RECHTEREN – Ja ook in Rechteren was het in het lange verleden volop strijd tegen de zandverstuiving. Fragmenten uit het boek ” bijdrage uit het land van IJssel en Vecht” 4e bundel, geven inkijk in de enorme strijd die is geleverd om waardevolle landbouwgronden rond de IJssel en de Vecht te beschermen. Maar ook ter bescherming van kasteel Rechteren.
U kunt de verhalen op Dalfsennet inzake de stickewallen in het Sterrenbosch vinden via Zoeken “vechten tegen het zand gepubliceerd”. Rechteren bleef daarbij nog onbelicht. Stuifzand uit de grote vlakte van Hellendoorn tot ver voorbij de Lemelerberg veroorzaakten bij noord- en zuidoostenwinden grote problemen.
Op bijgaande kaart een overzicht van de stuifwallen, veel meer dan zo in het oog op zou vallen. In het gebied rond Rechteren begint de eerste aanpak om stuifzand tegen te houden al voor 1550. Het begon met besticken, dat is berkentakken, ander loofhoudend hout en rijzen (rieze) in meerdere rijen strak tegen elkaar te plaatsen, in combinatie met het leggen van plaggen en takkenschermen om daarmee zand tegen te houden. Deze liet men overstuiven en elk jaar werden die werkzaamheden herhaald en zo stond er heel langzaamaan een walletje.
Stuifzand kwam vanaf de enorme heidevelden en van de woeste grond. Door overbeweiding met schapen en loslopend vee ontstonden er gaten in de vegetatie, zogenaamde stuifgaten. Ook doordat veel dorpsgenoten de velden introkken om brandhout te halen, struiken en boompjes te kappen en de wind kreeg steeds meer vat op de velden. Boeren staken grote gaten in de heide om die zoden te gebruiken in de potstallen, voor de een betere mestopbrengst voor hun akkers……
Die stuifgaten werden steeds groter en vormden een bedreiging. Soms deed men nog een poging de stuifgaten te dichten met zoden of takken, maar vaak onbegonnen werk.
Het sticken alleen duurde veel te lang, zodat men ook gebruik maakte van zandhaver, dat is een haversoort die heel diep wortelt en daardoor veel zand kan vasthouden, werd veel gebruikt in de duinen, zelfde functie als helmgras. Zandhaver moest eerst geïmporteerd worden en na rond 1560 werden de kotters (kleine pachtboeren) gedwongen een akkertje in te zaaien met zandhaver en het zaad te gadderen en op aanwijs van de werkbaas/leenheer uit te strooien bij de besticking en in de juiste hoeveelheid om een zo dicht mogelijke bescherming en veel zandvang te doen ontstaan.
Kotters werden door de landheer gedwongen om te helpen met het besticken en er werd een dag gepland wanneer gezamenlijk gewerkt word. Als de geplande productie niet werd gehaald, moest het binnen 5 werkdagen worden voortgezet. Wel werd een dag altijd afgesloten met een ton Stickenbier.
Vele jaren moest hier aan gewekt worden en nog later werden de wallen ingeplant met geknotte eiken om nog meer zand tegen te houden en de wallen steeds hoger werden. Het tegenhouden van het alles verwoestende stuifzand heeft zeker twee eeuwen geduurd voordat de ontginning op gang kwam. Nu zijn die geknotte eiken uitgegroeid tot enorme stobben waarop zeer forse bomen staan, echte parels uit de historie.
De bossen zijn in de laatste 2 eeuwen grotendeels beplant met grove den, met vuilboom en vooral ook berken en het stuiven is voorbij. (De Lemelerberg is vooral beplant met jeneverbesstuiken om zand tegen te houden).
Het resultaat is nu dat er geweldig mooie en zeer hoge wallen wallen zijn ontstaan in Rechteren, in de volksmond het gebied van de kogelvanger genoemd. ( hoe die naam is ontstaan komen verschillende verhalen voor). Zandwallen in het Sterrebosch en in Rechteren zijn waardevolle monumenten in de strijd tegen het opdringend stuifzand. Een geschenk uit de natuur.
WvdV









