DALFSEN – Het eerste team maakte de lange reis naar Urk om het daar op te nemen tegen het eerste team van H.G.L./CDS/Schol. Daar kwamen ze tot de ontdekking dat ze het op moesten nemen tegen een team dat in een hele goede vorm verkeerde. Zo trof Harry Onderdijk veel weerstand van Bertie Weerstand die zijn naam eer aan deed.
Hij moet 80 caramboles maken maar speelde deze partij met een gemiddelde van 4.444 en hij maakte een hoogste serie van 16. Maar Onderdijk kwam maar niet op stoot. Na 9 beurten had hij nog maar 9 caramboles gemaakt, terwijl Weerstand al 40 op het scorebord had staan. Daarna pakte Onderdijk de keu beter ter hand. Met series van 15, 13 en 14 wist hij zijn achterstand wat in te lopen, maar het was dus te weinig. Zijn moyenne bedroeg 3.277 en ook hij liet een mooie serie van 15 als hoogste serie noteren. Toch kwam hij door het goede spel van Weerstrand 16 caramboles tekort van de 75 die hij moet maken. En dan krijg je niet meer dan 7 wedstrijdpunten. De tweede partij ging tussen Evert Hulleman en Albert Bakker die beiden genoteerd staan voor 65 te maken caramboles. Beide spelers hadden vooral in het begin moeite met het spel. Bakker liet in de 5e beurt wel een serie van 15 noteren en Hulleman in de 10e beurt eentje van 13 maar de stand was na 10 beurten 26 tegen 23 in het voordeel van Bakker. Toch was het Bakker die per beurt beter uit de verf kwam dan Hulleman.
In de 25e beurt maakte Bakker met een serie van 9 zijn 65 vol en moest Hulleman nog 6 maken. In zijn nabeurt bleef hij steken op 59 gemaakte caramboles. 6 caramboles tekort dus en hij kreeg toch nog 9 wedstrijdpunten. Zijn moyenne bedroeg 2.360 en hij liet een hoogste serie noteren van 12. In de slotpartij nam Evert Jan Holsappel het op tegen Geert Koffeman die 60 caramboles moet maken. 5 meer dan Holsappel. De eerste helft van deze partij was in het voordeel van Koffeman. Na 15 beurten was de stand: 37 voor Koffeman en 19 gemaakte caramboles voor Holsappel. Maar daarna kwam Holsappel beter op[ stoot. Hij liet twee mooie series van 11 en 14 noteren en kwam op gelijke hoogste met Koffeman. In de 25e beurt had Holsappel zijn 55 te maken caramboles bij elkaar. Dat deed hij met een goed moyenne van 2.400. In zijn nabeurt liet Koffeman met een mazzelstoot ook zijn 60e carambole noteren en daarmee werd het een gelijkspel. Beiden kregen dus 11 wedstrijdpunten. Uitslag:37 – 27 voor H.G.L/CDS/Schol 1
Het derde team speelde dinsdagavond thuis tegen B.V.V. ’94 1 uit Vollenhove. Eerste man Gerard Verhaar trof het niet met een goed op stoot zijnde Andries Mansfeld. Mansfeld die 28 caramboles meer moet maken dan Verhaar had maar 20 beurten nodig om de 65 die hij moest maken op het scorebord aan te laten tekenen. Een fraai moyenne van 3.250 en een hoogste serie van 12 mochten er wezen. Verhaar kwam 12 van de 37 die hij moet maken tekort. Zijn gemiddelde bedroeg 1.250 en zijn hoogste serie: 4. Hij kreeg 6 wedstrijdpunten. Henk Dijk redde de eer voor zijn team door te winnen van Mansfeld senior. Na 36 beurten wist Dijk winnend af te sluiten. Zijn gemiddelde bedroeg 0.916 en hij maakte een hoogste serie van 5. Mansfeld senior kwam 7 caramboles van de 35 die hij moest maken tekort. Hij kreeg 8 wedstrijdpunten. In de slotpartij trof Gert Siffels het niet met zijn tegenstander. Jaap Veerman was voor zijn doen in een bloedvorm. Hij had maar 14 beurten nodig om de 35 te maken caramboles op het scorebord te laten verschijnen. Een gemiddelde van 2.500 en een hoogste serie van 9 waren zijn fraaie cijfers. Siffels moest genoegen nemen met de 13 caramboles die hij maakte. En dat waren er 16 te weinig. Dan kun je wel op je moyenne spelen maar met een zodanige tegenstander krijg je geen kansen meer. Zijn moyenne bedroeg 0.928 en hij maakte wel een mooie serie van 6. Uitslag: 22 – 32 voor B.V.V. ’94 1
Donderdagavond ontving het tweede team de biljarters van De Kolonie 3 uit Wilhelminaoord, koploper in de C3 klasse. In de openingspartij ging Rein Smit van acquit tegen Piet Beekman die twee caramboles (55) meer moest maken dan Smit. Halverwege deze partij, die 22 beurten zou duren, had Smit al een licht voordeel van 6 meer gemaakte caramboles. Toen hij in de 15e beurt een serie van 10 liet noteren kwam de winst dichterbij. Beekman ging steeds meer ballen missen en kwam in die 22e beurt ook 22 van de 55 caramboles die bij moest maken tekort. Smit speelde met een moyenne van 2.409. Beekman kreeg 6 wedstrijdpunten. Op het tweede biljart speelde Albert Holsappel gelijktijdig tegen Harry Veldhuizen. Veldhuizen moet 12 caramboles meer maken dan Holsappel. Het werd al met al een spannende partij. Na 12 beurten was de stand gelijk. Beiden hadden 12 gemaakte caramboles op het scorebord staan. Veldhuizen leek de winst binnen zijn bereik te krijgen toen hij 2 x een serie van 7 liet noteren maar het was Holsappel die in de 23e beurt afrondde met een serie van 4. Toen had hij zijn 43 te maken caramboles bij elkaar. Zijn moyenne bedroeg 1.869.
Veldhuizen kwam 6 caramboles tekort en hij kreeg 8 wedstrijdpunten. In de slotpartij speelde Erik Analbers tegen Jan Pals, die 10 caramboles (53) meer moest maken dan Analbers. Beiden gaven elkaar weinig aanspeel mogelijkheden. Tot en met de 20e beurt was nauwelijks enig verschil in de stand bereikt. Het scorebord gaf 20 aan voor Analbers en 24 voor Pals. Maar daarna kwam Pals juist beter op stoot, terwijl Analbers meer ging missen. In de 31e beurt maakte Pals zijn 53e en daarmee ook laatste carambole. Analbers bleef steken op 28 en dat waren er 15 te weinig. Zijn moyenne bedroeg 0.903 en hij kreeg 6 wedstrijdpunten. Uitslag: 30-26 voor de Trefkoele 2


