DEN BERG – DALFSEN – Op het landgoed Den Berg staan heel veel bomen met een rood/oranje band, een boom met alleen oranje stippen, bomen met witte en met blauwe stippen. Dit heeft niets met de Nederlandse driekleur te maken, maar is de instructie voor de mensen die de komende tijd bomen gaan kappen. Roy werkt als zelfstandige, nadat hij vele jaren in de bossen en op landgoederen heeft gewerkt in bosonderhoud en bos advies.
Zo maakte hij ook de plannen voor het landgoed Den Berg en andere landgoederen in de wijde omgeving. Op Dalfsennet is eerder geschreven over het blessen (kleurmerken aanbrengen) van bomen om aan te geven welke bomen er gekapt moeten worden.
Voor de beheerder van het landgoed Arie van de Mee en Roy was dit de aanleiding om een bosexcursie te organiseren om belangstellenden kennis te laten nemen van de werkzaamheden en het doel van het kappen. Dit vond nu dan gistermiddag plaats waarvoor zich 10 belangstellenden hadden aangemeld.
Blesser Roy begint met een stukje historie. 10 duizenden jaren terug bestond vrijwel geheel Nederland uit grote vaak ondoordringbare bossen. Door toedoen van mensen is de loop van de tijd veel bos verdwenen, gekapt voor brandhout, timmerhout en dergelijke. Zoveel en teveel gekapt zodat er geen bos meer overbleef, het gebied verschraalde, er ontstonden stuifzand en heidegebieden. Maar ook de heide liep vanaf de middeleeuwen weer schade op door ongecontroleerd afplaggen, om te gebruiken in de potstal en om land te bemesten. (Ook na het drogen gebruiken als brandbaar materiaal voor de open vuurplekken in woningen).
Bossen werden wat ingeplant met de opkomst van landgoederen en kastelen, vooral na 1500. Na 1800 tot na1900 werd op grote schaal bos ingeplant op heidevelden en stuifzandgebieden en op woeste gronden. Op stuifzand groeit in principe niets, maar daar werd wat op gevonden door gelijk met de nieuwe aanplant een turf in het plantgat te doen die water vast kan houden. (Heidevelden waren soms te nat waardoor er sloten werden gegraven, zg. rabatten waar wel op geplant kon worden).
In de vorige eeuw werden bossen soms geheel gekapt wat te koste ging van het bosleven, takken en dode stammen moesten worden opgeruimd en de bodem werd steeds schraler en het insectenleven verdween. Bomen leven van schimmels in de grond en een goede bosstructuur zit vol met schimmels, de belangrijkste voedingsbron voor een bos. Daarom is het van belang dat de bodemstructuur zo min mogelijk wordt aangetast met bosonderhoud.
Een blesser kijkt met hele andere ogen naar een boom als een wandelaar, dunne bomen mogen gerust blijven staan, ook al zijn ze dood, ze bevatten veel ruimte voor insecten en belangrijk voor vogels en de specht kan er op lostimmeren. Ook op de grond geeft het een verrijking. Dun hout heeft ook weinig handelswaarde en kost alleen maar geld als je alles om zou zagen. Een volwassen spar of Douglas heeft een leeftijd van 50 tot 60 jaar en is dan kaprijp. Hoe voorkom je dat bv een Douglas die ruim staat scheef gaat groeien richting zonlicht. Dit wordt gedaan door aan de zonzijde een beuk te planten als de boom wat op hoogte is gekomen. Een beuk groeit snel en altijd recht omhoog en doet een poging de naast staande boom in te halen, ontneemt hem het zonlicht waardoor ook die boom mooi recht groeit, voor de handel belangrijk.
Voor het blessen kijkt Roy naar elke boom, wat is de toekomstwaarde is een boom mooi recht?, of zitten er beschadigingen, groeit die krom, of staat die in de verdrukking, dan krijgt die een rode band en zal worden gezaagd. Heel duidelijk is Roy in het aangeven van dunningspaden, waar de grote bosmachines door moeten. Die machines hebben een reikwijdte van 9 tot 10 meter op paden van ongeveer 5 meter. Staat een boom net buiten bereik van de machine, mag de machine niet van het pad af en zal de boom handmatig worden gezaagd. De route op de dunningspaden zijn aangegeven met een rode streep vertikaal en met witte pijlen en strepen waar de machine binnen moet blijven. Dunningspaden worden aangelegd met een onderlinge afstand van ongeveer 20 a 25 meter en altijd weer op de zelfde plaats als eerder, maar ook vast voor de toekomst. Waar de grote machines rijden krijgt de bodemstructuur forse schade en wordt de bodem vast gereden, daarom mag er niet vanaf worden geweken. Een boom met blauwe stip is een toekomstboom, zie foto, een mooie rechte stam, mooi vrijstaand en gaat dus recht omhoog. Het is goed om de onderste takken ver en zo hoog mogelijk te verwijderen waardoor er in het timmerhout minder noesten ontstaan. Lariks bomen hebben minder waarde dan bv een eik of Douglas en daar wordt minder in gekapt als die maar ruim staat. Een bosgedeelte waar de lariks allemaal krom staan zullen worden gekapt, dit hout is dan ook ongeschikt als timmerhout door zijn kromming.
Wij komen bij het stenen bruggetje achter het kasteel waar een grote beuk is aangetast door een plaatjeszwam, een fors groeiende paddenstoel. Deze boom zal naar schatting tussen de 200 en 250 jaar oud zijn. ( het parkplan is van ongeveer 1754). Deze boom heeft al een witte stip gekregen, wat betekent dat die boom blijvend onder controle is. De kans bestaat dat dode takken uit zo’n boom vallen en in een wandelgebied onverantwoord. De beslissing zal genomen moeten wanneer de boom omgezaagd moet worden. Roy geeft aan dat wat hem betreft de boom op hoogte afgezaagd mag worden en laat de stam dan maar afsterven, dood gaat die toch. Een dode stam herbergt weer een rijk insectenleven en natuurlijk een spechtenparadijs. Nog even verder door het parkbos een de overzijde van de brug links om de vijver.
Hier is duidelijk dat hier met zorg geplant en goed onderhoud is uitgevoerd, een diversiteit aan bomen. Op goede afstand van elkaar, daardoor ontstaan er in de toekomst mooie bomen.
Een hele mooie en leerzame middag met nog meer respect voor de natuur, de bossen en de bomen. Nog meer begrip waarom toppen van bomen en dood hout in het bos blijft liggen, een weldaad voor insecten. Nog meer begrip dat tijden veranderen en niet meer elke hectare met dezelfde bomen worden geplant, waardoor o.a de fijnspar zo wordt aangetast door de letterzetter. Die kan zich goed ontwikkelen omdat er in die bossen geen natuurlijke vijanden zijn. Door meer biodiversiteit, andere soorten bomen en planten ontstaan er andere insecten en vijanden die met elkaar de natuur uitmaken.
De natuur, Roy kan er nog veel meer over vertellen, dan in een wandeling van ruim 2 uur, het was bijzonder boeiend.
WvdV











