Project voorstel door in Dalfsen geboren Fredrik Prins - Foto: eigen geleverde foto
Foto: eigen geleverde foto

Project voorstel door in Dalfsen geboren Fredrik Prins

UGANDA  – Een paar maand geleden ben ik naar Uganda teruggegaan om een jonge Niet Gouvermentale Organisatie te helpen zich te ontwikkelen, vooral om te proberen geld (“fondsen” in het jargon) te krijgen bij diverse donoren. Daarvoor moeten dan project voorstellen geschreven worden, die goedgekeurd moeten worden door die donoren.

En die donoren hebben allemaal hun eigen wensen en verlangens, en hun eigen criteria waar je als NGO aan moet voldoen. De Nederlandse overheid (immers: gecontroleerd door het Nederlandse parlement) en in hun voetsporen Nederlandse Mede Financiers, willen bv. allemaal dat vrouwen een cruciale rol spelen, dat de overheid betrokken wordt bij de activiteiten, en dat alles milieu vriendelijk is. Prima!

Allereerst een persoonlijke noot. Teruggaan naar een plaats waar je eerder hebt gewerkt is riskant: vroegere collega’s verwachten misschien dat je weer voor hen inzetbaar bent, en / of ze willen dat jij hun problemen oplost. Bovendien, als het vroegere projekt niet goed loopt, dan ben je zichtbaar en kunnen ze jou de schuld geven. Loopt het wel dan rijst ogenblikkelijk de vraaag: waarom loopt het nu beter dan vroeger met jou erbij? Kortom: het is niet goed of het deugt niet.

Iets heel anders is dat als je terugkomt je er achter komt dat een aantal, soms een groot aantal, van je vroegere collega’s is overleden. Altijd heel emotioneel, vooral omdat je het in één klap te horen krijgt.

Tenslotte, in de loop der tijd zijn er nogal wat dingen veranderd. Toen ik hier bijna 20 jaar geleden in een joekel van een project auto rondreed werd ik alom gerespecteerd. Maar ik kon niet horen wat er gezegd werd op straat. Ondertussen is de status van ontwikkelingswerker danig gekelderd, mede omdat bekend werd dat sommigen behoorlijk veel verdienen, zeker in vergelijking met de lokale staf. Tegenwoordig heb ik geen auto meer en loop ik vrijwel overal naar toe, en hoor dus wat er gezegd en geschreeuwd wordt op straat. Veel positiefs, niks mis mee. Alleen, zo af en toe krijg je ook beschuldigingen en verwijten (“Wat doe je hier eigenlijk? Hoepel toch op, man!”) die je niet vrolijk maken.

Dat allemaal gezegd zijnde, nog iets heel anders. In vorige banen heb ik vaak project voorstellen geschreven, en ik mag zeggen met redelijk goede resultaten. Als je eigen project goed loopt krijg je snel een prima reputatie, en zitten jij en je staf in een “flow”.  Maar ik heb ook geregeld project voorstellen moeten beoordelen voor een donor, en dan kijk je heel anders tegen de procedure aan. Als beoordelaar kijk je allereerst naar de vorm: hoeveel kantjes, hebben ze de moeite genomen om er leesbaar Engels van te maken, zijn er foto’s bij (en zo ja, s.v.p. geen zielige, huilende kinderen, en vooral ook geen blanken die aan het uitdelen zijn onder de arme zwarten). Dan lees je de samenvatting, zo die er is, en dan kijk je naar het budget, en het eerste waar je naar kijkt is: hoe zijn de salarissen, vooral voor de hogere staf, in vergelijking met lagere staf en met de activiteiten. Niet zelden is het evenwicht zoek en denken degenen die het voorstel hebben geschreven meer aan hun eigen centen dan aan de noden van degenen die ze beweren te helpen. Vaak ben je dan al ruim binnen een kwartiertje klaar en kan het voorstel de prullenmand in. Als indiener moet je er dus voor zorgen dat jouw voorstel die eerste fase doorkomt, waarna de donor jouw voorstel gaat bestuderen, vragen gaat stellen en het uiteindelijk, na soms een ellenlange correspondentie over hoofdlijnen dan wel details, hopelijk goedkeurt.

Goed, mijn vrienden van Rhema Development Foundation (website: www.rdfug.org) hadden me gevraagd terug te komen naar Soroti, ong. 425 km. ten noorden van Kampala, om ze te helpen. OK, ik was blij toe om terug naar Uganda te gaan. Wel had ik als eis dat ik weliswaar mijn eigen broek op zou houden, maar dat ze mij niet zouden vragen financieel bij te dragen. Uitstekend, gelijk goedgekeurd, prima. Alleen, toen ik aankwam was er wel behoorlijke teleurstelling dat ik helemaal niets wilde dokken. Ook niet een kleine bijdrage voor de registratie kosten? En al spoedig was er niet genoeg cash om de huur te betalen, één maandje maar. Of ik toch maar die ene maand voor wilde schieten, zouden ze zo snel mogelijk terug betalen. En de jongste zoon werd ziek en had medicijnen nodig, zouden ze eind van de maand ook terug betalen. Ik ben de beroerdste niet, dus zo af en toe stap ik van mijn principes af. Dat moet je dus gewoon niet doen..… Het eind van de maand is blijkbaar het eind van de volgende maand. Ik ken Uganda vrij goed, en kan leven met veel bedelarij. Maar toch….

OK, nu het project voorstel. Wat we hebben gedaan is een district uitgezocht in een nogal geïsoleerde streek, pal aan de grens met Kenya, waar weinig overheidsdiensten zijn en waar amper andere NGOs werken. Nogal wiedes dat het arm is, en behoorlijk conservatief in het toch al conservatieve Uganda. Om maar iets te noemen, homoseksualiteit is hier verboden, al heb ik begrepen dat er in het parlement stemmen zijn opgegaan om dat ter discussie te stellen. Interessant, wordt hopelijk vervolgd.

In die streek willen we, in coördinatie met de overheid, voornamelijk met 6 scholen werken, met leraren, ouder commissies en – uiteraard – de leerlingen.

Bron foto: RDF archief

Ons voorstel omvat vier, elkaar versterkende componenten:

  1. School tuinen en leerlingen voeding

In het project gebied zitten scholen stampvol, ik heb klassen gezien met meer dan 75 leerlingen, zonder behoorlijk bord, te weinig banken, en met leraren die weinig verdienen en al 3 maand of langer geen salaris hebben gekregen. Veel kinderen gaan zonder ontbijt naar school en blijven daar, zonder eten of drinken, tot laat in de middag. Onnodig te zeggen dat zoiets de leervaardigheid niet bevordert.

Samen met de oudercommissie van de 6 scholen, gaan we daar op het schoolterrein tuinen aanleggen en groentes, mais en cassave verbouwen. Een kleine basis keuken wordt gebouwd waar teams van moeders een minimale lunch kunnen bereiden voor de kinderen. Ondertussen bewerken de leerlingen de tuinen. Ieders landbouwkundige kennis wordt opgefrist. We verwachten dat de lage status van landbouw en boer(in)en hierdoor een opsteker krijgt.

  1. Verbetering van kennis over sexuele omgang, incl. vrouwen besnijdenis, het voorkomen / verminderen van HIV/AIDS en tiener zwangerschappen

Zwangerschappen van jonge meisjes van 15 jaar of jonger zijn bepaald geen uitzondering, en ongehuwde moeders zijn meer regel dan uitzondering. Als man word ik misselijk van de verhalen: rijke jongelingen genieten van sex met jonge meiden, ze beloven van alles en nog wat, maar als het meisje zwanger wordt vertrekken ze, zonder enige hartzeer voor het meisje en haar / hun kind. En de familie van de jonge mannen voelt zich geenszins bezwaard om het arme meisje en haar familie zonder enige compensatie weg te jagen.

Vrouwenbesnijdenis schijnt vooral in armere streken veel voor te komen; voor mij als man een beetje een taboe-onderwerp. Maar via vrouwelijke collega’s krijg je op den duur wel enig inzicht. In Egypte waar ik indertijd 6 jaar werkte heb ik begrepen dat het, 15 – 20 jaar geleden, nog steeds bij meer dan 80% van alle meisjes werd gedaan, óók onder Kopten en óók onder rijkere lagen van de bevolking. Officiële percentages heb ik hier in Uganda niet, wel schattingen en die lopen uiteen van 25 tot 50%. Ik weet het werkelijk niet, weet alleen dat ik het verschrikkelijk vind, ieder individueel geval. Het schijnt, ook hier, vooral een sociale zaak te zijn, gebaseerd op traditie. De overheid krijgt er haar vingers niet achter, zo ze het al zou willen…. Maar ook de druk van familie om veel (vooral: mannelijke) nakomelingen te verwekken, draagt niet bij tot een effectieve family planning.

Verwacht geen wonderen, zeker niet op korte termijn, maar op z’n minst: laten we de handen uit de mouwen steken en proberen er iets aan te doen!

 

  1. Ophalen van afval

Kennis en ervaring op het gebied van afval is nihil. Overal zie je plastic liggen, blikjes, glas en wat je liever niet ziet. Scholen krijgen een paar kruiwagens en leerlingen halen afval op, en scheiden dat ruwweg in drie delen: organisch spul waar compost van kan worden gemaakt (en gebruikt in de school tuin), glas waar heel voorzichtig mee omgegaan moet worden, en plastic en overige rommel die op een plek moet komen waar het niet schadelijk is. Leerlingen in groepjes van 3 – 5 (“gender balanced”, dus niet alleen jongens of meisjes) halen het op. Het moet zichtbaar zijn, en te overzien, dus niet te ver van school.

 

  1. Het planten van bomen om erosie tegen te gaan

Dat het planten van bomen helpt om erosie tegen te gaan is bekend. Het moet alleen wel goed georganiseerd worden. De overheid stelt gratis jonge aanplant ter beschikking, zowel fruit als bomen voor timmerhout. Het moet alleen opgehaald worden, en verdeeld over degenen die ze gaan planten, verzorgen en bewaken. Jonge aanplant moet niet door grazend vee opgegeten worden, dus moeten er “kooien” omheen gezet worden, die eerst gemaakt moeten worden. Dat is niet moeilijk, ook niet duur, maar wel arbeidsintensief. Wie meedoet weet waar hij / zij aan begint. Op scholen, kerk- en moskee terrein, en bij enthousiaste deelnemers worden ze geplant, en het school comité houdt toezicht dat alles goed onderhouden wordt.

 

Goed, ons voorstel is klaar en is ondertussen ingediend bij een paar donoren. Ik zal e.e.a. nog moeten aanpassen voor een paar andere donoren. Soms moeten we ons beperken tot vrnl. school tuinen, of juist alleen afval ophalen, of wat dan ook.

Als iemand het volledige voorstel wil zien: welkom, er staat geen copy right op!

Reacties als altijd zeer welkom: frederikprins14@gmail.com

Artikel delen:
Foto 1