DALFSEN – Vervolg van het boekje over tante Gé Pals: Nu de pagina 4, 5 en 6. Het voormalige huis van de familie Frankema, later woonde hier de Familie Leppink Seidel, staat tegenover de kopse kant van de Egbershof, die haar naam dankt aan de bewoners van het huis dat daar stond, de familie Egbers, directeuren van de cichorei fabriek–
Op de foto: Huis van de Directie der Chichoreifabriek, de familie Egbers. Zij waren ooit de eerste bewoners van de Witte villa.
In dit pand werd later de Spar van de familie Bekman gevestigd en is gesloopt in 1994 en nu staat op deze plek de “Egbershof”
Terug naar de witte villa: Hoe kwam het dat het notaris gezin daarbij in ging wonen. Wel de reden ligt voor de hand de dochter van Frankema was getrouwd met de heer van de Stadt. Van der Stadt was de zoon van de oud Burgemeester te Wanneperveen en Goor.
Het gerucht ging, dat de oude heer Van der Stadt het heel goed in Goor heeft gedaan, omdat men daar een “rode” Burgermeester op prijs stelde en hij zou zo getint zijn.
Als koetsier werkte jarenlang de heer Kutterik bij de familie van der Stadt.
“En liep je dan het paadje uit” zo vervolgt Tante Gé, “dat er nu niet meer is dan woonde daar eerst op De Belt de familie Appelo, hij werkte aan het spoor, dat was voor die tijd een mooi en keurig huis en daarnaast had je de smederij van de Katte, Johan Wesseling, maar wij zeiden altijd van de Katte.”
Sloop van de Smederij van de Katte, Johan Wesseling, op den Belt.
Maar zegt ze lachend: “Dat was een vakman hoor, van de bovenste plank, een goede vakman, als je niet goed iets voor mekaar kon krijgen dat zei mijn man (Jan Pals) altijd “Gao maor effe naor de Katte, op het gebied van kachels en smeden kon hij werkelijk alles!”
Daarnaast had je de winkel van Wansink (bijnaam was Bössien)
Daar kocht je koppies en bakkies en zelfs speelgoed en wat kruidenierswaren en achter de winkel was een soort “hokkien” en dat was dan het borrelhokkie, want hij was ook slijter. Hij verkocht ook jenever en al dat spul en daar had hij zijn vaste klanten. Die kwamen dan eigenlijk voor zo’n klein toonbankje te staan en Wansink was dan zo’n handig klein mannetje en dan dronken ze daar even een paar borrels, geld werd op de toonbank gelegd en dan zo weer vort, was een bekend achterommegie en dan kon je daar achter uit de Dijk op en daar stond dan een ouderwets huis en dan moet ik even denken wie daar ook al weer in woonde……. Oh ja, ook een Wesseling, dat waren de schoonouders van Jo Scheen en dan woonde daarnaast Japie Jolink en daarnaast heeft Eef Mensink nog een poosje gewoond en daarachter woonde Dieks, de stratenveger, met Aagje. Japie Jolink zijn bijnaam was de schoorsteen omdat hij ook wel eens de schoorsteen van de chichoreifabriek veegde.
Een gevleugelde uitdrukking was: “Heb je de schoorsteen al gehoord“? Dan is het 12 uur, de cichorei fabriek liep uit voor het eten.
Naast die Japie Jolink woonde de familie Nijland, haar man werkte ook op de cichoreifabriek. De taken waren goed verdeeld zijn vrouw had thuis de leiding, keurig nette mensen.
Foto’s: sommige foto’s van de HKD andere privé bezit.
Tekst opgetekend door Lex Bol
Wordt vervolgt









