DALFSEN – Zoek het om de hoek: in Dalfsen zijn al 125 plekken waardoor je minder spullen nieuw hoeft te kopen. Een kapotte fiets laten repareren, kleding lenen voor een feestje, een tweedehands bank kopen of een boormachine delen met de buren. In de gemeente Dalfsen blijken al minstens 125 initiatieven en ondernemingen te bestaan die spullen een langer leven geven.
Natuur en Milieu Overijssel heeft ze samen met de gemeente zichtbaar gemaakt op de digitale kaart ‘Zoek het om de hoek’. Het doel is niet alleen minder afval en minder nieuwe aankopen, maar vooral een andere manier van denken: waarom zou je iets kopen als je het ook kunt lenen, repareren of tweedehands vinden?
Een boormachine die het grootste deel van het jaar ongebruikt in de schuur ligt. Een jas die nog prima is, maar niet meer wordt gedragen. Een fiets die kapot is en daarom wordt vervangen. We vinden het normaal om nieuwe spullen te kopen, terwijl er vaak nog volop mogelijkheden zijn om bestaande spullen te gebruiken.
Volgens Ilse Postma van Natuur en Milieu Overijssel zijn we een beetje verleerd om zo te denken. Vroeger was het heel gewoon om kleding te herstellen, meubels op te knappen en spullen door te geven. Tegenwoordig is nieuw kopen vaak gemakkelijker geworden dan repareren.
Dat wil ze veranderen met ‘Zoek het om de hoek’, een initiatief dat inwoners laat ontdekken hoeveel mogelijkheden voor hergebruik er al in hun eigen omgeving bestaan.
De gemeente Dalfsen heeft zich bij het initiatief aangesloten. Irma Ploeg van de gemeente vertelt dat er in de verschillende dorpen al veel gebeurt, maar dat lang niet iedereen weet waar die initiatieven te vinden zijn. Door ze op één digitale kaart te zetten, worden ze zichtbaar en toegankelijk.
Het resultaat is verrassend: alleen al in de gemeente Dalfsen zijn ongeveer 125 initiatieven en ondernemingen gevonden waar inwoners terechtkunnen om spullen te lenen, te delen, te laten repareren of tweedehands te kopen.
Van een kapotte fiets naar een nieuwe kans
In Lemelerveld worden bijvoorbeeld oude fietsen opgeknapt. Irma noemt stichting De Enk in Lemelerveld waar mensen die ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk ervaring kunnen opdoen met fietsreparaties. Fietsen die ergens zijn achtergelaten of niet meer worden gebruikt, krijgen er een tweede leven.
Soms kan een fiets helemaal worden hersteld. Soms zijn alleen de onderdelen nog bruikbaar. Die kunnen dan weer worden gebruikt om andere fietsen op te knappen.
Het levert meer op dan alleen minder afval. Mensen leren er een vak en krijgen de mogelijkheid om werkervaring op te doen. De opgeknapte fietsen worden vervolgens voor een bescheiden bedrag verkocht.
Dat is precies wat Natuur en Milieu Overijssel met circulair werken bedoelt: materialen zo lang mogelijk gebruiken, zonder steeds opnieuw grondstoffen nodig te hebben.
Maar het gaat niet alleen om fietsen. Ook laptops, telefoons, meubels, kleding en allerlei huishoudelijke spullen kunnen vaak nog een ronde mee.
Een kledingbibliotheek in plaats van een volle kledingkast
Een bijzonder voorbeeld is Onze Tante Leen, waar kleding kan worden geleend. Het werkt als een bibliotheek, maar dan voor kleding.
Wie voor een feest iets anders wil aantrekken, hoeft daarvoor niet meteen een nieuwe jurk of een nieuw jasje te kopen. Je kunt iets lenen en later weer terugbrengen, zodat iemand anders het kan gebruiken.
In hetzelfde pand worden ook meubels hersteld en opgeknapt. Vrijwilligers geven afgedankte meubels een nieuw uiterlijk, waarna ze opnieuw worden verkocht.
Bovendien wordt er kennis doorgegeven. Bij naailessen leren jongere deelnemers van oudere vrijwilligers hoe je kleding kunt herstellen.
Dat lijkt misschien een klein initiatief, maar Ilse ziet er een belangrijk maatschappelijk vraagstuk achter. Ambachten zoals kleding herstellen en schoenen repareren zijn minder vanzelfsprekend geworden. Ook de belangstelling voor opleidingen in zulke beroepen staat onder druk.
Terwijl juist die vaardigheden nodig zijn wanneer we minder spullen willen weggooien.
De vrijwilligers brengen daarmee niet alleen materialen terug in omloop, maar geven ook kennis door die anders verloren dreigt te gaan.
Tweedehands is niet tweederangs
Wie vroeger bij een kringloopwinkel kleding kocht, deed dat vaak omdat er weinig geld was. Dat beeld is aan het veranderen.
Irma herinnert zich nog goed dat ze voor het eerst tweedehands kleding kocht. Ze had destijds minder te besteden en vond het aanvankelijk helemaal niet leuk dat ze op de kringloop was aangewezen.
Maar al snel ontdekte ze dat er juist bijzondere spullen te vinden waren. Kleding die niet meer in de gewone winkels hing en waarmee ze haar eigen smaak kon ontwikkelen.
Tegenwoordig koopt ze nog steeds spullen bij de kringloop. Ook draagt ze kleding die ze van vriendinnen krijgt. Een net jasje hoeft volgens haar niet nieuw te zijn om geschikt te zijn voor een bijeenkomst namens de gemeente.
Ilse ziet dezelfde ontwikkeling bij jongere generaties. Tweedehands en vintage kleding zijn populair geworden omdat mensen zich ermee kunnen onderscheiden. Wie iets unieks zoekt, vindt dat niet altijd in een winkel waar dezelfde kleding in grote aantallen wordt verkocht.
Een tweedehands kledingstuk kan dus aantrekkelijk zijn omdat het goedkoper en duurzamer is, maar ook omdat het gewoon mooier of origineler wordt gevonden.
En nieuw is niet automatisch beter.
De deelkast als moderne vorm van noaberschap
Naast winkels en reparatiebedrijven staan op de kaart ook allerlei kleine burgerinitiatieven. Minibibliotheken, weggeefkastjes, kledingruilpunten en plantenbiebs bijvoorbeeld.
In de gemeente Dalfsen zijn er vrijwilligers die deelkasten beheren. Ze zorgen dat de kastjes schoon blijven, vullen ze aan en houden in de gaten wat er nodig is.
In zulke kastjes kunnen bijvoorbeeld houdbare levensmiddelen, verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen of speelgoed staan. Er zijn ook uitgiftepunten voor menstruatieproducten, bedoeld om mensen te helpen voor wie zulke noodzakelijke producten moeilijk te betalen zijn.
Bij plantenbiebs kunnen inwoners stekjes en zaden achterlaten of meenemen.
Sommige initiatieven zijn ontstaan vanuit de wens om verspilling tegen te gaan. Andere zijn vooral bedoeld om mensen met een kleine beurs te helpen. Vaak gaan die doelen samen.
Het bijzondere is dat veel van deze activiteiten zonder gemeentelijke organisatie zijn ontstaan. Inwoners hebben zelf iets opgezet, vrijwilligers zorgen voor het beheer en anderen maken er gebruik van.
Dat lijkt sterk op het Sallandse noaberschap: elkaar helpen met wat je hebt en wat je kunt.
De digitale kaart maakt zichtbaar hoe uitgebreid dat netwerk inmiddels is.
Waarom kopen we eigenlijk zoveel?
Ilse vindt dat de discussie over duurzaamheid te vaak alleen over nieuwe technieken gaat. Technische innovaties zijn belangrijk, benadrukt ze. Maar als we werkelijk minder grondstoffen willen gebruiken, moeten we ook ons gedrag veranderen. Dat begint met een eenvoudige vraag: heb ik iets eigenlijk wel nodig? En als het antwoord ja is, volgt een tweede vraag: moet ik het dan zelf bezitten? Een heggenschaar, klopboormachine of ander gereedschap wordt in veel huishoudens maar af en toe gebruikt. Waarom zou iedere buurman er een moeten kopen als je er ook samen gebruik van kunt maken?
De huidige economie maakt het consumenten vaak gemakkelijk om nieuw te kopen. Een kapot apparaat wordt vervangen, soms zelfs zonder dat het oude wordt teruggestuurd. Repareren kost tijd en lijkt al gauw te duur of te ingewikkeld. Daarmee zijn we gewend geraakt aan een systeem waarin spullen snel worden vervangen.
Ilse wil laten zien dat er een alternatief bestaat. Niet door mensen te vertellen wat ze verkeerd doen, maar door zichtbaar te maken wat anderen al doen. Want gedrag verandert ook wanneer iets normaal wordt in je omgeving. Als de buurvrouw naar de kringloop gaat, een kennis bij een kledingbibliotheek werkt en een vriend zijn fiets laat repareren, wordt dat vanzelf minder bijzonder. De verandering hoeft dus niet bij iedereen afzonderlijk te beginnen. Mensen kunnen elkaar daarin meenemen.
Van Twente naar de rest van Nederland
‘Zoek het om de hoek’ begon in 2024 in tien Twentse gemeenten. Daar werden ruim 800 initiatieven gevonden. Natuur en Milieu Overijssel ontwikkelde daarvoor een digitale kaart waarop inwoners eenvoudig kunnen zoeken naar mogelijkheden in hun omgeving.
Inmiddels wordt het systeem ook in andere provincies gebruikt. Het streven is om uiteindelijk een landelijke kaart te krijgen.
Dat heeft volgens Ilse twee voordelen. Voor inwoners blijft de kaart vooral een praktisch hulpmiddel: waar kan ik in mijn buurt iets laten repareren of lenen? Maar op landelijke schaal laat de kaart zien hoe groot de beweging van onderop al is. Daarbij hoeft een succesvol initiatief niet per se uit te groeien tot een grote organisatie. Een kledingbibliotheek of fietsenwerkplaats kan ook als voorbeeld dienen voor vrijwilligers in een ander dorp. Opschalen betekent dan niet dat één initiatief steeds groter wordt, maar dat hetzelfde idee op steeds meer plekken ontstaat.
De gemeente brengt in beeld wat inwoners al doen
Voor Dalfsen was het verzamelen van alle initiatieven een flinke klus. Natuur en Milieu Overijssel zocht samen met collega’s naar winkels, reparatiebedrijven, vrijwilligersorganisaties en burgerinitiatieven. Daarbij werd gebruikgemaakt van zoektermen zoals kledingbibliotheek, fietsenmaker en minibieb. De gemeente vulde de gevonden adressen aan met lokale kennis. Ook de Dorpen van Morgen, de duurzame bewonersnetwerken in de verschillende kernen, hielpen om initiatieven op te sporen die via internet niet direct zichtbaar waren.
Niet alles komt op de kaart. Het moet gaan om een plek waar inwoners daadwerkelijk terechtkunnen. Een eenmalige rommelmarkt past daar bijvoorbeeld minder goed bij. Ook initiatieven die uitsluitend voor andere bedrijven werken, zijn buiten de kaart gehouden. Toch zijn er waarschijnlijk nog meer mogelijkheden dan de 125 die inmiddels zijn gevonden. Wie een reparatiewerkplaats, weggeefkast, kledingruilpunt of ander initiatief kent dat ontbreekt, kan dat aanmelden via www.zoekhetomdehoek.nl.
Ook inwoners uit andere gemeenten kunnen gebruikmaken van het aanbod in Dalfsen. Gemeentegrenzen hoeven immers geen belemmering te zijn om spullen een langer leven te geven.
Goedkoper leven door minder te kopen
Circulair leven wordt vaak gekoppeld aan klimaat en milieu, maar het kan ook financieel aantrekkelijk zijn. Een tweedehands fiets kost doorgaans minder dan een nieuwe. Een geleende heggenschaar kost weinig of niets. Een gerepareerd meubel hoeft niet vervangen te worden. En wie kwalitatief goede spullen koopt die lang meegaan, kan uiteindelijk goedkoper uit zijn dan iemand die steeds goedkope producten moet vervangen. Dat betekent niet dat tweedehands altijd de gemakkelijkste keuze is. Bij een kringloopwinkel weet je nooit precies wat er op dat moment beschikbaar is. Wie iets specifieks zoekt, moet soms geduld hebben.
Maar volgens Ilse kom je met de bestaande mogelijkheden al een heel eind. Daarvoor is vooral nodig dat je niet automatisch naar de winkel of een webwinkel gaat wanneer je iets nodig hebt. Misschien heeft een familielid het nog liggen. Misschien kan een buurman het uitlenen. Misschien staat er bij de kringloop precies wat je zoekt. Of is er een reparateur die ervoor kan zorgen dat je oude apparaat nog jaren meegaat.
De eenvoudigste vorm van circulair leven begint daarom niet met een ingewikkeld systeem, maar met een vraag in de familieapp of buurtapp. Heeft iemand dit nog? Kan ik het even lenen? Of kan iemand anders iets gebruiken dat bij mij ongebruikt in de kast ligt? Daarmee krijgt een oude Sallandse gewoonte een nieuwe betekenis. Niet alles zelf hoeven bezitten, maar gebruikmaken van wat er samen al is.
En als je niet weet waar je moet beginnen, kun je het tegenwoordig gewoon om de hoek zoeken.


