Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto

Wandelen met Tante Gé Pals

DALFSEN – Vervolg – Marten van Ankum-zijn overlijden wordt aangegeven door Zacharias Hinze (29 jaar) schoolmeester en Gerrite Heitlage (39 jaar) schoenmaker. Op 2-12-1812 wordt Hendrik Jan van Ankum, grutter op nummer 67 benoemd als voogd over zijn moeder Hendrikje van der Vegt, weduwe van wijlen Marten van Ankum en over zijn broer Lambert Jan van Ankum- besloten in de gehouden familieraad op 17-10-1812.

(overige foto’s onder de laatse tekstpagina)

Toeziende voogden van Hendrikje van der Vegt en Lambert Jan van Ankum, zijn Willem van der Vegte en Rutger van Ankum, landbouwers.

Dan komt er in de registers een lijst van de inventaris- teveel – zo schrijft mevrouw Kamphuis- van Beinum- om op te noemen. Alles staat in de acte die verleden is voor Notaris Kuvel in Dalfsen op 2-12-1812.

Enkele dingen: 2 paarden, gereedschappen van de grutterij, 4 koeien, een pink, een kalf, een boerenwagen een chais (een rijtuig) met tuigage, obligaties alles tesamen voor een bedrag van 12.753,98 franse francs – omgerekend naar nu zo’n 2.500 euro – een voor die tijd enorm bedrag!

Dit was dus alleen nog maar de inboedel!

Onroerende goederen: een Erve met Huis – staande in de hof, een schuur een berg en een getimmerte van de Grutter nummer 67 staande te Dalfsen tussen G Pruim en Willem Volbrink, een erve en huis op de Belt nummer 80 (dat nummer klopt niet!) ten oosten aan de rivier de Vecht, ten westen aan de hof van Jacob Jansen en verder nog land – kaart van 1832 geeft aan dat dit huis staat op K 986 – land K 990.

Op 5 december 1812 trouwt Hendrik Jan van Ankum met Johanna Elisabeth Rudiger – 21 jaar haar vader is rentenier te Keppel. De bruid diende op Huize de Horte- Getuigen bij het huwelijk waren zijn buren- Johannes en Hendrik Jan Pruim en Zacharias Hinze, zij waren alle drie schoolmeester. Bij de toenmalige Patentbelasting (vergunning om een zaak (nering) te drijven) moet Hendrik Jan van Ankum, op nummer 60 fl 22,05 betalen, bovendien nog extra als grutter in koffie, thee en tabak, Op 31-8-1816 gaat hij in beroep bij de zetters (vertegenwoordigers van de Gemeenteraad, die bezwaar tegen belastingen behandelen) dat zijn de heren R Santink en G Kikebeld. Van Ankum vindt de aanslag als grutter te hoog, omdat hij alleen maar boekweit en grutten maalt, malende met een molen door een paard aangedreven- zie de gevelsteen:

Dat was aanmerkelijk goedkoper dan een molen die alles maalt en door water wind of stoom wordt aangedreven, Hij krijgt zijn zin en mag uiteindelijk Fl. 5,00 minder betalen.

Op 1-5-1837 sterft Hendrik Jan van Ankum, zijn zoon Lambert Jan van Ankum volgt hem op, hij overlijdt op 19-01-1816 oud 34 jaren. Hendrik Jan van Ankum zijn andere zoon Gerrit van Ankum sterft 3-2-1846, (20 jaren oud) de aangevers zijn de buren Jan Daniel Jans en David van Putten. Zijn broers en zusters krijgen elke een tiende van de erfenis van wijlen zijn vader Hendrik Jan van Ankum ook deelt zijn moeder J E Rudiger mee.

Er was enorm veel onroerend goed, na aftrek van schulden bleef er over de enorme som van 13.641,82. Gulden over. Zijn broers en zusters waren Lambert Jan en Johannes beiden grutter in Dalfsen, Martina van Ankum wonende te Enkhuizen, gehuwd met Tobias Knuivers onderwijzer – Christiaan Hendrik van Ankum was apotheker in Groningen, begraven op de Zuiderbegraafplaats te Groningen. Miete van Ankum x Willem Overweg (van beroep bakker) te Kampen, begraven te Ijsselmuiden.

Carolina Jacoba van Ankum x Gerrit Frijling – bakker te Kampen. De boedel word op 28-6-1853 uit elkaar gehaald nadat hun moeder J E Rudiger op 12-2-1852 was overleden.

Er moet veel over en weer zijn verkocht, zo schrijft mevrouw Kamphuis-van Beinum, maar daar is niet precies uit en achter te komen. Het huis op de Belt wilde graag gekocht worden door een heer Bogman, (komend uit Hoorn) deze heeft geboden, maar het werd hem gezien het feit dat e.e.a. werd aangehouden, blijkbaar niet gegund.

Lambert Jan van Ankum, krijgt de Gruttemoole – hij was getrouwd met Grietje Stam, na het overlijden van dit echtpaar 16-10-1886 wordt alles verdeeld tussen de nog 5 levende kinderen- Johanna Elisabeth van Ankum geboren omstreeks 1852 en overleden op 29-1-1933 te Zwolle (81) zij was gehuwd met Willem van Eck- geboren rond 1853 te Renswoude en hij was Burgemeester te Blankenham-Kuinre aldaar te overleden op 19-03-1921 (67) – Akke van Ankum geboren 6-6-1853 zij overleed te Nieuwleusen op 26-12-1928 (75) x en zij trouwde op 3-10-1891 met molenaar Gerrit Jan Snel geboren 17-12-1858 zoon van Derk Jan Snel x Gerritdina van Salem en Gerrit Jan Snel overleed te Dalfsen op 8-3-1921 (62) en hieronder de gevelsteen van het molenhuis SNEL aan de Molenstraat te Dalfsen.

De bouwer van het Molenhuis der Familie Snel aan de Molenstraat, was een familielid van bovenstaande Derk Jan Snel die met Akke van Ankum was gehuwd : namelijk Gerrit Helmes Snel geboren omstreeks 1791 (hun jong overleden zoon D J Snel geb 1820-1842 wordt op deze gevelsteen genoemd) Deze Gerrit Helmus (Helmes) Snel was ook gehuwd met een Van Ankum, namelijk Geesjen van Ankum geboren omstreeks 1793 en overleden 1873- Geesjen van Ankum kwam van een boerderij onder Gerner vandaan. Hun dochter Hendrikje Snel 1816-1879 – geboren op Rechteren huwde op 1 september 1838 met Jan Machiel Wentzel 1811-1886, (ten tijde van zijn huwelijk was hij vleeschhouwer – slager) maar ging bij zijn schoonouders aan het werk, waardoor de Westermolen jarenlang in handen van de familie Wentzel kwam.

Hiernaast het schilderstuk schoorsteen Molenhuis.

Hendrik Jan van Ankum (bijnaam Pa van Ankum) de sigarenmaker te Dalfsen- wonende aan de Vechtdijk, het latere huis van Tante Ge Pals – van der Linde – en de ongetrouwde zusters Geertje van Ankum en Gezina van Ankum- Zij krijgen de grutterij, de winkel en de kerkbank van de familie van Ankum.

Op 1-4-1916 verkoopt Hendrik Jan van Ankum – sigarenfabrikant- voor hen het woonhuis met pakhuis en tuin aan de Prinsenstraat- de molen is weg- alleen de gevelsteen herinnert aan de Gruttemoole, van Johannes van Bergen, koopman, en daarna komt het in handen van Egbartus Jacobus van Putten schoenmaker en gehuwd met Berendina Nijboer. (voor de ene helft) en voor de andere helft – komt het in handen van zijn 4 kinderen- Berendina, Wilhelmina, Grada en Johannes David (schilder) en weer een Wilhelmina, dat ik een 2e Wilhelmina tegen kom, kan er op duiden dat de eerste is overleden, en meestal kreeg de volgende dochter dan weer de naam van haar voorgangster. Johannes David heeft er zijn schilderswinkel en twee van de dames van Putten doen de kruidenierswinkel. Er was al een jarenlange band tussen de familie Van Ankum en Van Putten, zij waren buren en traden op als getuige bij aangiftes van een geboorte en van overlijden. De weduwe van E J van Putten, Berendina Nijboer sterft op 15-6-1917 – de ongehuwde zoon Johannes David op 14-11-1918 (25) en de beide dames zetten de winkel voort.

Pagina 85, 86, 87 en 88.

Foto’s: sommige foto’s van de HKD andere privé bezit.
Tekst opgetekend door Lex Bol

Wordt vervolgt

Foto's 12
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Wandelen met Tante Gé Pals - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto
Artikel delen: