Onderwijs in Uganda: door Frederik Prins

Onderwijs in Uganda: door Frederik Prins

DALFSEN – UGANDA – Onderwijs in Uganda door de in Dalfsen geboren Frederik Prins uut de Marshoek. Altijd en overal waar je komt, over de hele wereld wordt onderwjjs heel belangrijk gevonden, Maar natuurlijk, iedereen wil immers dat zijn / haar kinderen het beter krijgen dan zichzelf. Zonder diploma lukt het zelden om vooruit te komen in de maatschappij; al moet niet vergeten worden dat “een papiertje” geen waarborg is voor succes en een prachtige loopbaan. 

In Nederland is onlangs een voor mij nieuw woord opgedoken: “klimaatspijbelaars”. Als ik goed ben ingelicht draait de discussie om de vraag of leerlingen van middelbare scholen onder schooltijd mogen demonstreren om ons ouderen te laten zien hoe oprecht betrokken ze zijn bij het milieu. Interessante discussie

(foto bijschrift: Middelbare school leerlingen komen aan op hun kostschool, met matras, jerrycan en kistje met kleren. N.B. ook veel jongere leerlingen gaan naar kostscholen. foto Hennie Prins)

Helaas speelt in Uganda deze milieudiscussie niet of nauwelijks. Ja, de problemen zijn bekend, en zo af en toe staat er een stukje over in de krant, of is er een nieuwsbericht op het Ugandese journaal. Alleen zo heel af en toe tref je kleine groepjes “groenen” aan, die aandacht vragen voor het milieu. Zo is het Nederlandse SNV een paar jaar geleden begonnen om 10.000 bio-gas installaties te bouwen. Prima initiatief! Maar voorlopig is de directe invloed op het milieu beperkt. Het grote belang schuilt er in dat er een begin wordt gemaakt het milieu onder de aandacht te brengen van grote delen van de bevolking. Voor zover ik weet wordt er op scholen amper aandacht aan het milieu besteed.

Voor een deel is dit gebrek aan belangstelling goed te verklaren: arme bevolkingsgroepen hebben moeite genoeg het hoofd boven water te houden. Dat rijkeren zich er niet voor interesseren vind ik zorgwekkend. Maar Uganda is een groot land, bijna 10 keer zo groot als Nederland, met relatief weinig inwoners, iets minder dan 40 miljoen. Als je hier een plastic zak weggooit waait-ie weg en zie je ‘m nooit meer terug, in tegenstelling tot Nederland waar je ‘m 25 keer weer tegenkomt. Alleen de klimaatverandering is hier een “hot item”: boeren kunnen niet meer op regens en droogte rekenen zoals eeuwen het geval was. Dat is een grote zorg voor iedereen, voor de boeren zowel als voor de consumenten – voor iedereen dus.

Laten we het dit keer over het onderwijs hebben. Omdat onderwijs zo belangrijk gevonden wordt, staat het bouwen van scholen vaak bovenaan het verlanglijstje van politieke heren en dames. Over politiek gesproken: de Minister van Onderwijs is de vrouw van President Museveni, die al 35 jaar het land regeert. Dat doet hij niet echt slecht, eigenlijk is er weinig fundamenteel aan te merken op zijn beleid. Alleen: hij zit er al veel te lang, en ik ken weinig landen waar een Sterke Man meer dan 10 – 15 jaar heeft geregeerd, waar een vreedzame opvolging plaatsvond. Ik houd mijn hart vast voor het moment dat Museveni vrijwillig dan wel gedwongen vertrekt….

Maar zijn vrouw is dus Minister van Onderwijs. Doorgaans heb ik mijn twijfels over vrouwen van regeringsleiders die politiek aktief zijn, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ze in dit geval, op zijn minst in haar vorige funktie als leider van het Karamoja gebied, goed heeft gefunktioneerd. In die streek wonen de Karamoja herders, grenzend aan het gebied in Kenya, waar de (wellicht beter bekende) Mau – Mau krijgers wonen. Zij beschouwen alle vee als hun door God gegeven eigendom. Dus als het hun uitkomt, halen ze dat vee terug. Anderen vinden dat roven; zijzelf denken daar anders over. Ik heb 8 jaar geleden een half jaar in die Karamoja regio gewerkt. Ha, het zijn eigenzinnige mensen, maar ondanks alles mag ik ze wel. Ze drinken de hele dag alcohol, vanaf ‘s ochtend vroeg zijn ze al in de buurt van de tap te vinden, maar je ziet ze nooit dronken of zelfs maar aangeschoten. De mannen zijn herders; landbouw, of beter:  akkerbouw en tuinbouw is voor de vrouwen. Geld voor medicijnen of sandalen voor de kinderen is er niet, maar op de één of andere manier komen ze wel steeds aan geld voor alcohol. Mrs. Museveni heeft daar op bekwame manier een beetje orde op zaken gesteld, vrijwel zonder bloedvergieten.

Ook als Minister van Onderwijs funktioneert ze volgens insiders alleszins redelijk. De chaos die er heerste is min of meer onder kontrole, al hoorde ik onlangs dat, toen aan het licht kwam dat de examenresultaten van teveel studenten zwaar tegenviel, dat ze toen allemaal twee punten extra kregen: alles wat een 4 of hoger had gescoord was “voldoende” geworden. Zoiets noemen we “creatief boekhouden”, geloof ik. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer, zullen we maar zeggen.

Over scholen: vroeger bouwden wij westerlingen, of het door ons ingehuurde bouwbedrijf die scholen. Zodra ze klaar waren werd er een grote ceremonie gehouden om de school officiëel over te dragen aan het schoolbestuur. Iedereen in zondagse pak, zogenaamd aandachtig luisterend naar veel te veel ellenlange speeches waarbij je, als je niet goed oppaste, binnen de kortst mogelijke tijd in slaap viel.

Wat eigenlijk wel te verwachten was, gebeurde dan vaak al spoedig: er was altijd wel een raam verkeerd geïnstallleerd of een deur viel uit de sponning. Gelijk werd dan de donor gevraagd om het te repareren. Oorspronkelijk wilde de donor dat wel, en ook de volgende reparaties werden vaak grif door de donor betaald. Gevolg: leerkrachten en leerlingen deden gaan enkele moeite om aan onderhoud en reparatie te doen. De gulle donor betaalde immers wel.

Hiervan hebben we geleerd. Niets gebeurt meer zonder de aktieve inbreng van schoolbestuur, leraren samen met de leerlingen en hun ouders. Vanaf het begin geldt de regel: meewerken en meebetalen. Als het geen bijdrage in geld is, dan maar gewoon zonder betaling meewerken aan de bouw, en – van het begin af aan – een potje maken voor onderhoud en reparatie. Iedereen, maar dan ook iedereen, moet meedoen. Dat staat misschien wat arrogant, maar uit ervaring weten we dat deze methode verreweg het beste werkt. Niet alleen met scholen bouwen, maar ook met de aanleg van wegen en irrigatie werken, en noem maar op, als de bevolking zelf aktief mee moet werken, “de handen uit de mouwen steken”, dan loopt alles veel soepeler en beklijft het veel beter.  Willen of kunnen ze niet, om wat voor redenen dan ook: jammer maar helaas, dan gaat het projekt niet door.

Het onderwijssysteem in Uganda is overgenomen van de Engelsen, de vroegere koloniale macht. Officieel is het gratis. Alleen: (verplichte) schooluniformen, pennen en papier, enz.  moeten wel door de ouders worden betaald. Bovendien is het openbaar onderwijs buitengewoon slecht. Dus iedereen die het zich kan veroorloven stuurt zijn / haar kinderen naar (doorgaans stinkend dure) privé scholen. Kosten noch moeite worden gespaard om kinderen daarheen te laten gaan, immers, anders moeten ze in klassen zitten met soms wel 100 leerlingen, met slecht gemotiveerde leerkrachten die amper proberen les te geven, omdat ze na schooltijd als privé leerkracht willen bijverdienen. Over lesmateriaal, schoolborden, krijt en lineaals enzo hoeven we het al helemaal niet te hebben.

Vooral vanwege praktische redenen als de grote afstanden en het slechte openbare vervoer, moeten Ugandese ouders vaak wel hun kinderen naar kostscholen sturen. Wij Nederlanders gruwen van het idee alleen al, om onze jonge kinderen uit huis te doen. Maar ik heb Engelse collega’s gehad die erbij zweerden (of is het zwoeren?), en ons tot vervelens toe probeerden te overtuigen om toch vooral hun goede voorbeeld te volgen. Ik heb het idee dat in Uganda het een mengvorm is van praktische overwegingen en toch ook wel het Engelse (voor ons gevoel: waan-) idee van superieure kostscholen, waarom deze scholen zo populair zijn.

“Spaar de roede niet” heette het vroeger bij ons in Dalfsen. Gelukkig is dat in Nederland wel voorgoed voorbij, mogen we toch aannemen. In Uganda geldt het nog steeds, zij het met mate. Er wordt niet op los getimmerd, maar “caning” – letterlijk: stokslagen uitdelen, komt nog steeds geregeld voor. Daar kunnen wij onze westerse principes op los laten, alleen: als jij (slecht betaalde) leerkracht zou zijn in een klas met 100 leerlingen, waarvan de helft niet eens in een bankje kan zitten (dus moeten ze op de stenen of lemen grond zitten), en die het nut niet inzien om dingen te leren, zonder enig perspectief dat ze daar later iets aan hebben. Vaak zijn er ook veel leerlingen die de hele dag met een lege maag zitten, stel je dan maar eens voor hoe lief en teder jijzelf met die situatie om zou gaan….

Gelukkig komen veel leerkrachten van het platteland en begrijpen het boerenbedrijf en alles wat daarmee samenhangt, zoals hard werken, afhankelijkheid van het weer, en de risico’s om te investeren. Alleen brengen ze geen liefde voor dat boerenbedrijf over op hun leerlingen. Met als gevolg dat landbouw een lage status heeft, niet alleen in Uganda maar eigenlijk overal in de Derde Wereld. En niet alleen daar, ook in Nederland. Waarom in vredesnaam is er een teevee programma dat heet “Boer zoekt vrouw”? Waarom niet “Timmerman zoekt vrouw”? Wie het weet die mag het mij zeggen!

Reacties zéér welkom rechtstreeks aan: frederikprins14@gmail.com

 

Artikel delen:
Foto 1