Mijn verhaal voor de Reünie 50e – jaars studenten aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. Even een paar zinnen als introductie: Afgelopen september was het 50 jaar geleden dat ik in Wageningen ging studeren. Ieder jaar houdt de Universiteit, vroeger Landbouw Hogeschool, een reünie voor iedereen die 50 jaar geleden begon met de studie.
T.g.v. de reünie wordt een een boekje uitgegeven waarin oud-studenten hun ervaringen hebben opgetekend. OK, ik ben in de pen geklommen om het een en ander op te schrijven. Als boerenzoon, oorspronkelijk pachterszoon, ging ik, Frederik Prins, in 1969 naar Wageningen; mijn belangstelling voor ontwikkelingslanden en voor sociale vraagstukken deden mij Niet-Westerse Sociologie studeren.
Tijdens mijn studie veel gereisd, mijn “Zilvervloot” gebruikt om Japan, Zuid Korea, Taiwan, Indonesië, Papua New Guinea en Australië te bezoeken. Later overland gereisd van Nederland via Turkije, Iran, Afghanistan, Pakistan en India naar Bangladesh; toen per vliegtuig naar het praktijkadres op de Filippijnen.
Terugkijkend: mijn loopbaan nooit gepland, toch steeds interessante banen gehad. Begonnen als assistent deskundige bij de FAO/WFP, daarna bewust voor NGO’s gekozen. Oorspronkelijk vooral landbouwtraining/-voorlichting; geleidelijk ook boerinnen (en vrouwelijke stafleden) erbij betrokken, en voeding, sanitatie, gezondheid en “good governance” geïntegreerd. Al snel in managementposities beland: het beste uit ieder staflid halen, een goede teamgeest bevorderen, vooral als projekt goed funktioneren. Het is eenzaam aan de top; toch heb ik ervan genoten. Later belandde ik ook bij consultants; deed interessante klussen in uitdagende landen, o.a. Afghanistan, Algerije, Egypte, Ghana, Somalië, Zuid Sudan. In de beginjaren rolde ik van de ene baan in de volgende; later bewust een paar korte “consultancies” gedaan en bleef er bijna in hangen. In prachtige landen projekten geëvalueerd, o.a. Bhutan, Mongolië, Sierra Leone, Barbados. De laatste jaren moest ik gewoon solliciteren; was al blij aangenomen te worden; jongeren zijn immers handiger met computers. Maar Liberia tijdens de Ebola, uit Yemen geëvacueerd vanwege de bommensmijterij: ik had het niet willen missen!
Maar overal waar ik was heb ik ook geleefd. Gegeten en gedronken. Met collega’s en wildvreemden gepraat. In dure hotels en in hokken om de hoek geslapen. Over markten gestruind, heb eindeloos moeten wachten, vooral op vervoer. Gelachen en gehuild, ben op feesten en begrafenissen geweest (begrafenissen in Afrika zijn vaak veel gezelliger dan bruiloften in Nederland), ben letterlijk en figuurlijk, professioneel zowel als privé, over hoge bergen en door diepe dalen gegaan. Fascinerend!
Advies voor jongeren: ik was een soort wereldverbeteraar. Oud en jong, arm en rijk, gezonden en gehandicapten, vrouwen en mannen, kleurlingen en blanken, gezonden en mensen met een beperking, joden, hindoes, buddhisten, heidenen, moslims en christenen, allemaal samen de wereld een paar stapjes vooruit brengen: minder onrecht, meer en beter eten, gelijke rechten voor vrouwen, minderheden en gehandicapten. Voor jonge mensen blijft er veel werk aan de winkel, in Nederland en in ontwikkelingslanden. Vooral voor jongelui met het hart op de juiste plaats, met visie, een forse portie lef, geduld en doorzettingsvermogen: een fascinerende uitdaging!



