Steeds meer megastallen, ook bij ons

Steeds meer megastallen, ook bij ons

In Nederland is het aantal megastallen tussen 2010 en 2017 enorm toegenomen. De toename is er een van maar liefst 76 procent, van 456 stallen in 2010 naar 801 in 2017. De enorme stijging komt vooral door de verdubbeling van het aantal grote melkveestallen. Dat komt omdat de melkquota geschrapt werden, zo meldt dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier op basis van cijfers van de Wageningen Universiteit. In Oost-Nederland, en ook in onze provincie specifiek, is de stijging het hoogst. Waar Overijssel in 2010 36 megastallen rijk was, zijn er nu 69, de hoogste groei van het hele land. Is dat alles wel nog wenselijk?

Waarom schieten de megastallen als paddestoelen uit de grond?

Onderzoeker Jaap van Os, van Wageningen Research, verklaart de enorme groei door het feit dat het aantal landbouwbedrijven op zich steeds verder daalt. Ieder jaar zijn er namelijk twee à drie procent minder. Hun rechten worden dan door grotere landbouwbedrijven overgenomen en zo ontstaan de gigastallen. Het wil dus niet zeggen dat er op dit moment ook effectief meer dieren in een stal gehouden worden in Nederland. Wanneer is een stal dan een megastal? Nou, daar bestaan cijfers voor: de locatie moet meer dan 10.000 vierkante meter stal hebben. Wat betreft het aantal dieren zijn er de volgende maatstaven: vanaf 220.000 vleeskuikens, 120.000 leghennen, 7.500 vleesvarkens, 1.500 geiten of 250 melkkoeien spreekt men van een megastal. Kortom, Van Os stelt dus dat er schaalvergroting is omdat er steeds minder boeren zijn.

Wat is de kritiek hierop?

Anne Hilhorst van Wakker Dier heeft het dan ook over een intensivering en een industrialisering van de landbouw. Volgens haar komt dit door de prijsdruk; steeds meer productie voor steeds minder opbrengst. Wakker Dier legt hier dan ook de oorzaak van de groei. Boeren kiezen voor efficiëntie en schaalvergroting. Daarom moet de consument volgens Wakker Dier dan ook bewuster gaan inkopen, en niet meteen kiezen voor het goedkoopste stuk vlees. Bovendien gaat de schaalvergroting volgens Wakker Dier ten koste van de levenskwaliteit van de dieren. Enerzijds stijgt het risico op ziektes, dieren kunnen elkaar zo immers makkelijker aansteken, en bij bijvoorbeeld varkenspest moet de hele stal geruimd worden. Aan de andere kant neemt ook het risico op grote en erg dodelijke branden toe. Johnny Hoogenkamp, een varkenshouder in onze eigen gemeente, pareert deze kritiek. Volgens hem zijn er genoeg milieu- en veiligheidsregels omtrent de stallen. Hij geeft wel toe dat branden waarbij veel dieren sterven natuurlijk een risico vormen. Daarnaast vormen deze megastallen uiteraard ook een factor die het landschap beïnvloedt. Ze dragen namelijk bij aan de ‘verdozing’ van ons land. In plaats van charmante keuterboerderijen komen er immers imposante grijze ‘dozen’ die het landschap vervuilen. Bij ons in Dalfsen was jaren geleden al heel wat te doen rond de komst van deze grote stallen. De situatie lijkt dus niet snel om te keren.

Is circulariteit de oplossing?

Grote stallen hebben ook op het milieu een impact; de concentratie van veel dieren zorgt bijvoorbeeld voor een hogere CO2-uitstoot. Aan de andere kant betekent de schaalvergroting wel dat veetransporteurs minder afstand tussen vele verschillende boerderijen moeten afleggen. Maar ook dat kan nog beter, als deze transporteurs hun wagenpark slimmer gaan beheren en uitmeten welke verplaatsingen overbodig zijn, wat bijvoorbeeld kan met de tracking-app van Verizon Connect. Dan kunnen zij op die manier minder CO2 uitstoten. Aan de Wageningen Universiteit wordt er ondertussen gepleit voor circulariteit, waarbij de dieren zelf een onderdeel van de kringloop worden. Dat wil zeggen dat dieren bijvoorbeeld kunnen leven van biomassa, die voor mensen onbruikbaar is als voedsel. Zo kunnen ze gras, gewasresten, industriereststromen en etensresten van huishoudens worden gevoerd, in plaats van speciaal voor hen gekweekte gewassen. Pas dan wordt het circulair. Maar de onderzoekers van Wageningen pleiten daarnaast ook voor het terugdringen van de veestapel; volgens hen is het duurzaam om 23 gram vlees per dag te eten, de helft van wat de gemiddelde Nederlander vandaag de dag eet. Dan zou er, voor de Nederlandse consumptie, ook meteen de helft minder vleesvee nodig zijn, en dus ook minder – nieuwe – megastallen bijkomen.

Foto: Bepaalde Rechten Voorbehouden PIXABAY

Artikel delen: