UGANDA – Door Frederik Prins, geboren in de Marshoek van Dalfsen: “Hou vol met binnen blijven” is het devies in Nederland, vandaar de geinige woordspeling: Woningsdag.
Als je al jaren in het buitenland woont volg je lang niet meer alle nieuws uit Nederland. Als boerenzoon heb ik nog lang gevolgd wat de boeren voor nadelen van droogte en overmatige regens hadden. Maar die belangstelling is in de loop der tijd vervlogen. Maar nu met de corona epidemie is die belangstelling opeens veel sterker geworden. Dat komt natuurlijk ook omdat ik, na deze barre tijden, van plan ben definitief naar Dalfsen terug te komen.
Het enige dat wij Nederlanders hier in Uganda missen dit jaar is de receptie van de Ambassade. Omdat ik op ongeveer 450 km. van Kampala woon lukt het me vrijwel altijd wel die trip te combineren met het bezoek aan Ministeries, andere organisaties, tandarts, en noem maar op. Op zo’n receptie in Uganda heerst er altijd wel een ontspannen sfeer; in Afghanistan en Bangladesh was het vaak minder relaxed. De Nederlandse ambassadeur excuseerde zich dit jaar; voor hem is het extra zuur omdat het zijn laatste receptie zou zijn in Uganda. Vervelend, maar: er zijn ergere dingen.
Wat gebeurt er ondertussen in Uganda? In Soroti en wijde omgeving (zeker 100 km.) is er nog steeds geen enkele corona patient; in heel Uganda 75, waarvan 50 alweer het ziekenhuis uit zijn. Geen enkele dode. Tot nog toe, zeg ik er maar bij. Toch kom je de markt niet op, en geen winkel binnen, voordat je zichtbaar je handen hebt gewassen. Sinds een paar dagen wordt op de wegen van en naar Soroti vrijwel iedereen op lichaamstemperatuur getest. Nou ja, zo af en toe nemen de controleurs een “time out”. En zo af en toe, als het te druk wordt, laten ze een stuk of 20 mensen door zonder te controleren; je moet die dingen ook niet al te serieus nemen, zullen ze wel denken. Gelijk hebben ze!
Om in de nood van de allerarmsten te voorzien wordt er in Kampala op grote schaal voedsel uitgedeeld. Voorspelbaar: dat is een chaos geworden. Het staat wel mooi natuurlijk, voedsel voor de allerarmsten, maar wacht even: wie zijn dat, de “allerarmsten”? Samen met het Rode Kruis heeft de overheid 1,5 miljoen mensen uitgekozen, (voorlopig?) alleen in Kampala. Nou is het Rode Kruis een prima organisatie, geen kwaad woord er over, maar het is geen club van mensen met een sterke ruggengraat die tegen politieke druk opgewassen zijn. Op basis van welke criteria hebben zij die 1,5 miljoen mensen geselecteerd? Wie het weet die mag het zeggen. En natuurlijk: als je gaat uitdelen, blijkt iedereen zich opeens “allerarmst” te vinden. Verwacht nergens “dankjewel” te horen, en bereid je voor op kritiek dat je niet genoeg geeft. “Het is zaliger te geven dan te ontvangen” gaat niet altijd op!
Praktisch probleem voor je kunt beginnen: waar haal je 1,5 miljoen x 8 kg. meel / bloem vandaan, waar 1,5 miljoen x 6 kg. rijst, waar I,5 miljoen x gram zout, waar 1,5 miljoen x y gram suiker, waar I,5 miljoen x z ml. olie, en wat vergeet ik allemaal nog. Dat moet allemaal ergens vandaan komen, dat moet opgehaald worden, opgeslagen, bewaakt, en dan afgemeten, gewogen en in zakjes gestopt worden, en die zakjes moeten allemaal in 1,5 miljoen pakketten “gebundeld” worden, weer opgeslagen en weer bewaakt worden.
Vergeet niet dat degenen die het voedsel ophalen en naar de opslagplaats brengen, en dat zij die alles moeten meten en wegen, en in kleinere zakjes stoppen, die alle meel, rijst, olie, zout, suiker, enz. bij elkaar in 1.5 miljoen “pakketten” moeten stoppen, dat die wellicht niet meer dan zo’n 150 Euro per maand verdienen, hooguit 200. En dat ze vaak 5 of meer kinderen hebben, plus (schoon)ouders en verdere familie die van hun schamele inkomsten afhankelijk zijn. Hetzelfde geldt voor de bewakers. Vraag het jezelf: wat zou JIJ doen in zo’n geval? Makkelijk zat, een paar pakketjes achterover drukken natuurlijk! Mag dat? Nee, dat mag niet. Maar kun je het hun kwalijk nemen? Nauwelijks, vind ik. Zeker niet als je ziet dat hun bazen in dure auto’s rijden die ze nooit van hun salaris hadden kunnen kopen.
Praktisch probleem bij het uitdelen: dat moet per gezin gebeuren, want iedereen moet gepaste afstand van elkaar houden. Hoe vervoer je al die voedselpakketten naar de huizen, de hutten en de krotten? Er zijn amper wegen, laat staan dat er trucks bij de woningen van de gezinnen kunnen komen. De voedselpakketten moeten vanuit de opslagplaats eerst op vrachtwagens / trucks worden gedragen, en dan huisje voor huisje, krot voor krot, hutje voor hutje uitgedeeld worden. Ik heb op tv beelden gezien hoe ordelijk e.e.a. verloopt: de truck stopte voor huizen met een tv antenne op het dak; iedereen wachtte heel gedisciplineerd op zijn / haar beurt. Haha, te mooi om waar te zijn!
Iets heel anders: vaak wordt het voedsel in het buitenland gekocht. Dat moet dan eerst, doorgaans per boot, aangevoerd worden, in de havenplaats opgeslagen en bewaakt, naar het rampgebied vervoerd en daar uitgedeeld worden. Onder toezicht van de “hulpverleners”. Afgezien van alle opslag-, vervoer- en bewakingsproblemen: hoe meer voedsel er uitgedeeld wordt, des te lager is de prijs die de boeren zullen krijgen voor hun volgende oogst. Willen we dat? In het verleden heb ik er een paar keer aan mee moeten doen; zeker in Afghanistan na de Taliban was de nood zo ongelooflijk hoog dat er niets anders opzat dan voedsel (en sandalen, kleren, spades, schoffels, zaaizaad, enz.) uit te delen. Maar ik heb het met bloedend hart gedaan!
Wat gaat er gebeuren met Uganda als deze corona crisis – hopelijk snel – over is? De meningen zijn verdeeld. Wie weet daarover een volgende keer.
Tenslotte, gebeden verhoord: de sprinkhanenplaag is overgedreven zonder grote schade aan te richten. Het regenseizoen is in volle omvang losgebarsten, gelukkig regent het vooral ‘s nachts, en stortregent het zelden: ”milde regens” heet dat. Sprinkhanen kunnen niet tegen regens, dus de natuur heeft dat probleem vrij geruisloos opgelost.
Reacties blijven, als altijd, zeer welkom: frederikprins14@gmail.com
Overigens kreeg ik een paar heel leuke reacties op jouw oproep te reageren. Nee, niet veel, maar dat hoeft ook helemaal niet: niet het vele is goed, maar het goede is veel!
Grote Groet, Freek

