DALFSEN – Op vrijdag 17 juli is Ab Goutbeek in zijn slaap overleden. Hij is 89 jaar geworden. Zijn overlijden is een ontzettend groot verlies. Allereerst voor zijn vrouw Tini, zijn drie kinderen en hun partners en voor zijn klein- en achterkleinkinderen. En zeker ook voor heel Dalfsen en wijde omgeving. Want Ab Goutbeek was een heel bijzonder mens.
Naast zijn leven als echtgenoot, vader en eigenaar van een winkel en bloemen- en plantenkwekerij aan de Ruitenborghstraat besteedde Ab heel veel tijd aan het vergaren van kennis over een enorm breed scala aan onderwerpen. Zodra het kon verdiepte hij zich in alles wat groeit en bloeit in Dalfsen en omgeving. Ook in alles wat ooit hier bestond, groeide en bloeide en in de loop van de tijd zijn sporen naliet in de bodem. Of het dan om mensen, dieren, gewassen of stenen ging, dat maakte niet uit.
Dat vergaren zat er al vroeg in bij hem. Op de lagere school in de buurtschap Emmen, vlak bij zijn geboortehuis aan de Poppenallee, hing hij aan de lippen van meester Wynia, want die kon zo mooi vertellen. Na de lagere school moest hij meteen aan het werk. Zijn vader was na zijn ontslag als tuinman op de Mataram voor zichzelf begonnen als kweker en handelaar. Men kon hem voor alle soorten werk inhuren. Ab hielp hem zo veel mogelijk. Op heel jonge leeftijd moest hij alle voorkomende werkzaamheden zelfstandig verrichten. Tijdens zijn fietstochten in de omgeving om klanten te voorzien van bloemen en planten, sigaren, pepermunt en nog veel meer nam hij het landschap in zich op en verwonderde hij zich over hoe de aarde zich ontwikkeld heeft. Daar wilde hij meer van weten. Hij verzamelde wat hij aan bijzondere dingen tegenkwam en verdiepte zich door veel te gaan lezen. Vol trots kon hij zijn lijstje van tien boeken laten zien dat zijn eerste bibliotheekje vormde. Veel leerde hij van zijn vader. In de loop van de jaren begon hij een kwekerij in Dalfsen op naar hij zei heel slechte grond. Na gewoond te hebben aan de Julianastraat kon hij later aan de Ruitenborghstraat een huis en grond kopen en daar stichtte hij met Tini een gezin met twee dochters en een zoon. De grond werd een kwekerij en een bloemenwinkel werd gebouwd. Tini, een dochter van een van oorsprong Groningse boer die onder Rechteren was neergestreken, leerde hij kennen tijdens een busreis van de jongelingsvereniging naar Den Haag.
In de avonden, het weekend, maar ook tussen het werk door stortte hij zich op het opdoen van kennis via boeken en tijdschriften en op het in het veld zoeken naar sporen uit het verleden. Het verzamelen ging maar door. Gedurende zestig jaar verzamelde hij dag- (toen dan nog mocht) en nachtvlinders. Hij prepareerde ze, beschreef ze en sloeg ze op in speciale kasten. Geïnspireerd door zijn meester op de lagere school. Dat resulteerde in een collectie van meer dan 20.000 stuks van wetenschappelijke waarde die hij uiteindelijk schonk aan museum Naturalis in Leiden.
Dat was bepaald niet de eerste keer dat Ab de wetenschappelijke wereld ontmoette. Met name aan heel veel archeologisch onderzoek heeft Ab zijn steentje bijgedragen. Hij trok heel veel op met archeoloog A.D. Verlinde van de provincie Overijssel en hij leverde bijdragen aan tientallen publicaties op dit gebied. Verzamelen deed hij zelf natuurlijk ook en alle vondsten werden gedocumenteerd. De Historische Kring Dalfsen prijst zich gelukkig met een voor Dalfsen ongeëvenaarde collectie aan vondsten, hier in de omgeving gevonden, geschonken te hebben gekregen. Het absolute hoogtepunt op archeologische gebied beleefde Ab in 2015 en 2016. In het uitbreidingsplan Oosterdalfsen vond archeologisch onderzoek plaats. Zo veelbelovend dat het bijna in het geheim moest plaatsvinden. Voor Ab werd een uitzondering gemaakt. Hij was er elke dag bij en beleefde er de tijd van zijn leven. Zo vertelde hij zelf. Zoveel trechterbekers, kralenkettingen, spelden, gespen en sporen van boerderijen en graven. Ab kon er met zijn kenmerkende alpinopet bijna niet bij.
Zijn boeken- en tijdschriftenverzameling breidde zich in de loop der jaren uit. Allerlei markten werden bezocht, speurend naar bijzondere publicaties waar hij wat van op kon steken. Geschiedenis, flora en fauna, de bodem, tekeningen, druktechnieken. Overal verdiepte hij zich in om alles wat hij tegenkwam maar te kunnen onderzoeken en begrijpen. Zelf schrijven deed hij ook. Boeken over hooibergen en eikenhakhout verschenen van zijn hand. Aan boeken als de Canon van Dalfsen en de Atlas van de Vecht leverde hij hele forse bijdragen. Er zijn tientallen boeken waarin verwezen wordt naar artikelen die hij schreef en naar resultaten van zijn archeologisch veldwerk.
Speciale aandacht schonk hij aan het verzamelen en bestuderen van kaarten. Naast topografische kaarten bestond zijn collectie uit militaire kaarten, hoogtekaarten, bodemkaarten, zelfs kaarten van de sterrenhemel trokken zijn belangstelling. Met liefde kon hij vertellen over wat een kaart allemaal te vertellen had. Een kaart bevatte volgens hem net zoveel informatie als een boek.
Maar het belangrijkste bij Ab was dat hij de kennis die hij had opgedaan zo graag wilde delen. Op elke vraag die hij kreeg wilde hij een antwoord, zocht hij een antwoord en deelde dat mondeling of op schrift mee. Zijn gave op dit gebied kwam vooral tot zijn recht als hij een lezing gaf voor een groot gehoor. En lezingen heeft hij gegeven. Het waren er meer dan 1200. Over bloemen, planten en insecten, over geologie en archeologie, over de Lemelerberg, over de Vecht, over cartografie, over kasteel Rechteren, over hooibergen, over de Hervormde kerk in Dalfsen en over microscopie. Het hielp dan dat hij duizenden dia’s had gemaakt. Uit heel Oost-Nederland kreeg hij uitnodigingen. Dan werd zijn auto weer helemaal volgeladen met dozen gevuld met dia’s, een projector en een groot frame met scherm. De kaartjes voor de jaarlijkse historische avonden in Dalfsen vlogen binnen een dag de deur uit als Ab die avond verzorgde, en dit ongeacht het onderwerp. Hij kon op zo’n energieke en aanstekelijke manier vertellen dat de toehoorders aan zijn lippen hingen en meegingen in zijn enthousiasme. Er is wat dat aangaat een groot leraar aan hem verloren gegaan. En gezien zijn wetenschappelijk niveau een professor!
In 1988 richtte hij met onder meer zijn broer Johan en Henk Snel de Historische Kring Dalfsen op. Op de richting waarin die zich ontwikkelde drukte Ab een flink stempel. Jarenlang was hij voorzitter en voor het blad Rondom Dalfsen schreef hij zoveel artikelen dat er een boek van gedrukt kon worden. Om hem te eren heeft de Historische Kring hem benoemd tot erelid en de verenigingsruimte in de Trefkoele+ heet voor altijd het Historisch Centrum Ab Goutbeek. In het jaar 2000 werd Ab benoemd tot Ridder in de orde van Oranje-Nassau. En in 2021 ontving hij bij het afscheid van het bestuur van de Historische Kring de Erepenning van de gemeente Dalfsen. Ontegenzeglijk het hoogtepunt van waardering was 28 mei 2019. Toen ontving hij uit handen van prinses Beatrix in het paleis op de Dam de Zilveren Anjer van het Prins Bernard Cultuurfonds. Dat vonden Ab en Tini een indrukwekkende belevenis, niet in het minst door de overnachting in Hotel Krasnapolski. Die Zilveren Anjer ontving Ab voor zijn jarenlang inzet en deskundigheid op het gebied van archeologie, geschiedenis en natuur, waar de inwoners van Dalfsen en daarbuiten de vruchten van plukten via zijn aantrekkelijke publicaties en lezingen. Zo stond het op de oorkonde.
Het is moeilijk om iemand die zo veelzijdig is en zoveel heeft betekend te typeren. Misschien komt professor Theo Spek, hoogleraar Landschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen het dichtste bij. Hij noemde Ab een ‘uomo universale’, de Leonardo da Vinci van het Vechtdal. Iemand die van alles wat hij aan interessante zaken tegenkwam het naadje van de kous wilde weten en niet stopte als hij iets niet doorgrond had. Hij dichtte Ab een enorme kennis toe. Mooi tekenen kon hij eveneens.
Dikwijls heb ik mij afgevraagd hoe Ab alles voor elkaar kreeg. Alles deed hij met dezelfde energie of het nu ging over het optrekken met zijn gezin, over het werk in zijn grote tuin of over het beantwoorden van vragen uit het hele land of over het in het weekend maken van grafstukken. En altijd was hij belangstellend en positief, nooit negatief. Dat heeft zonder enige twijfel te maken met Tini, zijn steun en toeverlaat in de laatste 70 jaar. Zij gaf hem de ruimte voor al het werk dat hij verzette. Zijn creatieve gaven en zijn drang naar kennis over flora en fauna gaf hij door aan zijn kinderen Fenneke, Heleen en Erwin.
Het was buitengewoon triest om de laatste twee jaar te zien dat die altijd zo vitale man niet meer kon doen waar hij zijn hele leven zo goed in was.
Maar het was mij een voorrecht hem gekend te hebben. Hij zal ontzettend gemist worden.
Jan Sibelt,
Voorzitter Historische Kring Dalfsen



