DALFSEN – “Als ik een nest bouw, zorg ik voor een lekker warm nestje, maar goede ventilatie is net zo belangrijk”, kwettert Merel vanuit het open raam. “Ik wil verse lucht, geen muffe damp in mijn verenkleed. Hoe krijgt een mens in een afgesloten huis eigenlijk frisse lucht binnen?”
Paul Wensveen van de GGD snapt die vraag van Merel wel: “Ik maak me zorgen om ons binnenklimaat. Gemiddeld zitten we tachtig procent van onze tijd binnen. De binnenlucht is minstens zo belangrijk – en vaak een stuk slechter – dan buitenlucht. Ademen, koken, douchen en was drogen zorgt per huishouden voor veertien liter waterdamp per dag. Zonder ventilatie blijft dat vocht hangen: een paradijs voor schimmels, huisstofmijt en bacteriën”.
Merel vliegt boven de gemeente Dalfsen van hot naar her op zoek naar biodiverse en duurzame verhalen.
Paul benadrukt verder hoe cruciaal een stabiel binnenklimaat is: “Zakt de temperatuur te ver, dan ontstaat condensatie op koude muren en ramen. En waar vocht is, daar groeit schimmel. Dan denk je aan huizen, maar denk ook aan kantoren en scholen. Een varkensstal is beter geventileerd dan een schoollokaal”.
Ook waarschuwt Paul voor verkeerde isolatiematerialen: “Huizen worden volgespoten met schuim op basis van ureum-formaldehyde. Dat spul is in Amerika al sinds de jaren tachtig verboden, maar hier gebruiken we het weer. Mensen werden ziek van zulke huizen: geïrriteerde ogen, hoofdpijn, benauwdheid. Zelfs nadat de bron weg is, kunnen de giftige stoffen nog blijven hangen”.
Verder maakt Paul zich zorgen over de bouwplannen van nu: “Het gaat nu te veel over tempo. We bouwen liever vijf huizen op een slechte plek dan één op een gezonde. Dat is precies de verkeerde logica. Gezondheid hoort in de basis van elk bouwplan, niet als sluitpost. Laten we bij het bouwen niet alleen kijken naar hoeveel huizen, maar vooral hoe gezond die huizen zijn”.
Toch blijft Paul hoopvol: “Als we bouwen met natuurlijke materialen, goed ventileren en mensen samen verantwoordelijkheid laten nemen, ontstaat er niet alleen een gezonde woning, maar ook een gezonde gemeenschap”.
Merel realiseert zich: “Wat een luxe: dat ik altijd frisse lucht in mijn nest heb. Dat heeft bij jullie dus iets meer voeten in aarde, maar is zeker niet onmogelijk in jullie huizen. Jullie huizen kunnen ademen, zodat de kamers net zo fris zijn als mijn nestje”.


