels.
Maatregelen tegen vogelgriep
Als er vogelgriep uitbreekt, neemt de Rijksoverheid maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen. Bijvoorbeeld met een vervoersverbod van pluimvee.
Ophok- en afschermplicht
De staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken heeft op woensdag 9 november 2016 voor heel Nederland een ophok- en afschermplicht ingesteld. Dit geldt voor alle bedrijven die vogels houden die bestemd zijn voor de productie van vlees, eieren of andere producten en voor het uitzetten in het wild.
De maatregel is uit voorzorg genomen nadat er in een aantal Europese landen bij wilde vogels vogelgriep van het type H5N8 is aangetroffen.
Lees meer vragen en antwoorden over de vogelgriep H5N8.
Aangescherpte bezoekersregeling pluimveebedrijven
Sinds maandag 14 november 2016 geldt een aangescherpte bezoekersregeling voor pluimveebedrijven. Dit betekent dat buitenstaanders geen stallen mogen bezoeken. Alleen voor bijvoorbeeld een dierenarts geldt een uitzondering. Daarnaast moeten kinderboerderijen, dierentuinen en houders van hobbyvogels ervoor zorgen dat bezoekers niet in contact komen met de gehouden vogels.
Ook is een verbod ingesteld op het:
- tentoonstellen van sierpluimvee en watervogels;
- jagen op watervogels;
- jagen waarbij watervogels verstoord worden.
Voorkomen van besmetting vogelgriep
Vogelgriep kan via besmet pluimvee of transportmiddelen de Europese Unie (EU) binnenkomen. De EU heeft regelgeving om dit te voorkomen. Zo moeten veehouders en transporteurs van levende dieren hygiënische maatregelen nemen tegen vogelgriep.
De overheid controleert regelmatig gehouden pluimvee en vogels in het wild op antistoffen tegen het virus. Op deze manier is vogelgriep in een vroeg stadium te ontdekken. Verspreiding van het virus kan dan beperkt blijven (‘early warning programma’).
Pluimveehouders moeten vogelgriep melden
Pluimveehouders moeten goed letten op eventuele symptomen van vogelgriep bij hun pluimvee. Voor vogelgriep geldt een aangifteplicht. Pluimveehouders moeten de (verschijnselen van) vogelgriep melden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Verdenking van vogelgriep op een bedrijf
Zodra melding is gemaakt van een mogelijke besmetting, geldt een bedrijf als verdacht. De NVWA blokkeert dan het bedrijf. Dat wil zeggen: de veehouder mag geen dieren of dierlijke producten meer afvoeren van zijn bedrijf. Ook voorwerpen die drager van het virus kunnen zijn mogen niet van het bedrijf af. Zoals voertuigen, mest en strooisel.
De veehouder moet aan alle maatregelen meewerken. De NVWA neemt officiële monsters van de dieren. Deze monsters gaan voor onderzoek naar het Centraal Veterinair Instituut (CVI) in Lelystad. Dit onderzoek is nodig om de uitbraak te bevestigen of uit te sluiten.
Lees meer over de maatregelen bij verdenking van vogelgriep op de website van de NVWA.
Maatregelen bij besmetting
Als uit onderzoek blijkt dat er vogelgriep heerst op een bedrijf, start de Rijksoverheid met de bestrijding. De blokkade van het bedrijf blijft van kracht. De NVWA ruimt alle dieren die voor het virus gevoelig zijn. Ook stelt de NVWA een onderzoek in naar de herkomst. En naar mogelijke verspreiding van het virus. Het is van belang zo snel mogelijk de bron en de verspreidingsroute te achterhalen. Pas dan wordt duidelijk hoeveel meer bedrijven mogelijk besmet zijn.
Lees meer over de maatregelen bij besmetting van vogelgriep op de website van de NVWA.
Vervoersverbod tegen verspreiding vogelgriepvirus
De overheid kondigt een vervoersverbod af binnen een bepaalde zone rond het bedrijf. Dit moet verspreiding van het virus voorkomen. Binnen de zone is vervoer van bijvoorbeeld pluimvee, eieren en pluimveemest verboden. Het vervoersverbod geldt mogelijk ook voor andere dieren, zoals koeien en varkens.

