Een huis om van te houden (III) - Foto: Wim Jansen
Foto: Wim Jansen

Een huis om van te houden (III)

DALFSEN – NIERVEER – (Van onze reportage-redacteur) Bescheiden blik in verleden van “Vrouwekop-huisje” Romantisch ex-veercafeetje aan de Vecht tegenover Dalfsen “Vergis u niet in de beeldjes, de boogjes en de ruitjes!”

Het huis(je) om van te houden, dat ditmaal ons doelwit is, dient ge te zien op een vrolijke dag wanneer de zon op de rood-groene luiken schijnt, zich weerspiegelt in de kleine Oud-Hollandse ruitjes en de sierlijke steenbogen daarboven met een enkele schaduwlijn accentueert. In de beschutting van het zware geboomte en de verwilderde struiken rondom ligt het als een lieflijk landelijk juweel, wat vervallen en vergeten, maar toch met een heel persoonlijke charme. En waar nu kunt ge dit huisje vinden, dat wellicht geen andere allure heeft dan zijn bekoorlijkheid in de belichting van een bundel zonneschijn? Welnu, de eerste aanduiding in mijn antwoord luidt Dalfsen en de tweede is de Poppenallee, welke uit de richting Zwolle naar het vriendelijke Vechtdorp voert. Volgt ge deze weg, dan is er schuin tegenover Dalfsen een spoorwegovergang met knipperlicht: wie zich daar naar de rivier wendt, ziet het boerderijtje, waar ik op doel, knus en bescheiden en toch zo verrukkelijk decoratief tegen de buitenkant van de lage Vechtdijk liggen. Bij somber weer nauwelijks de aandacht trekkend, maar in gunstige zonnige omstandigheden, zoals reeds gezegd, een geveltje dat het hart van de passant verwarmt. Wat mij er echter vooral toe verleidde dit huisje nader te leren kennen, waren de elegante steenboogjes boven de ramen met een gebeeldhouwd vrouwekopje als versiering. Deze prikkelden mijn nieuwsgierigheid, omdat er een vreemd element in schuilde, dat niet thuis hoorde in deze streek. Toch scheen het op het eerste oog een geveltje, dat me terug zou voeren naar een ver verleden dat ik niet via de vrouwekopjes, doch langs een heel andere weg bij dat verleden belandde, zult u hieronder vernemen.

Vreemde historie van Nier Veer. Het huisje wordt bewoond door de Overbeeks, twee broers en een zuster, alle drie ongetrouwd. Hoewel ik van hen zonder moeite permissie ontving vrijelijk om hun woninkje heen te draaien en er de camera op te richten. bleken zij ondanks hun welwillendheid geen grage praters, geen informateurs, die mij veel wijzer konden maken. Zo bekeek ik uitvoerig het reeds geprezen voorgeveltje met zijn vrouwekopjes, het bemoste rietdak, de wit gekalkte zijmuren, het erf rondom met de struiken en de nog laat-bloeiende dahlia’s, pittoreske put en vele konijnenhokken — terwijl tijdens mijn inspectie een waakhond aan een ketting oorverdovend blafte. Dat was dan het uiterlijk van mijn object, doch voor het overige moest ik bij anderen zijn. Mijn bedoeling was immers iets meer over dit zo betrekkelijk willekeurig gekozen “Vrouwekophuisje” aan de weet te komen. Mijn eerste ankerplaats was in de Dalfser Irenestraat. waar M. van Leussen woont, landbouwvoorlichter en beminnelijk amateur-historicus, die mij al vaker van dienst is geweest. Hij keek me ditmaal wat vreemd peinzend aan, blijkbaar vanwege mijn zo vaag gemotiveerde voorkeur voor het koninkje van de Overbeeks, om al spoedig te bekennen, dat hij er heel weinig over wist. Toch bracht hij me op het goede spoor. Om te beginnen maakte hij me duidelijk, dat de roodgroene luiken naar het op enige kilometers afstand gelegen kasteeltje Den Aalshorst wezen, eigendom van een familietak van de Van Dedems, die in  de vorm van een N.V. vele bezittingen in deze contreien beheert. Daarnaast deed mijn zegsman me vooral de oren spitsen met zijn opmerking, dat achter het huisje van de Overbeeks in vroeger dagen het Nierveer was geweest. Aan Dalfser kant vond men niet lang geleden in de bodem de fundamenten van het veercafé, genaamd »De Bruinleeuw”. En zelfs verheugde men zich zo in deze vondst, dat de nieuwe aangrenzende straat de oude herbergnaam ontving. Vóór ik vertrok diepte de heer van Leussen uit zijn kast een boekje op met deze titel: „Het grote en het kleine veer te Dalfsen” door A. H. Lutje Schipholt. De schrijver van deze studie, ook al weer een liefhebber-historicus, bleek een achter bomen verscholen pension aan de kostelijke weg tussen Dalfsen en Heino te hebben. Hij bevestigde dat er inderdaad een Nierveer achter de door mij gekozen woning was geweest en verwees me verder zeer terecht naar zljn boekje.

“Veerboter”

De naam Nierveer, die nog volop voortleeft, is een verbastering. Wat hogerop bij de huidige brug lag het Veer voor personen, vee en wagens, kortom een respectabele pont, Zelfs al in de middeleeuwen. En wat Stroomafwaarts was het Kleine Veer te vinden, het Kleine-, Lage-, Neer- of nye-Veer, welke namen tenslotte leiden tot de samentrekking Nierveer. Een roeibootje, in het bijzonder om boeren uit de erachter gelegen buurtschap Emmen via de kortste oversteek naar Dalfsen te brengen. Gezien de benaming Nye-Veer kwam het wat later tot stand dan het Grote Veer, maar het bestond toch in elk geval al in 1376. In het archief van het Huis Rechteren, welks bewoners vele eeuwen lang de ganse streek beheersten, vond A. H. Lutje Schipholt namelijk een charter „ghegeven int jaar onss Heren dusent drehondert ze§ ende tseventich, des Wonsdages na Santé Servaesdach”, waarin een geschil beslecht werd, dat indertijd rond het roeibootje van het Nierveer gerezen was. De partijen waren enerzijds Frederik van der Eze, heer van Rechteren, tezamen met zijn veerman te Dalfsen en anderzijds de veerman van Emmen (van het Nierveer dus). De beslissing van de bisschop van Utrecht, die persoonlijk bij deze luttele zaak betrokken werd, kwam er op neer. dat de veerman van het Nierveer voortaan de boeren van Emmen gratis diende over te varen en dat hij desondanks jaarlijks een emmer boter als pacht zou moeten geven aan Frederik van der Eze of diens erfgenamen. Het grappige is, dat de toenmalige heer van Rechteren dit bisschoppelijke document in 1812 nog eens uit het stoffige archief haalde om het te tonen aan de Franse prefect van „de Monden van de IJssel”, teneinde het bezit van zijn veerrechten te bewijzen. Hierboven werd al een emmer boter als middeleeuwse pachtsom voor het Nierveer genoemd, maar ook overigens speelde boter in het verband van deze Vechtveren een aller-merkwaardigste rol. Men kende namelijk van oudsher in het kerspel Dalfsen de curieuze bepaling, dat ieder huis of erve jaarlijks vier pond boter moest afdragen als veergeld. Men had daarvoor dan vrije overvaart, niet vaker echter dan twee maal per dag. Ook zij die nimmer ..aan de overkant’ behoefden te zijn, waren verplicht de „veerboter” te leveren en wie niet aan deze plicht voldeed, kon er op rekenen één of meer dagen voor straf te moeten wieden in de tuinen van Rechteren. Dit zotte, feodale gebruik’ duurde tot de Franse tijd. Daarna stierf de traditie van de „veerboter” een zachte geleidelijke dood. In 1936 trouwens verkocht de graaf van Rechteren zijn veerrechten voor vijfduizend gulden aan de gemeente Dalfsen en zo was het mogelijk een houten brug te bouwen, welke het zelfs tot 1939 volhield.

Antje Meyerman-Ekkelenkamp bij haar prachtig aan de Vecht gelegen boerderij. Inde voorgevel is er een gevelsteen met een adelaar, welke ook deze woning een romantisch oud tintje geeft de steen werd er echter pas enkele tientallen jaren geleden door de N.V. Den Aalshorst aangebracht. Landelijke romantiek Van A. H. Lutje Schipholt vernam ik verder, dat een vorige generatie Van Dedems er een grote vreugde in vond de boerderijen van de N.V. „Den Aalshorst” een archaïserend, romantisch karakter te schenken. En dat ik me dus vooral niet moest vergissen in jes, de boogjes en de ruitjes, de historische betekenis van de beeld- Om inzake dit laatste punt nader geïnformeerd te raken, begaf ik me naar de bewoner van kasteel Den Berg, dat tezamen met het kleinere Den Aalshorst (niet permanent bewoond) de streek bezuiden Dalfsen zulk een eigen boeiend karakter geeft het meer oostwaarts gelegen en vroeger oppermachtige Rechteren is natuurlijk een hoofdstuk apart. Mr. A. baron van Dedem bevestigde, dat zijn familieleden van Den Aalshorst inderdaad een dertig jaar geleden grote activiteit ontplooiden bij het restaureren van hun boerderijen. Bij de afbraak van Amsterdamse grachtenhuizen, kasteeltjes en wat dies meer zij, werden aardige „oude dingen” opgekocht, die later inde Dalfser bezittingen verwerkt konden worden. Zo kregen heel wat boerderijen in deze streek siermotieven van handgevormde stenen, gevelstenen, eiken deuren met bronzen nagels, dakkapelletjes naar Brugse trant, kleine Oud-Hollandse ruitjes, zandstenen lijsten en zoveel meer. Het doel was de huizen een romantisch

landelijk karakter te geven en zelfs werd dit streven als voorschrift inde statuten van de N.V. vermeld. De resultaten ziet men alom in deze contreien. Nuchter kritisch valt er vanzelfsprekend wel wat aan te merken op deze neiging tot „bedrieglijk” archaïseren en het tot stand brengen van fantasiegevels, die eigenlijk helemaal niet thuis horen in deze buurt. Het door mij gekozen voorbeeld bewijst echter, dat er een grote charme uitgaat van deze romantische restauraties, want ook Overbeeks huisje werd enige tientallen jaren geleden opgeknapt waar echter de vrouwe-kopjes en de handgevormde stenen boven de vensters oorspronkelijk vandaan komen, kon niemand me helaas vertellen. Een cafeetje? Mijn volgende halte, en het bleek een buitengewoon aangename, was de boerderij van Meijerman naast ons „Vrouwekop-huisje” gelegen. Een schilderachtig royaal erf en ook een bezitting van Den Aalshorst. Mijn gastvrouw, Antje Meijerman-Ekkelenkamp, wist zich nog te herinneren, dat er vóór de normalisatie van de Vecht achter de boerderij een inham was, die als losplaats werd gebruikt en waar vroeger waarschijnlijk het Nierveer thuis hoorde. Trouwens op de pannen van het achterhuis van Overbeek vielen tot voor kort nog de letters N. en V. te ontcijferen, wat eveneens een concrete herinnering aan het veer kon zijn. En dan tenslotte combineer ik dé woorden van deze zegsvrouw met die van haar buurman J. W. van Lenthe die nog een paar honderd meter verder stroomafwaarts woont. Vóór de boerderijen van Meijerman en Van Lenthe langs liep vroeger de oude Zwolse weg, die verder de Vechtdijk volgde. Enkele oude beuken in het weiland wijzen het tracé nog aan. Deze weg kozen vroeger de boeren, die met hun vee naar de Zwolse markt wilden. En wanneer zij uit Ommen of daar nog voorbij kwamen, gebeurde het vaak, dat zij de avond tevoren bij de voorgangers van Van Lenthe hun koeien stalden om ’s ochtends vroeg de reis te hervatten. En men mag ook veronderstellen, dat zij ’s avonds bij het Nierveer wat verpozing zochten in het „Vrouwekop-huisje , dat toen nog een cafeetje was. Een stellig bewijs heb ik hier met van kunnen vinden, maarde overlevering laat op dit punt weinig twijfel. Een herberg bij het veer, evenals „de Bruinleeuw” aan de andere zijde en bovendien een pleisterplaats voor de veeboeren op weg naar de Zwolse markt. „En daarna Van Lenthe? Wat toen?” „Al wat ik verder weet is, dat er een Maneschijn in heeft gehuisd. Een boerentimmerman, die de streek rondtrok op zoek naar werk en die erom bekend stond een stevig borreltje te lusten. Als kleine jongen heb ik ’m nog wel eens gezien. Een schrikwekkend lange man leek het me toen, met een bijna even lange vrouw. En weer jaren later kwam er J. G. W. Overbeek te wonen, een ambtenaar bij de provinciale griffie in Zwolle, die het hier blijkbaar beter vond dan inde stad. Hij overleed enkele jaren geleden. En nu zijn er drie van zijn kinderen. Een werkt er bij de DUW, de ander, die u gesproken hebt, blijft meestal bij huis en de zuster doet het huishouden. Dat is alles”. Dit is dan lezers wat ik ontdekte omtrent dat lieflijke huisje bij het vroegere Nierveer. Een heel bescheiden woninkje, dat waarschijnlijk eens een veercafeetje was en dat destijds een romantisch vernisje kreeg van kleine ruitjes, sierboogjes en vrouwekopjes. Zonder dat zou ik er misschien aan voorbij zijn gegaan.

In onze reeks „Een huis om van te houden” is na de villa „Noorderheide” in Vierhouten en het Zwolse Vrouwenhuis ditmaal ter afwisseling een heel simpel woninkje aan de beurt: een boerderijtje tegenover Dalfsen, dat we het „Vrouwekop-huisje” noemden omdat het nu eenmaal geen officiële naam heeft.

Tussen de struiken verscholen ligt het „Vrouwekop-huisje” met zijn bekoorlijke voorgevel

In het ook hier weer mooie oeverland van de Vecht liggen het huisje van de Overbeeks en de boerderij van Meijerman dicht bij elkaar. Over het dijkje tussen beide huizen liep eens de oude Zwolseweg.

Deel van de voorgevel met de sierlijke raampartijen. Inde sierbogen boven de vensters zijn vrouwe-kopjes aangebracht.

Foto's 4
Een huis om van te houden (III) - Foto: Wim Jansen
Foto: Wim Jansen
Een huis om van te houden (III) - Foto: Wim Jansen
Foto: Wim Jansen
Een huis om van te houden (III) - Foto: Wim Jansen
Foto: Wim Jansen
Artikel delen: