Het verhaal van Dalfsen” gepresenteerd - Foto: Wim
Foto: Wim

Het verhaal van Dalfsen” gepresenteerd

DALFSEN – Gisteravond is “Het verhaal van Dalfsen” gepresenteerd tijdens een symposium gehouden in de Trefkoele+ Een aansprekend verhaal over de gemeente Dalfsen en de bewoners opgesteld in het project DNA van Dalfsen.

(Meer foto’s helemaal onderaan dit bericht Red.)

Inke Camphens, die als projectleider het DNA van Dalfsen begeleid, mocht de ruim 60 aanwezigen welkom heten. Zij geeft aan dat het vooral een verhaal is om door te vertellen bij evenementen, rondleidingen en op scholen. Vanavond gaat het er om; Wat is het en wat doen we er mee.

 

Wethouder Jan Uitslag gaf aan dat het een verhaal is van de 5 kernen, die ook ieder zijn verbeeldingsprojecten in het DNA aan het realiseren zijn.

Zo heeft Lemelerveld het project historisch brugje over het kanaal inmiddels gerealiseerd. Hoonhorst is net vandaag begonnen met de bouw van een schuilhut op een kruising van twee historische wegen. Oudleusen werkt aan het terugbrengen van oude boerderijnamen op de gevels. Nieuwleusen werkt aan de restauratie van een oude tramwagon als herinnering aan de oude tramweg die hier heeft gelopen. Dalfsen heeft in het project Vechterzomp zijn bijdrage geleverd en de zomp is reeds twee maand in gebruik geweest. Alle onderwerpen komen voor uit het thema “Onderweg zijn”.

Hierin samen met de werkgroepen gezocht naar onderdelen die voor “verbinding” hebben gezorgd met alle kernen. Samen het verhaal gemaakt onder leiding van Stan Fritschy. Een uniek verhaal om samen trots op te zijn.

 

Hierna presenteert Stan het verhaal over een reiziger die gaat door het land van Dalfsen en geniet van de prachtige omgeving gelijkend op een schilderij, alles even mooi. Lees het verhaal in de bijlage.

Het lijkt werkelijk of ik in een schilderij sta, woont u hier in dit schilderij? Vraagt hij de toehoorders?

Wij en onze voorouders hebben dit prachtige land van Dalfsen gemaakt en daar moeten we samen trots op zijn.

Hierna werden nog verschillende symposia, Stan vertelde verder hoe hij ziet dat het verhaal meer bekendheid krijgt, overal het verhaal presenteren waar dit mogelijk is. Gebruik het om Dalfsen te promoten. Dalfsenaren zijn van oorsprong te bescheiden, zien wel hoe mooi het is, maar dit overbrengen aan anderen lijkt vaak lastig. Dus nogmaals; “Stap in het schilderij en laat zien hoe mooi Dalfsen is”.

Ook Renee Nieuwenstein gaf tips om het verhaal breed in te zetten, en waarom. Het verhaal werkt verbindend, geeft herkenning en vertrouwen aan de bezoeker. Het is een verhaal om het duidelijk te maken dat kernen bij elkaar horen tot een gemeente Dalfsen. Gebruik het als marketing van Dalfsen. In groepen werden de verschillende mogelijkheden besproken.

 

Laatste spreker van Albert Bartelds die vooral sprak over de belangrijkheid van ons dialect in het verhaal. Streektaal werkt verhelderend, het verbind en geeft vertrouwen. Dit wordt een steeds belangrijker onderdeel,  ook in de gezondheidszorg en bij ouderen. De streektaal zorgt voor een goed contact en heeft duidelijk meerwaarde. Via je eigen taal versta je de ander beter.

Aj plat kunt proat’n mu’jt niet loate’n

Daarmee werd de bijzondere bijeenkomt afgesloten maar niet zonder de deelnemers in het project van Dalfsen te bedanken en ieder kreeg het verhaal in zowel het Nederlands als in de Nedersaksisch mee naar huis, sorry: met naor huus..

 

WvdV

zie hieronder nogmaals het verhaal:

HET LAND VAN DALFSEN

 

Een reiziger loopt door het Land van Dalfsen. Hij ziet er de dorpen, de essen, de kanalen en de

kronkelende Vecht. Hij hoort de vogels, ruikt de bloemen en het vers gemaaide gras.

“Heerlijk!” denkt de reiziger. Het lijkt wel of ik voor een schilderij sta.” Hij vindt een bankje en gaat er

zitten. Terwijl hij op een boterham kauwt en om zich heen kijkt, geniet hij van het schitterende

uitzicht: van de geuren en kleuren, van de bomen, de weilanden, de kleine verhogingen in het

landschap, de huizen, de molens, de brug en de bedrijfjes.

Terwijl hij daar zo zit te mijmeren en te genieten komt er ineens een vrouw aangelopen.

Ze blijft een paar meter van het bankje staan en bekijkt de reiziger met een vriendelijke glimlach.

“Woont u in dit schilderij?” vraagt hij nieuwsgierig. “Schilderij?” antwoordt de vrouw.

“Ja, het is hier allemaal even prachtig,” vervolgt de reiziger, “ik zie van alles, allemaal even mooi, de

natuur, de kleine dorpen, de molens, de havezaten, een kasteel, maar er is geen enkele beweging.

Net als in een schilderij.” En nieuwsgierig vraagt hij: “Wat valt er hier te beleven?”

De vrouw kijkt de reiziger een tijdlang onderzoekend aan. “Wat er hier te beleven valt? vraagt u.

Ontdek het zelf! Stap het schilderij in!” “Het schilderij instappen?!? Ik begrijp niet waar u het over

hebt!” De vrouw begint te lachen en gaat bij de reiziger op het bankje zitten.

“Al eeuwenlang,” begint de vrouw, “komen hier mensen voorbij, uit alle windrichtingen. De een over

de eeuwenoude Hessenweg of de Twentseweg, de ander over het water van de Vecht, de

Dedemsvaart of het Overijssels kanaal. Al zeker 5000 jaar komen en gaan hier mensen: te voet, te

paard, varend, met de ossenwagen of met de trein. Een tijdlang kon je er zelfs met de tram komen.

De meesten doen als u: Ze komen aan, pauzeren even, eten een boterham en gaan dan weer verder.

En eenmaal thuis vertellen ze: ‘Dat Land van Dalfsen is net een schilderij. Prachtig mooi, maar er valt

niks te beleven.’”

“Tja,” zegt de reiziger peinzend, “ik denk dat ik thuis ook zoiets zal vertellen.” En weer verschijnt er

een lach op het gezicht van de vrouw: “Dus u denkt dat er hier inderdaad niks te beleven valt?” De

reiziger kijkt de vrouw vragend aan. Ze schuift wat dichterbij, kijkt om haar heen en fluistert dan

samenzweerderig: “U zou het schilderij eens in moeten stappen.” “Dat zei u daarnet ook al. Maar

waar moet ik dan instappen?” Er klinkt een luide, open, eerlijke lach en de vrouw kijkt de reiziger met

pretogen aan. “Doe het!” zegt ze, “Stap ons prachtige Land van Dalfsen in en leer de schilder

kennen!”

“De schilder van het Land van Dalfsen? U houdt me voor de gek!” De vrouw lacht opnieuw en staat

op, maar de reiziger houdt haar tegen. “Alsjeblieft, blijf nog even. En leg het me uit!”

De vrouw aarzelt even, maar gaat toch weer zitten. Ze kijkt de reiziger aan en begint te vertellen:

“Tussen al die mensen die hier al duizenden jaren komen en gaan was er ooit ook een schilder. Hij

kwam, keek om zich heen en wilde verder gaan. Maar er was iets, wat hem deed omkeren en

teruggaan. Alsof hij iets gezien had, wat hem in eerste instantie niet was opgevallen.”

“Wat had hij dan niet gezien? Wat was hem dan niet opgevallen?” onderbreekt de nieuwsgierige

reiziger de vrouw. “Dit….!” En met een wijds gebaar wijst de vrouw naar het land om haar heen. De

reiziger kijkt en ziet wat hij al de hele tijd ziet. “U maakt het me wel lastig,” reageert hij wat kribbig.

“Daar hebben we het toch al over gehad!?” De vrouw valt stil.

 

Dit keer klinkt er geen lach. Er is slechts een ernstige blik, waarmee ze de reiziger aankijkt.

“Misschien hebt u wel gelijk. Wij zijn beter in schilderen dan in praten.”

De vrouw denkt even na. “Ik zal het u vertellen: Die schilder, dat zijn al die mensen, die in al die

duizenden jaren hier aankwamen niet doorgelopen, maar gebleven zijn. Ik ben één van hen. Net als

mijn ouders en mijn buren en al onze voorouders. Voorzichtig, volhardend, met lef en moed hebben

wij het Land van Dalfsen gemaakt. Stapje voor stapje. Beetje bij beetje. Schep voor schep is het

onland ontgonnen en zijn de kanalen gegraven. Zelfs de ergste bochten zijn voor de scheepvaart uit

de Vecht gehaald. Geduldig. Beseffend dat we samen, in kleine stapjes, ons doel kunnen bereiken.

Er is hier eindeloos veel rust en ruimte. Er zijn vergezichten en dromerige koeienogen.

Er zijn vijf dorpen gebouwd. Balk voor balk, steen voor steen: woningen, boerderijen, havezaten,

winkels, een kasteel en bedrijven in alle soorten en maten. Er is verbondenheid en nabuurschap,

geborgenheid en vriendschap gegroeid. We spreken dezelfde taal.

Wij die hier wonen en werken en leven, wij zijn de schilders. Sinds mensenheugenis.

Wij wonen in dit schilderij. Het is ons huis én thuis. Het is ons mooie Land van Dalfsen.”

De vrouw zwijgt. Samen zijn ze even stil, kijken naar het prachtige land om zich heen.

De reiziger en de schilder. Dan staat de schilder op, groet de reiziger en verdwijnt in haar schilderij.

Even plotseling als ze gekomen was.

 

Het Laand van Dalfsen

 

Een reiziger löp deur het Laand van Dalfsen. Hij zut er de dörpen, de essen, de kanalen en de

kronkelende Vechte. Hij heurt de vogels, rök de bloemen en het vers gemeide grös. “Mooi!” denkt de

reiziger. Het liekt wel of ik veur een schilderi’je stoa”. Hij vindt een baankie, en giet er zitten. Terwijl

hij op een boterham kauwt, en um zich hen kik, hef e schik van het prachtige uutzicht: van de geuren

en de kleuren, van de bomen, het gröslaand, de kleine heuvels in het laandschap, de huzen, de

möll’ns, de brugge en de bedrieven.

En asse doar zit te dèènken en te genieten, kump tur iniens een vrouwe an-lopen. Ze blif een paar

meter van het baankie stoan en bekik de reiziger met lachend gezichte. “Woon ie in dit schilderi’je?”

vrög hij ni’jsgierig. Schilderi’je? antwoorden de vrouwe. “Ja, het is hier olmoal èèm-n prachtig”, giet

de reiziger verder, “ik zie van alles, olmoal èèm-n mooi, de natuur, die kleine dörpies, de möll’ns, de

havezathen, een kasteel mar dur is hemoal gien reuring. Net as in een schilderi’je”. En ni’jsgierig vrög

hij: “Wat valt er hier te belèèm-n?”

De vrouwe kik de reiziger een steugien onderzukend an. “Wat er hier te belèèm-n valt? vroag ie.

Ontdek het zelf mar! Stap het schilderi’je mar in!” ”Het schilderi’je instappen?!? Ik begriep niet woar

ie het oaver hebt!” De vrouwe begunt te lachen en giet bi’j de reiziger op het baankie zitten.

“Al eeuwenlang,” begunt de vrouwe “komt hier mèènsen veurbi’j, uut alle windrichtingen. De iene

oaver de eeuwenolde Hessenweg of de Twentseweg, de aander oaver het water van de Vechte, de

Dedemsvoart of het Oaveriessels kanaal. Al zeker 5000 joar komt en goat hier mèènsen:

lopend, te peerd, varend, met de ossenkaore of met de trein. Een tiedlang kon ie dur zelfs met de

tram kommen. De meesten doet as ieje: Ze komt an, rust èèm-n, èt een boterham en goat dan weer

wieder. En ienmoal thuus vertelt ze: “Det Laand van Dalfsen is net een schilderi’je. Prachtig mooi,

mar dur valt niks te belèèm-n.”

“Tja, zeg de reiziger noadèènkend, “ik dèènke det ik thuus ok zoiets zal vertellen.” En weer kump dur

een lach op het gezichte van de vrouwe: “Dus ie dèènkt det er hier echt niks te belèèm-n valt?”

De reiziger kik de vrouwe vroagend an. Ze schöf wat dichterbi’j, kik um heur hen en fluustert dan

samenzweerderig: “Ie zollen het schilderi’je is in mutten stappen.” “Det zee ie doarnet ok al.

Mar woar mut ik dan instappen?” Zie begunt hardop te lachen en de vrouwe kik de reiziger met

preteugies an. “Doe ‘t mar!”, zeg ze, “Stap oons prachtige Laand van Dalfsen in en leer de schilder

kennen!”

“De schilder van het Laand van Dalfsen?” Ie hoalt mi’j veur de gek!” De vrouwe lacht weer en stiet

op, mar de reiziger hölt heur tegen. “Asteblief, blief nog èèm-n. En leg het mi’j uut.” De vrouwe

wacht èèm-n, mar giet toch weer zitten. Ze kik de reiziger an en begunt te vertellen: “Tussen al die

mèènsen die hier al duuzenden joaren komt en goat was tur ok is een schilder. Hij kwaamp, keek um

zich hen en wol varder goan. Mar dur was iets, wat um deut ummekeer-n en teruggegoan. As of hij

wat e-ziene had, Wat um eerst niet zo was op e-vallen.”

“Wat had hij dan niet e-ziene? Wat was um dan niet op e-vallen?” onderbrek de ni’jsgierige reiziger

de vrouwe. “Dit….!” En met een grote armzwaai wis de vrouwe noar het laand um heur hen.

De reiziger kik en zöt wat hij al de hele tied zöt. Ie maakt het mi’j wel lastig,”reageert hij kribbig.

 

“Doar heb wi’j het toch al oaver e-had!” De vrouwe holt zich noe stille. Dit keer gien gelach. Dur is

allent een ernstige blik, woarmet ze de reiziger ankik. “Misschien heb ie wel geliek. Wíj bint better in

schilderen dan in proaten.”

De vrouwe dèènkt èèm-n noa. “Ik zal het oe vertellen: Die schilder, Det bint al die mèènsen, die in al

die duuzenden joar hier ankwamen niet deur e-lopen, mar e-bleven bint. Ik bin dur doar iene van.

Net as mien olders en mien noabers en al oonze veurolders. Veurzichtig, deurzettend, met lef en

moed hebbe wi’j het Laand van Dalfsen e-maakt. Stappie veur stappie. Beetie bi’j beetie. Schuppe

veur schuppe is het onlaand ontgunnen en bint de kanalen e-graven. Zelfs de ergste bochten bint

veur de scheepsvaart uut de Vechte haalt. Geduldig. Wi’j hadden goed in de gaten dat wi’j samen,

in kleine stappies, oons doel kunt bereiken.

Dur is hier eindeloos völ rust en ruumte. Dur bint verzichten en dromerige koenn-ogen. Dur bint vief

dorpen e-bouwd. Balke veur balke, stien veur stien: huzen, boerderi’jen, havazathen, winkels, een

kasteel en bedrieven in alle soorten en moaten. Dur is verbundenheid en noaberschap, gebörgenheid

en moatschap e-gruuid. Wi’j spreekt dezelde taal. Wi’j, die hier woont en werkt en leeft, wi’j bint de

schilders. Sinds olde tieden. Wi’j woont in dit schilderi’je. Het is oons huus én thuus. Het is oons

mooie Laand van Dalfsen”

De vrouwe zeg niks meer. Samen zwiegt ze een steugie, kiekt noar het prachtige laand um heur hen.

De reiziger en de schilder. Dan stiet de schilder op, groet de reiziger en verdwient in heur schilderi’je

net zo plotseling as ze e-kommen was.

 

Artikel delen:
Foto's 5
Het verhaal van Dalfsen” gepresenteerd - Foto: Wim
Foto: Wim
Het verhaal van Dalfsen” gepresenteerd - Foto: Wim
Foto: Wim
Het verhaal van Dalfsen” gepresenteerd - Foto: Wim
Foto: Wim
Het verhaal van Dalfsen” gepresenteerd - Foto: Wim
Foto: Wim