HEINO – RAALTE – Ik wilde toch graag een binnendoor weggetje naar Heino nemen. Daarom keek ik na Tivoli bij de eerste de beste mogelijkheid of er ergens een weggetje naar rechts was waar ik in kon. Maar eerst moest ik de N35 oversteken. Dat is daar nog een hele opgave. Je moet echt geduld hebben voordat er een veilig moment is. Uiteindelijk lukt het en kom ik op een weggetje van gebroken puin terecht.
Meteen links ligt manege ’t Relaer. Ook in deze omgeving ben ik nog nooit geweest. Ik zie enkele partytenten staan en iets verderop, zowel links als rechts, enorm veel paarden. Het zijn allemaal rijpaarden. Nieuwsgierig fiets ik verder, benieuwd wat ik nog meer tegen zal komen.
Na een tijdje zie ik links een gebouw dat bijna ingestort lijkt. Er staat nog wat schuurwerk overeind. Tussen de bomen door zie ik een hoog gebouw en overal staan borden met Privé, dus dichterbij komen is geen optie. Rechts lijkt het alsof er oude fruitbomen staan. Boven het hoge onkruid steken nog resten van glas uit, misschien van een vroegere druivenkas. Ook staat daar een grote schuur. Alles maakt de indruk dat er veel achterstallig onderhoud is, zowel aan de gebouwen als aan het groen.
Even verderop kom ik bij een pad dat rechts uitzicht geeft op een woning met daarvoor een bruggetje. Links krijg ik juist een beter zicht op het grote gebouw, dat wel iets weg heeft van een kasteel. Het is duidelijk te zien dat het onderhoud van zo’n landgoed enorme bedragen kost. Ik kan me voorstellen dat het bijna niet te doen is om alles in goede staat te houden.
Ik fiets nog een stukje verder en sla opnieuw een pad naar links in. Daar staat een oude boerderij en aan de overkant een gebouw dat gedeeltelijk is afgebrand. Op dat moment rijdt er een auto het erf op. Ik denk eerst dat de bestuurder daar misschien woont, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk, want de gebouwen zien er onbewoonbaar uit. De auto rijdt een rondje en stopt vervolgens bij een ander huis.
Ik besluit de jongeman aan te spreken, want hij kent het terrein duidelijk goed. Ik vraag of hij hier woont.
“Nee,” zegt hij lachend, “was het maar zo’n feest.”
Hij vertelt dat zijn overgrootvader hier vroeger heeft gewoond. Ik merk op dat het jammer is dat alles zo in verval is geraakt. Dat beaamt hij, maar hij vertelt ook dat ze met man en macht bezig zijn om het landgoed weer op te knappen. Ik vraag of daar subsidie voor beschikbaar is, want voor een particulier lijkt zoiets haast onbetaalbaar.
“We grijpen alles aan wat mogelijk is,” antwoordt hij.
Ik zeg dat het dan wel een meerjarenplan zal zijn. Hij knikt en zegt dat het eerder om tientallen jaren gaat. “Maar het komt goed,” voegt hij eraan toe.
Laten we dat maar hopen.
Ik heb nog één vraag: “Als ik dit pad blijf volgen, kom ik dan in Heino uit?”
“Jazeker,” zegt hij. Daarna wenst hij me nog een fijne dag.
Even later kom ik op een lange laan die me doet denken aan de laan van Den Aalshorst van een paar jaar geleden. Gaandeweg wordt de weg echter steeds hobbeliger. Gelukkig is het droog, want aan de diepe sporen te zien is dit geen weg om te gebruiken na veel regen.
In de verte hoor ik het verkeer op de N35 alweer. En dan zie ik ineens iets bekends: het huis van Wim Eilander. Totaal onverwacht kom ik daar uit. Links van mij zie ik de verkeerslichten. Ik volg het fietspad en ontdek tot mijn grote verbazing een fietstunnel onder de N35 door.
Ik had werkelijk geen idee dat je hier onder de N35 door kon. Ik ben honderden keren over die weg gereden, maar het was me nog nooit opgevallen.
Misschien zullen veel lezers denken: wat een zwamverhaal. Maar die kennen dit gebied waarschijnlijk op hun duimpje. Voor mij was het echter de eerste kennismaking, en juist dat maakt zo’n ontdekkingstocht zo leuk.























