Sallands dialect 14

Sallands dialect 14, wie’j begint met de koale kaante = aangetrouwde familie. Koelaand = stuk grond uitsluitend gebruikt voor koeien. Koezen = kiezen (tand) of een onbenul van een kerel. Kokhuus = apart gebouwtje om in te koken en ’s zomers om in te wonen.

Kokkepot = grote ijzeren pot waar de was in werd gekookt, maar ook voeraardappels als varkensvoer en in gebruik bij het wecken. Kölbaand = riempje om de hals van het paard. Koldfiester = koukleum of een koale fietser. Kommies = volkorenbrood. Konkelefoesies = praatjes. Kons = laatst, onlangs, ook genoemd als Köttens. Kontzeel = onderste band om een garf rogge. Kopenschop = boodschappen. Kopkukelen = koprol maken. Kopzeel = bovenste bandom een garf rogge. Kopzeerte = hoofdpijn.

Ie’j zult van al die moeilukke woord’n kopzeerte krieng, neam mar een akkertie en goat hen russsen.

WvdV

Artikel delen: