LEMELERVELD – Na lange donkere wintermaanden dient zich toch gevoelsmatig het voorjaar aan. Een molshoop in mijn zichtbaar winterse tuin verraad al de nodige ondergrondse opwinding in hun donker territorium.
De lente tracht zich de naad uit de broek te werken om een lief zonnig gezicht te zetten tegen sneeuwklokjes die al – vroeg uit de veren- staan te pronken in talrijke kleuren. Vreemde gevoelens het voorjaar incognito te observeren, maar- moeder natuur-zorgt elke dag voor iets nieuws als we het maar willen zien met open oog voor al wat er groeit en bloeit.
Als een hagelbui, valt een groep mussen uit een strak blauwe hemel neer in onze nog winterse tuin. Wat bevreemd onwennig staren deze druktemakers elkaar aan en kwetteren; hebben wij elkaar al niet eerder gezien?
Onder vier ogen fluisteren ze elkaar iets tussen de veren, waarbij hun gedrag laat zien dat mannetjes zich opmaken met wat dikdoenerij vrouwtjes te intimideren voor een komend huwelijk. Een struik die zich vasthecht aan alles wat maar steun bied verrast ons over enkele weken op een steeds groter wordende roze bloemenzee.
Een op jaren zijnde merel kwettert nog al geërgerd aan het tumult van uitrukkende brand weerwagens in de straat. Een bij ons zo bekende koolmees scharrelt onder de dennenboom en heeft zich hier aangepast en weet zich goed te doen aan een– slinger pinda’s-die elk voorjaar hem welkom heet. Maar toch schijnt het een dwaalgast uit het hoge noorden volgens gegevens van het vogeltrekstation
Op een kritiek moment weet hij een stuk appel weg te graaien voor de snavel van een trotse kraai. Deze in deftig zwart gaande tuingenoot toont zich edelmoedig en gaat op de wieken omdat hij zich dat passend bij zijn status had voorgenomen.
Toch zijn er lichtpuntjes om op te merken als we het maar willen zien ondanks…..
Historisch Werkgroep Lemelerveld
21 – 02 –2023
H.Huisman


