DALFSEN – De voor onze regio unieke vlindercollectie van Ab Goutbeek is vorige week overgedragen aan Naturalis in Leiden. Vanaf 1958 tot 2014 heeft Ab Goutbeek vrijwel dagelijks tijd besteed aan zijn collectie.
Elke morgen in alle vroegte ging hij naar de lamp en de bak in zijn tuin om te zien wat de aantrekkingskracht van het licht had opgeleverd. Daarnaast trok hij er regelmatig op uit om met een netje in veld en bos in Dalfsen en omgeving zijn verzameling verder uit te breiden.
Dat heeft uiteindelijk een unieke en wetenschappelijk heel bijzondere collectie van tussen de 20- en 25 duizend exemplaren vlinders (waaronder motjes en microvlinders) opgeleverd. Allemaal geprepareerd, gespannen op plankjes en voorzien van etiketten met naam en datum opgeslagen in speciale kasten.
Ab schat dat het hem een kwartier per vlinder heeft gekost. Dan praten we dus al gauw over meer dan 6000 uren. Ab kennende heeft hij dat vast niet overschat.
In zijn collectie zitten bijzondere exemplaren. Ab was de eerste in heel Nederland die een nachtvlindertje met de naam klein uiltje ving. Ook ving hij als eerste in Salland wel 50 à 60 microvlinders, die elders wel bekend waren, maar in Salland nog niet. Het kastanjemotje, die kleiner is dan een mug en kastanje bladeren bruin maakt, ontbreekt ook niet in zijn collectie. Oorspronkelijk is het uit Mesopotamië afkomstig en het heeft zich met een snelheid van 150 kilometer per jaar over heel Europa verspreid.
Deze ontzettend grote collectie geeft een momentopname van de soorten die in het Vechtdal voorkomen. De meeste vangsten zijn gedaan thuis en in het gebied tussen Zwolle en Ommen.
Naturalis is in Nederland hét wetenschappelijk instituut voor de bestudering van de insectenpopulatie in Nederland. Zie www.naturalis.nl
De natuurhistorische collectie van het museum staat in de top 5 van de wereld met collecties van alle werelddelen met meer dan 40 miljoen objecten. De collectie van Ab is daar dus goed op zijn plaats. Het belang er van overstijgt verre dat van onze regio.
Daarom is Ab tevreden over het op deze manier behouden van zijn collectie en het gebruik er van voor wetenschappelijk onderzoek over het voorkomen en de verspreiding van vlinders in Nederland.




