REGIO – Grote landelijke sponsorovereenkomsten met sportbonden of topsportploegen zoals de bank ze vroeger afsloot, behoren bij de Rabobank tot het verleden. Dat valt op te maken uit de nieuwe sponsoringplannen die de bank uit Utrecht dinsdag bekendmaakt.
Waar Rabobank voorheen het landelijke gezicht was van bijvoorbeeld de Rabo Wielerploeg en sponsorcontracten had met onder meer de Nederlandse wielerbond KNWU en de paardensportbond KNHS, wordt de focus in het nieuwe beleid volledig verlegd naar het versterken van lokale verenigingen.
Wielrenster en tweevoudig olympisch kampioene Marianne Vos in training op de rollerbank. Voorheen was Rabobank het landelijke gezicht van bijvoorbeeld de wielerploeg. Foto:Pim Ras/ Hollandse Hoogte
Budget
Naast de traditionele bijdrage in geld, draagt de bank in de nieuwe plannen via samenwerking met andere partijen ook bij door het beschikbaar stellen van kennis en kunde. Het nieuwe beleid geldt niet alleen voor sportverenigingen maar ook voor culturele instellingen. Aan de cultuurkant gaat Rabobank samenwerking aan met het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA), Kunstbende en Lowlands. Op sportvlak sluit de bank een sponsorovereenkomst met Team NL, dat 26 sportbonden vertegenwoordigt.
Het totale budget voor sponsoring blijft in 2017 op ongeveer hetzelfde niveau als in 2016, toen door lokale banken en Rabobank Nederland samen rond de €30 mln werd besteed aan sponsoring. Het bedrag is wel substantieel lager dan in de jaren daarvoor. In 2014, het laatste jaar waarover Rabobank die cijfers heeft gepubliceerd, gaf de bank in Nederland bijvoorbeeld ruim €38 mln uit aan sponsoring. In 2012, het laatste jaar dat Rabobank een eigen profploeg in de wielrennerij sponsorde, was dat bijna €58 mln. Ondanks de forse terugloop behoort Rabobank tot de grotere sponsors in het Nederlandse bedrijfsleven.

