Provincie Overijssel brengt korstmossen in kaart - Foto: eigen geleverde foto
Foto: eigen geleverde foto

Provincie Overijssel brengt korstmossen in kaart

OVERIJSSEL – Korstmossen als indicator voor stikstofdepositie. Provincie Overijssel start dit voorjaar met het onderzoek om de korstmossen op bomen in kaart te brengen. De mix van schimmel en algen zijn herkenbaar als grijze of gele plakkaten op de boomstammen.

De korstmossen vertellen veel over de luchtkwaliteit en zijn een natuurlijke indicator voor de stikstofdepositie. Door met regelmaat de korstmossen te inventariseren, bouwen we een natuurlijk meetnet in Overijssel. Dit geeft ons belangrijke handvatten om de landelijke gegevens te kunnen toetsen in de praktijk en meer inzicht te krijgen in de stand van zaken om de stikstofdepositie in natuurgebieden terug te dringen.

Korstmossen leven van stoffen die in de lucht zitten en groeien op bijvoorbeeld kaal zand, steen van bestratingen, daken en op de schors van bijvoorbeeld eiken. In Overijssel zijn bijna 150 verschillende soorten te vinden op boomstammen. Deze korstmossen tonen aan hoe het gesteld is met verzuring, vermesting en klimaatverandering. Zo is gebleken dat er hogere waarden voor stikstof zijn aangetroffen in gebieden met relatief veel vee en waar relatief veel uitlaatgassen zijn, zoals in de stad.

Natuurlijk meetnet

Provincie Overijssel monitort de korstmossen al sinds 1986. Het korstmossen-meetnet bestaat uit 330 plekken in heel Overijssel. Elke onderzoekslocatie bestaat uit tien bomen en per boom wordt bekeken welke soorten korstmossen op de stam leven. “De korstmossen reageren beter en sneller op veranderingen in de luchtkwaliteit en andere omgevingsfactoren, zoals de effecten van klimaatverandering”, vertelt gedeputeerde Gert Harm ten Bolscher. “Hoewel het jaren kan duren voordat de effecten van onze maatregelen zichtbaar zijn, kunnen we op basis van de metingen van de afgelopen jaren wel een mogelijke trend zien. Zo bleek uit de metingen uit 2015 dat de stikstofdepositie op het platteland afneemt, maar in natuurgebieden was toen nog geen vermindering van de stikstofdepositie zichtbaar.”

Stikstofdepositie in natuurgebieden terugdringen

In Overijssel hebben we 21 Natura 2000-gebieden met natuursoorten die gevoelig zijn voor stikstof. Voor deze gebieden is het van groot belang om de stikstofdepositie te verminderen. Als provincie maken we gebruik van de landelijke gegevens van het RIVM om de juiste maatregelen te kunnen nemen. Zo kan AERIUS op basis van modellen berekenen hoeveel stikstof neerslaat op onze Natura 2000-gebieden. “Het natuurlijke meetnet van korstmossen geeft ons de mogelijkheid om deze modelberekeningen te toetsen op onze eigen waarnemingen in de praktijk”, legt Gert Harm ten Bolscher uit. “Als het goed is, zijn de resultaten in lijn met de cijfers van het RIVM bijvoorbeeld. Als dat niet het geval is, dan trekken we aan de bel.”

Aanpak stikstof

Nederland heeft een stevige opgave om de neerslag van stikstof in Natura 2000-gebieden terug te dringen. In Overijssel werken we aan een totaalaanpak. De daling van de stikstofdepositie in onze natuur, een duidelijk perspectief voor alle sectoren en vergunningen die voor de rechter overeind staan hierbij centraal. “Bovendien willen we in het buitengebied een win-win-situatie creëren. Een oplossing voor de stikstofopgave is alleen mogelijk als we breder kijken naar alle maatschappelijke opgaven. Het meetnet van de korstmossen geeft ons nu en in de komende jaren een goed signaal of we hierin op de goede weg zijn of niet,” aldus de gedeputeerde. Naar verwachting zijn de resultaten van dit onderzoek eind 2020 bekend.

Kijk ook op Meten is weten

Foto 1
Artikel delen: