DALFSEN – Op 23 mei 2010 wordt de 21-jarige Tonio van der Heijden door een auto geschept en in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht, waar hij overlijdt. Zijn ouders, die hun enige zoon op de intensive care zien overlijden, worden geconfronteerd met het grootste verlies van hun leven.
Terwijl Mirjam hard vecht om niet in een neerwaartse spiraal van verdriet terecht te komen, doet Adri het enige waar hij op dat moment toe in staat is: in zijn herinnering graven, aantekeningen maken, schrijven. Zijn gedachten worden voortgedreven door twee dwingende vragen: wat gebeurde er met Tonio in de laatste uren en dagen voorafgaand aan de ramp, en hoe kon dit ongeluk plaatsvinden? Een zoektocht naar het wat en het hoe, die leidt langs verschillende ooggetuigen, vrienden, politieagenten en artsen. Zo reconstrueert hij het leven van zijn zoon in een radeloze queeste naar zin en betekenis.
Tonio’s bestaan laat een fantoompijn achter bij zijn ouders, die in alles om hen heen en in henzelf aan hem herinnerd worden. Ze rouwen, maar moeten ook proberen te voorkomen dat hun eigen levens in een neerwaartse spiraal van verdriet terechtkomen.


