Maurits von Martels, gedeputeerde Landbouw en Natuur, zegt hierover: “In Overijssel streven we naar een gezonde en aantrekkelijke natuur voor mens, dier en plant. Uit dit rapport blijkt dat we op de goede weg zijn, maar er is nog werk te doen. Sommige plant- en diersoorten laten herstel zien, zoals de kerkuil, moerassprinkhaan, ijsvogel en het bruin zandoogje. Het creëren van een aantrekkelijk en gezond leefgebied vraagt om tijd, aandacht en gezamenlijke inzet.”
Overijssel zet zich in voor een vitaal en samenhangend netwerk van natuurgebieden in het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS), waaronder Natura 2000-gebieden en Nationale Parken. Daarnaast werken we aan het behouden en versterken van bos- en natuurwaarden buiten dit netwerk.
Op het platteland nemen we verschillende maatregelen om weidevogels terug te laten keren en slootkanten weer bloemrijk te maken. Het omzetten van landbouwgrond naar nieuwe natuur sinds de jaren negentig heeft verschillende planten en dieren de kans gegeven om zich uit te breiden. Zo is er bijvoorbeeld aan de rand van de Wieden een grote kolonie lepelaars ontstaan.
Helaas zien we ook een achteruitgang bij sommige planten en dieren door veranderingen in het landgebruik, zoals het verdwijnen van bloemrijke slootkanten, kruidenrijk grasland en bosjes. Dit heeft een negatief effect op voedsel en leefomgeving voor diverse diersoorten. De afname van insecten heeft met name invloed op vogels.
Met instrumenten zoals ‘Basiskwaliteit Natuur Overijssel’ willen we werken aan het versterken van de natuur in heel Overijssel.
De effecten van klimaatverandering worden steeds zichtbaarder. Sommige soorten breiden vanuit het zuiden hun leefgebied uit, terwijl langdurige droogte problematisch is voor inheemse, vochtminnende soorten. Factoren zoals vermesting, verdroging en de vaak geïsoleerde ligging van gebieden dragen bij aan de afname van bepaalde plant- en diersoorten. Zo gedijen bijvoorbeeld de grutto, kievit, veldleeuwerik en patrijs bij het vroegere extensieve agrarische cultuurlandschap.
Sommige soorten kunnen niet zelfstandig terugkeren en hebben herintroductie nodig. Bij de otter zien we na herintroductie een sterke groei. In 2022 werd het aantal otters in Nederland geschat op 500, waarvan de meeste zich in Noordwest-Overijssel bevinden. Dit succes hangt grotendeels samen met verbeterde waterkwaliteit. Ook bij bepaalde plantensoorten heeft herintroductie positieve resultaten opgeleverd.
Dit is de tweede biodiversiteitsrapportage. De eerste werd in 2019 gepubliceerd. Het rapport is gebaseerd op ‘indicatoren’ voor biodiversiteit, opgesteld door het CBS voor Overijssel (indicatoren per soortgroep), en op gegevens verzameld binnen het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) en via provinciale meetnetten.
Het rapport ‘De Staat van de Biodiversiteit in Overijssel 2023’ is Verwijst naar een andere website hier te lezen.


