Landlopers opgesloten in “tuchthuisje” in Lemelerveld - Foto: Wim
Foto: Wim

Landlopers opgesloten in “tuchthuisje” in Lemelerveld

LEMELERVELD – Niet alleen landlopers, maar ook inbrekers, dronkaards, kleine misdadigers en te baldadige jeugd werden in het verleden “opgesloten” in het tuchthuisje, ook wel ’t Hökkie genoemd te Lemelerveld. (zie ook het verhaal van de Historische werkgroep Lemelerveld “De dorpsveldwachter” op DalfsenNet )

Het hökkie stond achter de woning van de Rijksveldwachter. Volgens de Historische kring is het tuchthuisje ouder dan de woning en ergens in de tweede helft van de 19e eeuw gebouwd. Het was geen pretje daar te vertoeven, weinig daglicht en slechts een stenen krib met een strozak waar je op kon liggen.

In de archieven vonden we enkele fragmenten over rijksveldwachters:

o.a. 1871 “Schietbaan van de Beetwortelsuikerfabriek.
Tot het voorkomen van ongelukken zal door één der commissarissen van onze vereniging de surveillance op het schijfschieten zelve worden uitgeoefend, terwijl aan een der onbezoldigde rijksveldwachters in dienst der Overijsselse Beetwortelsuikerfabriek zal worden opgedragen te zorgen, dat niemand van ter zijde de schietbaan nadert”

“Tegen betaling kon een gemeente de politiezorg der Marechaussee inhuren. Zo werd in 1910, bij een vechtpartij bij de herberg van Anton Kraaijnzang te Lemelerveld deze vechtpartij onderzocht en proces verbaal opgemaakt door de marechaussee en werd volgens een rechtbankverslag te Ambt Ommen dienst gedaan door de marechaussee en ene Hendrik B. op de bon geslingerd wegens openbare dronkenschap.”

Op 1 mei 1923 werden Ambt en Stad Ommen samengevoegd tot gemeente Ommen en in 1925 is de Rijksveldwachterswoning aan de Kerkstaat 8 gebouwd. Daarna ontstaan er mooie verhalen.

Een buurvrouw van 86 en al 80 jaar wonend in Lemelerveld kan zich wat details herinneren. Met haar man had ze een schoenenzaak en schoenmakerij en zodra er iemand was opgesloten kwamen “nieuwsgierige” klanten, met de vraag: He-j’t al eheurd? D’r zit er weer iene in’t hökkie, wie zol det wéén? Neen van veldwachter Sneuink kreeg je geen informatie, die zweeg als het graf. Later kwamen hier politiemannen als Van ’t Zant, Roelofs, Tuut en als laatste Wijgman. Veel werd het hökkie niet gebruikt, enkel voor een inbreker, een zwerver of een dronkaard. Iemand die vervelend deed in het café mocht hier een nachtje brommen. In de twee cellen waren cementen kribben welke voorzien waren van stro en een deken. De ruimte werd meestal maar voor één nacht gebruikt. Daarna werden de “gasten” met een forse reprimande weer vrijgelaten of overgebracht naar Zwolle.

Een andere voormalige buurman van het tuchthuisje, nu 83 jaar oud, noemde de angst die mensen hadden voor Sneuink. Hij was erg kort van stof en kon kordaat optreden. Vooral lastige leu werden hier voor een nacht opgesloten, ruziezoekers en vaak dronkaards die echt “zo dronken waren als een maleier”. Vaak was dit iemand van het kermisvolk die nog wel eens wat uitvoerden. Soms werden die mensen de volgende morgen alsnog naar de gevangenis in Zwolle overgebracht.

“Hier in de buurt zag je nog wel eens Annegie en de Keijzer zwerven. De Keijzer dronk spiritus en vervoerde zijn vrouw Annegie in een kruiwagen. Zo trok hij door het hele gebied. Maar hij was het kruien ook wel eens zat door de drank en kieperde Annegie dan gewoon in een sloot. Ja, dan trad de veldwachter op en kregen ze weer voor een nacht onderdak. “Als er dan iemand in het hökkie zat ging ik er wel eens naar toe. Aan de achterkant hiervan aan de kant van de Kampfstraat zaten twee roosters. Ik nam dan wat shag van mijn vader mee, rolde een sigaret en bood de gevangene een brandende sigaret aan door het rooster”. Hij vertelde ook hoe jongeren uit Lemelerveld soms kennis maakten met het hökkie, o.a. door het stelen van suikerbieten als konijnenvoer, het wegnemen van sigaren bij Gerrit Reimink om stiekem te kunnen roken en andere baldadigheid als vuurtjes stoken en dergelijke dingen. In die tijd waren we erg bang voor de politie en we gingen er met een grote boog omheen”. Een andere buurman van 74 kan zich vooral van ’t Zant goed herinneren. “Die deed nergens wat op uit en was voor niemand bang. Angst inboezemen kon hij wel zodat iedereen wel bang voor hem was. Had je wat uitgespookt, waar hij lucht van kreeg, dan zorgde je er wel voor dat je uit de buurt bleef. Soms ging je dan pas tegen de avond naar huis. Hij was er niet de man naar om dan naar je ouders te gaan. Hij wilde dat zelf oplossen. Hij kon de omgeving vrij goed overzien want het tuchthuisje stond vrijwel aan de rand van het dorp met daar alleen nog het Zwarteweggie, nu Meester Gorisstraat. Als kwajongen van 10 tot 12 jaar waren wij als de dood voor van ’t Zant. Hij was leper dan ons en wat we ook hadden uitgevreten, hij vertelde het niet tegen onze ouders. Kreeg hij je te pakken dan werd je gewoon een paar uur opgesloten en later met een forse reprimande weer vrijgelaten”.

Zo spraken we nog een paar oudere Lemelervelders, veelal met gelijke verhalen. Een ding was duidelijk. Voor de veldwachter had je in die tijd heel duidelijk ontzag en daar moest je bij uit de buurt blijven. Helaas is dat verleden tijd, maar de verhalen blijven leven als die maar worden doorverteld.

DalfsenNet ging op bezoek bij Ben en Agnes Schrijver, de huidige eigenaren van Kerkstraat 8.
“In het begin van de 80er jaren hebben wij deze woning gekocht van de familie Wijgman. De heer Wijgman woonde hier met zijn gezin, werkte als dorpsagent en was bekend bij elke Lemelervelder. Het handbeschilderde bord met “RIJKSPOLITIE Post=Commandant” vonden wij destijds op de vliering. De woning hebben wij aan de buitenkant zoveel mogelijk in oude staat gerenoveerd. En daarnaast door aan- en verbouw passend gemaakt voor ons doel. Achter in de tuin staat de schuur welke dienst heeft gedaan als een ruimte om ‘misdadigers’ voor korte tijd op te kunnen sluiten. Dit gebouwtje was een tuchthuisje, ofwel ’t hökkie van Lemelerveld.

De twee cellen waren er al uit verdwenen toen wij de woning kochten. Het uiterlijk hebben wij zoveel mogelijk in oude staat weten te houden. Een oude bijpassende deur werd op de kop getikt bij de sloop van het oude parochiehuis. Daar dreigde die deur in een afvalcontainer te komen. De ramen zijn nog voorzien van de originele tralies en aan de achterzijde (Kampfstraat) zitten nog de twee roosters die gediend hebben voor ontluchting van de ruimten. De oude holle dakpannen, de dakrand en de ronde topgevelraampjes zijn nog origineel. Met de restauratie van de buitenkant hebben wij ook een carport laten bouwen in bijna dezelfde stijl als het tuchthuisje. Met een tussenruimte die wordt gebruikt als werkplaats en garage. Van Lies te Kiefte hebben wij de oude blauwdruktekening van de bouw van de “Rijksveldwachterswoning” gekregen. Die hangt nu ingelijst aan de muur in de woonkamer.”

Van de aanbouw en het tuchthuisje zijn verschillende foto’s gemaakt. De geschiedenis van deze plek en de verhalen die erbij horen zorgen voor een extra beleving.
Verhalen leven nog steeds voort in de buurt en bij de Historische Werkgroep Lemelerveld.

WvdV.

Artikel delen:
Foto's 8
Landlopers opgesloten in “tuchthuisje” in Lemelerveld - Foto: Wim
Foto: Wim
Landlopers opgesloten in “tuchthuisje” in Lemelerveld - Foto: Wim
Foto: Wim
Landlopers opgesloten in “tuchthuisje” in Lemelerveld - Foto: Wim
Foto: Wim
Landlopers opgesloten in “tuchthuisje” in Lemelerveld - Foto: Wim
Foto: Wim
Landlopers opgesloten in “tuchthuisje” in Lemelerveld - Foto: Wim
Foto: Wim
Landlopers opgesloten in “tuchthuisje” in Lemelerveld - Foto: Wim
Foto: Wim
Landlopers opgesloten in “tuchthuisje” in Lemelerveld - Foto: Wim
Foto: Wim