Inspreekpamflet van Drs. Ir. Ad Wevers

Inspreekpamflet van Drs. Ir. Ad Wevers in de A.B. vergadering van het Waterschap Drents Overijsselse Delta van 29 januari 2019; Geacht Bestuur, Ik ga inspreken over de onderwerpen: Stedelijk Waterbeheer en Waterbeheer in het landelijk gebied, in het bijzonder over afvoer en aanvoer van water bij droogte.

Ik begin met de Waterhuishouding: In Nederland valt gemiddeld in een jaar 800 mm neerslag, dat is gemiddeld zo’n 2 á 3 mm per dag. De neerslag is vrij gelijkmatig over het jaar verdeeld. De neerslag doet de gewassen en de planten groeien en bloeien. Daarna komt de neerslag voor een groot gedeelte vrij in de vorm ven verdamping. De verdamping is niet gelijkmatig over het jaar verdeeld: in de winter is er geen verdamping en in de zomer is de verdamping maximaal, en kan oplopen tot 4 á 5 mm per dag.

Over een heel jaar gezien valt er in Nederland altijd meer neerslag dan dat er water verdampt. Dit neerslagoverschot bedraagt gemiddeld zo’n 300 mm per jaar. Om de waterbalans sluitend te krijgen moet dit neerslagoverschot worden afgevoerd.

Hoe gaat u als waterschap met deze feiten om; Ik lees op uw website: ”In Nederland is er ieder jaar een watertekort, meestal is dit niet problematisch”. Zoals gezegd, de waarheid is dat er elk jaar een neerslagoverschot is. Verder lees ik: “het waterschap regelt het waterpeil in sloten en kanalen om het oppervlaktewater- en grondwaterpeil op het gewenste niveau te houden: we voeren water af als het regent en nat is, en we voeren water aan als het droog en warm is”.

In de praktijk houdt dit in dat u tot 1 april van ieder jaar het lage winterpeil handhaaft en water afvoert bij waterstanden hoger dan het winterpeil. Soms is dat aanzienlijk meer dan het jaarlijkse neerslagoverschot van 300 mm per jaar. U doet dat om in het voorjaar snel met zware machines het land op te kunnen. Kennelijk bent u verder van mening dat er water aangevoerd moet worden als het “droog en warm” is.

Wat moeten we in de toekomst verwachten; De klimaatverandering die gaande is, zal leiden tot een ongeveer 10 % hogere jaarlijkse neerslag. De verhoging zit vrijwel volledig in een toename van de kortdurende hevige stortbuien in de maanden mei, augustus en september. Dat betekent dat men er rekening mee moet houden dat in een paar uur tijd de neerslagsom van een maand, zo’n 60 tot 80 mm kan vallen. Daarnaast moet men er rekening mee houden dat langdurige droogteperioden, zoals die in 2018, vaker zullen optreden.

Wat betekent deze klimaatverandering voor het toekomstig stedelijk en landelijk waterbeheer;                                                                                              Reeds in het jaar 2000 adviseerde de Staatscommissie “Waterbeheer 21e eeuw” hoe met de klimaatverandering om te gaan: men dient te werken aan een veerkrachtig, zelfvoorzienend watersysteem, waarbij zoveel mogelijk regenwater moet worden VASTGEHOUDEN, moet worden GEBORGEN, en tenslotte, zo nodig, moet worden AFGEVOERD.

Hoe dit te vertalen naar waterbeleid voor het WDOD:                                                                      Voor het stedelijk waterbeheer geef ik u in overweging om bij de gemeentebesturen te bepleiten om bij toename van verhard oppervlak de eigenaren te verplichten om afstromend regenwater op eigen terrein te BERGEN. Zeker in gebieden met een gemengd rioolstelsel.                                                                                                      Bij het waterbeheer in het landelijk gebied heeft het waterschap Groot Salland, inmiddels opgegaan in het waterschap Drents Overijsselse Delta, zich in het Vechtdal weinig aangetrokken van de aanbevelingen van de commissie “Waterbeheer 21e eeuw”; Al sinds het begin van deze eeuw exploiteert het waterschap een uitgebreid wateraanvoerstelsel waarbij via gemalen water aan de rivier de Overijsselse Vecht  wordt onttrokken en naar de gebieden ten noorden en ten zuiden van de Vecht wordt gevoerd. Omdat de natuurlijke afvoer van de Vecht in de zomer ten enenmale onvoldoende is, wordt Rijnwater aan de IJssel onttrokken  en in de Vecht gepompt. Verder neemt u binnenkort het gemaal De Broekhuizen in gebruik, waarbij in de zomer een maximaal debiet van 4 m3/s aan het IJsselmeer onttrokken wordt en naar het landbouwgebied van hen Dalfserveld wordt gevoerd. En dan te weten dat het IJsselmeer in tijden van droogte het zoetwaterreservoir  van Nederland is.

 

 

II

Ik ageer al 20 jaar tegen dit waterbeleid. Ik vind het een schande;                                                 Op de eerste plaats omdat wateraanvoer in tijden van natuurlijke droogte geen waterschapstaak is.                                                                                                                                   Op de tweede plaats omdat u met het aanvoeren van water een waterdienst uitvoert voor een beperkt aantal (water)gebruikers. De Kaderrichtlijn Water schrijft voor dat er voor waterdiensten betaald moet worden. U daarentegen laat alle ingelanden aan de wateraanvoer betalen.

Het voorafgaande brengt mij tot een drietal standpunten en wensen:                                                                 1.  Als u vanwege de toenemende droogte de waterschapslasten gaat verhogen om meer water aan te voeren, ga ik die verhoging niet betalen.

Op woensdag 20 maart a.s. zijn er waterschapsverkiezingen;

  1. Ik hoop op een Algemeen Bestuur dat niet geregeerd wordt door de landbouwbelangen, en                                                                                                                                3.  Ik hoop op een Algemeen Bestuur dat voor wat betreft de waterkwantiteit en de waterkwaliteit EFFICIËNTE maatregelen neemt in het belang van alle ingelanden.

Dank voor uw aandacht.

Opgemaakt te Dalfsen, 29 januari 2019,

Drs. Ir. Ad Wevers            

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                                                       III

Artikel delen: