DALFSEN – Momenteel zie je overal in het dorp gele slangen leeglopen op straat. Die komen vanachter een voordeur of uit een garage. Bijna altijd wordt hier grondwater uit kruipruimtes of kelders gepompt. Grondwater in kruipruimtes is in Dalfsen vrij ongebruikelijk, behalve nu, met nat weer. Maar dat pompen, is dat eigenlijk weg verstandig? Nee, eigenlijk niet. Dat leg ik graag uit.
Hoe komt het?
Je hoort veel verhalen over grondwaterstanden die gekoppeld zijn aan de stand van de Vecht. Dat is mogelijk, maar 9 van de 10 keer is de Vecht hoog als het ook veel geregend heeft. En als het regent, dan regent het overal. De bodem is vaak al compleet verzadigd met regenwater. Er is geen verdamping vanuit de natuur. Het kan nergens meer heen. Elke laagte wordt gevuld en het ‘levelt’ zichzelf onder de grond. Kruipruimtes en kelders zijn van die laagtes. Afhankelijk van de bodemlagen in de buurt zal deze snel of helemaal niet volstromen.
Kortom, de stand van de Vecht is niet per se bepalend voor de grondwaterstand in het dorp. Dat kán wel, maar dan moet de Vecht heel lang heel hoog staan. Grondwater in de kruipruimte in deze periode komt echt door de grote hoeveelheid regen die de bodem niet meer in kan.
Wie is verantwoordelijk?
Het is (zeker in gebieden waar het amper voorkomt) vaak onduidelijk wie verantwoordelijk is voor hoog grondwater. De gemeente heeft een wettelijke grondwaterzorgplicht, maar dat is zeer beperkt. De gemeente draagt zorg voor maatregelen in openbaar gemeentelijk gebied als er structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand zijn. Extreme neerslag valt daar niet onder, want dat is niet structureel. Maar wie is het dan? De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn/haar eigen terrein. Ben je eigenaar van een perceel/huis met grondwater daaronder? Dat is van jou. Je mag het dus gewoon houden. Van de perceeleigenaar mag worden verwacht dat hij de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen neemt om grondwaterproblemen te voorkomen of te bestrijden. Hierbij horen ook eigen maatregelen c.q. wensen ten aanzien van het object, zoals wonen in de kelder. Kortom, een souterrain, woonkelder of verblijfsruimte moet je zelf waterdicht maken.
De meest voorkomende bouwtechnische maatregelen om grondwateroverlast in de woning tegen te gaan zijn:
- het dampdicht maken van de begane grond vloer;
- het aanbrengen / weer openmaken van voldoende ventilatieroosters;
- het injecteren van bouwmuren om optrekkend vocht tegen te gaan;
- opvullen kruipruimte, bijvoorbeeld met schelpen of thermische PS chips
De kruipruimte en bouwjaar
Bij veel mensen hoor je dat er kortsluiting is geweest. Dat komt vaak door lasdozen met elektra of andere elektronische verbindingen die men (in de destijds) droge kruipruimte heeft geplaatst. Je hoort die netjes tegen de onderkant van de vloer te plaatsen, maar dat gebeurt natuurlijk niet overal. Bij water in de kruipruimte zorgt dat dan voor kortsluiting.
Woningen van vóór 1992 zijn gebouwd volgens een ouder bouwbesluit. Er is een grote kans dat deze vloeren niet dampdicht zijn gebouwd. Dat betekent dat LANGDURIGE hoge grondwaterstanden kunnen zorgen voor schade en optrekkend vocht en/of stank in de woning. Een goed (na)geïsoleerde vloer voorkomt dat grotendeels. Elke woning van ná 1992 is gebouwd met een dampdichte vloer. Grondwater in de kruipruimte zou hier normaliter géén overlast moeten veroorzaken. Hier pompen is écht niet noodzakelijk.
Bovendien belast je met je verpompte grondwater de riolering teveel. Hoe minder ‘schoon’ water in de riolering, hoe beter deze functioneert.
Niet pompen…. maar wat wel?
Grondwater wegpompen is een klassieke reactie, zeker als water in de kruipruimte niet zo vaak voorkomt. Toch is verstandig om dit niét te doen. Door het pompen versnel je de afvoer van grondwater richting jouw kruipruimte. Dat wat je wegpompt vult nagenoeg meteen weer aan, zeker in deze natte tijden. Door die versnelling ontstaan er kleine water snelwegen onder en naast je woning. Dat kan (net als bij de Vecht in het groot) zorgen voor verzakkingen, scheuren en andere schade. Dat merk je vaak als het waterpeil weer daalt. Nú pompen, kan betekenen dat je later, als het weer regent, steeds sneller last krijgt van grondwater. Laat grondwater dus het liefst staan! Het zakt uiteindelijk weer.
Ga ook niet luchten. Sommige mensen willen de kruipruimte openzetten door het luik er af te halen. Niet doen. Het stinkt alleen maar harder en het wordt er niet beter van. Laat de ventilatie van je kruipruimte zelf z’n werk doen. En weet je niet hoe je kruipruimte geventileerd is? Dan is het verstandig om dat uit te zoeken als het straks weer droog is.
Het grondwater zal doorgaans niet zó hoog komen dat het je huis binnenstroomt, dus dat hoeft geen reden te zijn om te pompen.
Heb je een verblijfsruimte met grondwater? Dan is die niet goed waterdicht gebouwd. Om de schade daar te beperken kun je pompen, alhoewel het bovenstaande ook daarvoor geldt.
Grondwater in de kruipruimte is dus 99 van 100x: “Even geduld alstublieft”
Thomas Klomp
Watermanager / Docent “grondwateroverlast in bebouwd gebied”

