Vluchtelingen in Uganda door Freek Prins uut Dalfsen - Foto: Eigen geleverde foto
Foto: Eigen geleverde foto

Vluchtelingen in Uganda door Freek Prins uut Dalfsen

UGANDA – DALFSEN  – Wie zoals ik in Dalfsen op een boerderij is geboren en getogen, kan zich amper voorstellen wat het betekent om vluchteling te zijn. Weggejaagd worden van huis en haard, familie en vrienden, buren, werkelijk iedereen en alles achter je te moeten laten, en vertrekken. Waarom?

 

Omdat je van een andere godsdienst bent, of uit een andere stam komt, of vanwege een politieke overtuiging. Wat kun je meenemen? Nauwelijks iets. Waar kun je heen? Naar een onbekende bestemming, waar je niemand kent, waar je de taal wellicht niet spreekt, en waar je volkomen afhankelijk bent van anderen. Vaak hebben vluchtelingen ook nog jonge kinderen bij zich; je hart krimpt als je het ziet. Kunnen ze ooit terug? Hopelijk wel, maar lang niet altijd. En àls ze al terug kunnen, dan wellicht pas over een aantal lange jaren.

Ik heb in diverse landen met vluchtelingen gewerkt, o.a. in Afghanistan, Liberia en Uganda. Je kunt ze niet in de kou laten staan, of beter: niet onder een brandende zon of in de stromende regen. Een dak boven het hoofd, water en voedsel, plus een wc is wel het minste wat ze nodig hebben. En onderwijs voor kinderen. Dat allemaal gratis, want doorgaans hebben ze geen rooie cent te makken. Alleen: de mensen uit de buurt waar ze terecht komen krijgen géén huisvesting, géén voedsel, géén water, géén kleren, en géén gratis onderwijs. Dat leidt onvermijdelijk tot jaloezie en conflicten tussen “in de watten gelegde” vluchtelingen en de lokale bevolking die hard moet werken om de eindjes aan elkaar te knopen.

Wat weten wij in Nederland van vluchtelingen? Heel weinig. Een paar jaar geleden kwamen er vrij veel vluchtelingen vrnl. uit de Middellandse Zee gebieden naar Europa, en nu weten we er iets meer van. Bijna 15 jaar geleden was ik Team Leider van een evaluatie / advies missie voor Rohingya kampen in Zuid Oost Bangladesh en de opdrachtgever (EU) was woedend over ons advies de Rohingyas te laten integreren met de host communities, de gemeenschappen waar ze opgevangen waren. We waren ingehuurd om over de Rohingyas te adviseren; niet om het over host communities te hebben. De EU had toen nog geen idee waar ze over praatten, en het geld van belastingbetalers aan besteedden. Ze wisten werkelijk niets van wie en wat vluchtelingen waren, en met welke problemen die kampten.

Een paar belangrijke dingen om te weten als je over vluchtelingen praat: ik vind het onze menselijke plicht om medemensen, zeker als die in doodsnood verkeren, te helpen. Aan voedsel (en vooral water!) en huisvesting, aan kleren, aan onderwijs voor de kinderen, en aan rekreatie. Verveling is één van de grootste gevaren in vluchtelingenkampen. Al was het alleen maar daarom, moeten ze helpen de boel schoon te houden, óók de wc’s en de washokken, en aktief meehelpen met het uitdelen van water en voedsel. Om ze bezig te houden kun je het beste ze cursussen geven, in gezondheid, voeding en land- en tuinbouw. Immers, die kennis kunnen ze later altijd en overal gebruiken. Tegelijk, en daar falen de hulpverleningsorganisaties niet zelden in, moeten de vluchtelingen zich realiseren dat ze slechts tijdelijk kunnen blijven. In principe moeten ze, zodra het enigszins veilig is, terug naar hun eigen land, hun eigen streek. Maar als ze eenmaal gewend zijn aan hun nieuwe omgeving, aan hun tent of hut, het eten dat de UNHCR ze geeft, de school waar de kinderen (gratis) heen gaan, de kleren en de schoenen die de UNHCR ze geeft, dan staan ze niet te trappelen om weer terug te gaan, naar hun oude omgeving waar ze hun eigen huis / hut / tent moeten verzorgen, hun eigen voedsel verbouwen, waar ze moeten betalen voor kleren en voor de school van hun kinderen. Geef ze eens ongelijk!

Wat weten wij in Nederland van Uganda? Heel weinig! President Idi Amin is zo ongeveer de enige naam die bij ons opkomt, ook al is het ondertussen 40 jaar geleden dat hij met zijn brute, wispelturige bewind het land naar de rand van de afgrond leidde. Maar andere presidenten waren niet veel beter. Misschien overdreven, maar het gezegde dat eerst de blanke overheersers het land uitbuitten, en daarna de zwarte heersers het een graadje erger deden, bevat een kern van waarheid.

Door de grote aantallen vluchtelingen in Uganda is het een enorme “business” geworden; onlangs was er in een debat over hoeveel vluchtelingen er wel niet zijn. Sommigen beweerden 1,4 miljoen, anderen “slechts” 1,2 miljoen. Een verschil van 200,000 mensen, die allemaal eten en drinken krijgen van de WFP, de wereld voedselorganisatie van de UN, onderdak van UNHCR, medische zorg van de WHO en onderwijs via Unicef. Er zijn gewoon een heleboel mensen en instanties die profiteren van de aanwezigheid van zoveel vluchtelingen. In Afghanistan, kort na de Taliban, was er een leider in een vluchtelingenkamp die kans zag om maar liefst 14 familie voedselrantsoenen te krijgen. OK, hij had een stuk of 8 of 9 vrouwen, en Joost mag weten hoeveel kinderen. Controle is vaak moeilijk, zeker in moslim landen waar heel veel mannen een combinatie van (voor- en achter)namen met Muhamed, Hussein, Ahmed en Ali hebben; ga er maar aan staan! En er is altijd haast bij; je hebt geen maanden de tijd om alles uit te vogelen: ze moeten op de dag van aankomst direct te eten krijgen, en van onderdak worden voorzien.

Ook lopen er wel “hulpverleners” rond die misbruik proberen te maken van de situatie, bijv. door sexuele diensten te vragen van de vluchtelingen die, in hun afhankelijkheid, niet durven te weigeren. Een paar jaar geleden kwam een Britse NGO – Niet Goevermentele Organisatie, in een kwaad daglicht te staan vanwege sexuele uitspattingen van een paar stafleden op Haiti. Vijf jaar geleden werd een staflid van mij in Liberia, midden in de Ebola ellende, beschuldigd van zo’n vergrijp. Gelukkig kon hij zonder al te veel problemen zijn onschuld bewijzen.

Waar komen al de vluchtelingen in Uganda toch vandaan? Om te beginnen uit Uganda zelf, als ze op de vlucht zijn geslagen voor geweld. In de Soroti regio, waar ik in 2002 neerstreek, hadden ze een paar jaar later de LRA – Lord’s Resistance Army (“Weerstands Leger van de Heer”; je moet je maar zo durven noemen!) van Joseph Kony, een zooitje ongeregeld met ongekende, brute militaire kracht. Onvoorstelbaar wat voor gruwelijkheden die uithaalden, vooral door kindsoldaten, als kleuter vaak geroofd en geïndoctrineerd om te doden en om mensen, vooral vrouwen, levenslang gehandicapt te maken. Ik heb kampen bezocht waar boeren al ruim 15 jaar hun toevlucht hadden genomen. Die hadden al die tijd hun grond niet meer bewerkt, zij en vooral hun kinderen hadden het dagelijkse contact met de grond, de gewassen, het vee, kortom met alles wat met een boerderij te maken heeft, verloren. Hele generaties zullen hier nog onder moeten lijden.

Heel veel vluchtelingen komen uit Zuid Sudan. Sinds de onafhankelijkheid, 5 jaar geleden, is het daar hommeles: de Dinka’s en de Nuer proberen elkaar uit te moorden. Waarom? Zegmaar Afrikaanse stammenstrijd. Uit de DRC, de Democratische Republiek Congo komen ook honderduizenden vluchtelingen. Zodra een land zich “Democratisch” noemt, weet je het doorgaans wel; denk maar aan de DDR van enkele tientallen jaren geleden, en hoe “democratisch” het daar toeging.

Ook zijn er nog steeds erg veel Rwandezen, hier ruim 25 jaar geleden gekomen ten tijde van de Hutu – Tutsi volkerenmoord. De meeste vluchtelingen zijn na verloop van tijd terug naar Rwanda gegaan, maar ook zijn er een heleboel gebleven: vanwege studie, werk, huwelijk, of wat ook. Verder zijn er veel Yemenieten, Somaliers en Eritreërs, allemaal hun land uitgevlucht.

Waarom komen ze toch met z’n allen naar Uganda, voor sommigen toch een best eind van hun eigen land vandaan? Wel, op de één of andere manier weten ze dat ze in Uganda een redelijk veilig en zelfs vrij aangenaam toevluchtsoord zullen vinden. De UN zorgt goed voor hen, en als ze willen kunnen ze een lapje grond krijgen. Uganda is dun-bevolkt, dus grond is niet echt duur. De bepaald niet populaire regering van President Museveni speelt handig in op de UN wensen. En pikt z’n graantjes en granen mee: al die UN medewerkers die hier langer of korter komen werken, korter of langer in hotels overnachten, en dan de vele Ugandezen die bij de UN of door de UN (of EU) werken en door hen betaald worden. De kantoren die gebouwd worden. En dan de hele reutemeteut als auto’s en motorfietsen die allemaal op benzine rijden waarvan de overheid belasting int. Het heeft allemaal met eigenbelang te maken; liefdadigheid speelt lang niet altijd een hoofdrol!

Afrika wordt met schokken geleidelijk aan toch hoe langer hoe demokratischer. Maar nog steeds zijn er grote problemen in Uganda’s buurlanden Zuid Sudan en de DRC, en in relatief nabije landen als Sudan, Somalië, Jemen en Eritrea. In Uganda zullen ze nog jarenlang met vluchtelingen te maken hebben.

 

Tenslotte een oproep aan iedereen die een beetje tijd en energie heeft: kijk in Dalfsen om je heen en zie dat er vluchtelingen rondlopen. Help ze een handje met het inburgeren; leer ze een beetje Nederlands, help ze met het voordelig winkelen (bijv. Nogusennogus en Dorkas! En de donderdagse markt), waar hun kinderen naar school kunnen, waar ze kerken en (waarom niet?) een moskee kunnen vinden, leer ze fietsen. Ze kunnen veel van jou leren, en jij van hen. Mijn advies: loop eens langs bij Vluchtelingenwerk boven de Trefkoele. Je zult er geen spijt van krijgen!

Als altijd: reakties zéér welkom, naar: frederikprins14@gmail.com

Freek Prins

 

Artikel delen: