Sallands dialect 13, ongeluks getal

Sallands dialect 13, ongeluks getal, dus pas op veur die klaphengst. Klaphengst = hengst waar 1 bal weg is, maar ook een gezegde tegen een onbetrouwbaar paard. Klapholt = dun hout, zo mager als een klapholt = heel erg mager. Kleisteren = onbeheerst lopen of klauteren.

Klepmölle = soort vogelverschrikker in een kersenboom. Klepperkonte = slenteraar. Kleroasie = kleding. Klier = smal staand boordje op een manshemd, vervelend joch of klier. Kloarjappel = maaltijd bestaande uit alleen aardappelen. Klokke = kloek bij een kip of gewoon een klok. Klongels = voorwerpen van slechte kwaliteit, werknemers die geen prestatie leveren. Kloppe = gereedschap van een rietdekker, of een schijnheilig iemand. Klötteren = kleine karweitjes opknappen. Knärre, vervelend iemand. Olde knärre = oud taai mens. Knässebot = kraakbeen. Knibbelen = ruzie maken. Kniene = konijn, of knieën. Knieperd = erg zuinig iemand, ook kniepkonte, kniepköttel, kniepstuver. Knieperig  = erg zuinig. Kniep of = chichorei. Knieptange = nijptang. Kniewaeg’n = knieholte. Knip = as’t knip,is als het er op aankomt. Knipgat = oneffenheid in een weg (gat). Kniplichie = zaklantaren. Knipmusse = witte kanten muts. Knoeren = hard trappen b.v van een bal. Knoeven =  afkluiven van een bot. Knooien = prutsen, klungelen, knooierd, knooibuul, knooibokse = iemand die iets verprutst of klungelt. Knötters = kreukels. Knup = knoop. Knuppen = knopen. Knupdukie = zijden halsdoekje. Knuren = kreunen van onbehagen. Köagies = kaantjes of rekruten. Koale familie = de aangetrouwde familie., de koale kaante.

Artikel delen: