Het was eerste kerstdag en miezerig het weer. Wat verlichting wilde de uren schemer opfleuren, maar in mijn hart sloeg dat nauwelijks aan.
Tot ik in een voortuin twee dieren zag: een moederschaap met haar lam. Gewoon in het dorp, niet op het veld buiten, zoals in Bethlehem. Hier woont niet iemand met het beroep boer, dacht ik. Hier waakt een herder, die vanachter zijn voorruit de beesten kan zien. Die misschien wel dat lam op zijn schouder heeft meegenomen – het was eigenzinnig verdwaald – en bij zijn moeder terug gebracht.
Zoals in het verhaal van de Goede Herder. Misschien heeft het wel bij een kribbe gestaan, met een kind erin dat later werd geofferd als een lam voor het kwaad in mij. Zo scheen toch even de zon in mistige wintertijd. De foto die ik maakte is het bewijs. Want anders geloven we er geen sikkepit van wat ik hier vertel.
Hardleers als we zijn. Koppige bokken.
(lenze l. bouwers)


