Na Pasen, van die echte dure dagen,
– en juist de huur betaald –
ga ik naar Van der Most
en haal ons lentebroodje,
gelukkig met mijn nieuwe kost.
Gedicht maand april
Vecht Gospel Festival
Bands, koren, workshops, pop, praise, felle lichten,
rock, opwekking, jazz-invloed, thema: be free.
En publiek, waaronder mijn vrouw en ik,
met disco-stralen over de gezichten.
Dalfser Jongenskoor

Foto jongenskoor Dalfsen
ingezonden door Harriët Meenderman
Met passie brengen ze, tussen koorleden
– als een eenheid met volwassen zangers –
het Bachwerk over het lijden tot leven,
Uit het puin herrijzen?
Kan dit: het ene gebouw – waar mensen
leefden, trouwden, werkten – na het andere
in elkaar slaan, puin ruimen, diepe wensen
voor een ondergrondse verwezenlijken?
AFBLOAZEN

(6 januari, Driekoningen)
Stop nu met het monotone klagen,
berg de midwinterhoorn op in water
of op een droge plek tot de dagen
van Eerste Advent; schemer komt later
en later, het licht wint; eendgesnater
klinkt zo tussen bloemen en riet; vragen
richting hemel worden feit: dooiwater.
Stop nu met het monotone klagen,
de spanning af van lippen, dat dragen
van ons leed. Dé wijzen, veel kordater
dan farizeeën, Schriftkenners, zagen,
zochten, vonden Licht voor nu en later.
Stop, zwijg, met het monotone klagen.
(© lenze l. bouwers)
60 jaar kerk(gebouw)

Foto: winterweerman Reinier van Assen
60 jaar kerk(gebouw)
Beeldbepalend voor het dorp, zo van opzij.
Maar geloof is uit het gehoor en zalig
die binnenkomen, het Woord bewaren.
Gedicht van de maand November
UITKIJKTOREN
Panorama Vechtdal. Blijf niet zo gehecht
aan de aarde; zoek het eens hoger, hoger,
trede voor trede en blijf af en toe staan
vol verwondering, links, rechts. De Vecht
stroomt wel door, bomen blijven groen,
glooiend het landschap. Durf te gaan
tot achttien meter en kijk ook naar de zon,
of de wolken, alleen blauw of grijs tot aan
een horizon rondom in de rondte.
En
daal
weer
af,
maar met een ruimere blik in het bestaan:
de mens is niet alleen stof, zelfs bij een graf
weet je vogels hoog boven de toren,
en water stroomt van de bron
naar een eeuwige zee.
Kom, klim mee. Hoogtevrees?
Wees niet bang, Klim, levenslang.
© lenze l. bouwers
Trechterbekercultuur
Trechterbekercultuur
Vierduizend jaar geleden gingen ze over het zandpad
dat straks in Oosterdalfsen weer de weg baant
voor mensen die van klei potten en pannen maken,
tarwebrood kopen, eten; geiten, schapen, runderen,
varkens ( in megastallen gefokt) opsmikkelen,
nu gemiddeld wel iets langer dan 1.65 zijn,
twee keer zo’n lange levensverwachting hebben,
maar toch ook begraven, gecremeerd worden
in de tijd, die vier eeuwen verleden ten spijt.
Het is herfst, het seizoen dat de beker toekomst
eerder half leeg is dan half vol.
Ik zoek kastanjes als vruchten van eeuwigheid
op deze zondag bij de huisartsenpraktijk,
en bezoek in gedachten het graf van mijn vader,
een bloembollenteler, bol geplant in de aarde.
© lenze l. bouwers
Gedicht september door: lenze l. bouwers
1 september
Makkers, wij staan hier
om jullie niet dood te zwijgen.
Wij gaan met jullie mee met
die duizenden, geroepenen,
voor Koningin en vaderland,
de oceaan over om de opstand
te temmen. We staan , beschroomd,
met angst in de schoenen;
we horen weer die nachtelijke
kreten – vogels, Soekarno-volgers? –
we horen weer die schoten,
veraf, dichterbij, met heimwee
in ons hart. Het zijn dezelfde
sterren van toen en nu, dezelfde
zon die over jullie graven opkomt,
makkers, maar we schamen
ons diep, hier bij jullie namen,
want jullie waren en zijn
geen helden, zoals jullie daden
in de tijd verzwegen zijn,
maar wij staan hier om jullie
niet dood te zwijgen, met dit boeket
als ereteken, makkers, wij denken
vaak aan jullie, zelfs in dromen,
rechtop in bed, wij komen
hier terug, met eerbied en
stilte.
(te lezen – ? – bij het Indië-monument en daarna,
voor Gerrit Jan Stokvis)
lenze l. bouwers
Gedicht van de maand van Lenze
Gedicht augustus
Zal het gaan over die drie paarden
die zo intens rustig stonden te staren
naar een onzichtbare toekomst?
Zal het gaan over die nog rode bramen
die ik zag staan, over de pruimen
– niet die plastic dingen uit Zuid-Europa –
maar die zo mooi rijp zijn dat de pit
eruit valt als je de prachtig paarse
vrucht weegt, proeft, puur genieten.
Zal het gaan over de donder en bliksem
die opeens toeslaat? Het geweld
na die klamme, benauwde hitte?
Ik weet het niet. Ik weet dat het
augustus is en dat de woorden
zwijgen, maar de natuur spreekt.
© lenze l. bouwers
Gedicht Lenze maand juli: Zomer (in Dalfsen)
Z O M E R ( in dalfsen)
Je kunt in brand staan van verlangen,
zoek dan de koelte van de Vecht
Je hunkert als zonnebrand naar strand,
kies dan voor rivierduinen dicht bij huis
Je wil de geur van grote bossen ruiken,
wandel dan na een regenbui bij Rechteren
Je wilt kastelen zien, vanuit de middeleeuwen,
maar in het heden zijn ze hier en nu
Advies: voel je thuis, kijk niet vreemd op
als je hier een paradijsje vindt
want het water stroomt er naar de zee,
vruchten rijpen al richting herfst
sta verwonderd over ruime wolkformaties,
en neem je zomerpet af voor de Schepper.
© lenze l. bouwers
Gedicht voor de maand juni
Leve de natuurbeschermers!
Toen de kievit kie-juh-wiet, kie-juh-wiet
vertrok – kleurrijk, met zeer fraaie kuif, veren-
kleed van dichtbij zo glanzend groen, paars – eer en
trots aan zich hield, verloor de mens het lied
van baltsen, stootduiken, weide, het eren
van acrobatiek, een zoemend geluid. Ziet
hoe het verjaagde lokt, terug wil keren.
Toen de kievit kie-juh-wie,t ki-juh-ewiet
vertrok, zonder zich hautain te verweren,
als zomergast, om trouw terug te keren,
maakte de mens geld vrij om een gebied
met water, riet , broedplaatsen te creëren:
hoor de kievit kie-juh-wiet, kie-juh-wiet…
© lenze l. bouwers
Molen van Fakkert door Lenze l.
Molen van Fakkert
Het fundament draagt generaties mensen
voor molenstenen, koningspil, achtkant,
bovenbonkelaar, kap naar diepste wensen
geplaatst zijn; gestoken roeden de band
met luchtruim en wind verbinden, de wand
met riet gedekt. De molenaar zijn grenzen
erkent: halm, schoof komen van hogerhand.
Het fundament draagt generaties mensen
die korrels brachten – oogst van bewerkt land –
die wogen dagelijks brood in een mand
vol hemelse zegen, tijd zonder grenzen,
het wiekenkruis hoog, monumentenpand;
het fundament draagt generaties mensen.
© lenze l. bouwers
gedicht Lenze over 4 mei

4 mei
Dit is de dag waarop hun namen klinken,
een uur om samen de leegte te vullen,
die wrang overbleef toen ze na hun gulle
daad de kogel kregen. Na het verminken
bij de verhoring, waarvan wij nooit zullen
doorvoelen hoe diepweg zij moesten drinken
de haat uit de beker, die goed gevulde.
Dit is de dag waarop hun namen klinken;
ze komen bovengronds: niets te verhullen
hebben ze meer. Geen woorden, daden zinken
in een graf als wij onze plicht vervullen
met bloemen en vlaggen als stille hulde.
Dit is de dag waarop hun namen klinken.
Gedicht van de maand: Verhuisbericht
Verhuisbericht
We ademen voortaan in het rondeel,
met drie woonlagen als herhaalde zin.
Wij kozen voor het uitzicht bovenin,
segment K, één twaalfde van het geheel.
We zien niet uit de hoogte neer, wel in
de glimlach van opgaande zon, fluweel-
zacht herfstblad, lentegroen als nieuw begin.
We ademen voortaan in het rondeel,
met beide benen in de marke, heel
vertrouwd. We gaan met hoop de toekomst in
met bekenden of met een lezerskring;
hier klopt ons hart, als deel van het geheel; :
we ademen voortaan in het rondeel.
frouk m. en lenze l. bouwers
Gedicht over Hannes
Hannes opnieuw gestolen
De dief moet geen geweten hebben,
zal nooit op schoot genomen zijn,
zal nooit gestreeld zijn, zacht,
als de huid van een zeehondje.
Zal zelf nooit in de kindersnoet
van het beestje gekeken hebben;
het trillen van de snorharen
– die liefdes-antennes –
bereikten zijn hart niet.
En mocht hij deze woorden lezen,
laat hem dan een kerel worden,
een echte met de duurzaamheid
van kostbaar brons.
lenze l. bouwers
Imker: gedicht van de maand Februari – door Lenze
IMKER
De linde is zijn laatste voorkeursdracht;
zijn grote liefde na de bloesempracht
van fruitboomgaarden, korven middenin.
De raten in zijn hand, de honing lacht
hem toe; hij proeft, herkent zijn volk tot in
details, voorkomt het zwermen, houdt de wacht.
De linde is zijn laatste voorkeursdracht.
De werksters zijn er voor de koningin,
voor darren heeft de zomer enkel zin
met paringsdrift; hun werk is dan volbracht.
De winter schenkt hij suiker, bijvoerkracht,
totdat de lente straalt, een nieuw begin.
De linde is zijn laatste voorkeursdracht
© lenze l. bouwers
Gedicht van de maand januari – 2012
DE WEGWIJZER
Wie kan ons als een reisgids wijzen
de weg om samen op te reizen?
Waar vinden wij de wijzer staan
om vrij de toekomst in te gaan
op school bij rekenen en taal,
geschiedenis met tof verhaal?
Bij welke eindstreep wacht de zege,
een kruispunt biedt ons vele wegen;
het groene licht springt weer op rood,
de mensenwereld is zo groot;
weet jij de rechte koers misschien,
wie leert de ene hoofdweg zien?
Ik ben de Weg, laat bij mij komen,
de groten, kleuters met hun dromen,
zei Jezus, sprekend met zijn hart
omarmde Hij elk kind apart.
Hij opent de gesloten poort
voor wie de stem vol liefde hoort.
Wie kan ons als een reisgids wijzen
de weg om samen op te reizen?
Als kind van God voel ik een hand
die vasthoudt naar het nieuwe land:
de stad met Vader op de troon,
de poort geopend door de Zoon.
(melodie psalm 105)
© lenze l. bouwers
(gemaakt bij het 100-jarig bestaan van cbs DE WEGWIJZER in Nieuwleusen)
Gedicht van de maand december
HOSPICE DALFSEN
De pastorie is diep tevreden
met de nieuwe bestemming
– pastor betekent herder –
om een ommuurde plek te zijn
van hartelijke bescherming.
Het leven heeft een begin
en soms een heel zwaar slot.
Waar is dan de rust, het licht
om duisternis te verdragen
voor de mens die lijdt?
Zijn er in tijden van crisis
nog harten die kloppen
voor de zwakke naaste?
Zijn er nog vlijtige handen
die toedekken, troosten?
Ja, er is een kooi
voor de schapen,
beschermd tegen
sterke vijand dood,
bewaakt door herders.
Hospice, waarin liefde
het laatste woord is.
lenze l. bouwers
Gedicht van de maand November
Hallo Dalfsenaren,
ik heet Reina en ik lees DalfsenNet.
Jullie gaan me dus aanpakken,
want we zijn lastpakken.
Maar bij voorbaat weet dit:
het helpt je geen sikkepit.
Neem nou ons verblijf op het kerkhof,
wie vallen we daar lastig?
Eén en al rust – het staat op de stenen –
veilig de kust.
Wat ga je doen: valse kooitjes
plaatsen met visolie erin?
Die olie is ons naar de zin,
maar die kooitjes, haha,
daar trappen we niet in.
Op naar het nieuwe jaar,
dan hebben mijn man en ik,
als fel liefhebbend paar,
al weer bezoek gehad
van de ooievaar!
Met goede groet,
houd moed,
’t giet oe goet
bi ‘j al wa ‘j doet!
Reina, de steenmarter
Gedicht van de maand oktober
Opening vernieuwd sportpark
R O N D
Het gras is zomergroen, de bal is rond,
de grote klus geklaard in korte tijd.
Een nieuw seizoen voor klein, sterk, zwart en blond,
een open doel. Wees jezelf, speels, vermijd
de brekebenenslidings, grote mond
richting scheids en tegenstander. De grond
is effen vlak, de lijnen wit als krijt.
Het gras is zomergroen, de bal is rond
en weet je deel van een geheel: verbijt
je wrok en haat, laat in je spel geheid
souplesse zien, geniet, in een verbond,
een team, vrienden in een sportieve strijd.
Het gras is zomergroen, de bal is rond.
© lenze l. bouwers
Gedicht van de maand september
Kasteel Rechteren

Verwijt de muren niet de tijd,
het water niet de gracht.
De bomen staan op wacht,
zij denken aan eeuwigheid.
De toren wijst omhoog,
zij is de oudste plek,
zij weet van ridders, roof,
van schild en vaten pek,
kokend teer: een vijand
is soms sterk, niet weg
te branden van het woonvertrek,
met haard en statie portretten
van blauw stromend bloed
als rivieren van adel
vij de altijd stromende Vecht,
met bovennatuurlijk recht.
De kelderruimte onder hoog
koepelgewelf heeft weet
van wijn en wintervoorraad
eten, een eigen intieme geur
achter vast besloten deur.
Maar wie de trap opgaat,
ontdekt een landschap
in de tijd naar eeuwigheid,
de Vecht stromend paraat.
© lenze l. bouwers
Gedicht van de maand augustus
Speurwerk
Het kind voert de opdracht uit, het schepnet
vlak onder het watervlak heen en weer
bewegen, het binnenste een paar keer
buiten in een plastic bakje doen. Let
op die griezel, de rugzwemmer, en leer
de naam van de waterkever, die met
gelen randen. Een kokerjuffer! Eer
de glazenmaker. Een bloedzuiger(?) zet
zich vast op de huid…
Het kind neemt een loep,
zoekt de naam, schudt het diertje van zich af
en volgt het in zijn rappe, schuwe haast.
Zo alleen, lid van de kleine jaargroep,
op zoek naar wat de tijd aan leven gaf,
is het een jong dat in de kudde graast.
(schoolkinderen van DE POLHAAR ontdekken
de natuur in Vechterweerd)
© lenze l. bouwers
Gedicht van de maand juli
VERZORGINGSHUIS
ROSENGAERDE 50 JAAR
Zoals u zat, kon u mijn moeder zijn,
in de rolstoel met die gesloten tas.
Welk groot geheim uit lange tijden was
haar het dierbaarste? Welke koets, boot, trein,
leidde haar door het leven naar dit huis
waar ze zich geborgen weet, veilig thuis
in een wereld waar de techniek geen rust
meer kent, alleen maar varen, weinig kust
met moeder haven. Rimpels vormen jaren,
groeiringen; zwijgen wijsheid, ervaring.
Maar bloed stroomt en de ogen die soms staren
vertellen dat het hart liefde kent. Ring
om de vinger, verbond met de ander, samen
in deze rozenhof, warmrood, echt een dame.
Zoals u keek, kon u mijn moeder zijn,
in de rolstoel met die sprekende tas.
© lenze l. bouwers
Gedicht van de maand juni
Fotograaf
De rugtas met gereedschap
is niet zwaar voor hem
die landschappen opzoekt,
mensen doorziet, stap
voor stap de werkelijkheid
verdiept tot klik, klik
vastlegt en beelden
in levenskleuren afdrukt.
Het negatieve positief
weet op te roepen.
In Wit-Rusland bijvoorbeeld
de zwarte zijde van
langdurig gapend staan
in het uitzichtloze bestaan
op het perron van
de oneindige tijdloosheid,
of de dikste billen
van een Afrikaanse olifant,
of een levendige vis
altijd in beweging.
Subject en object één.
(voor Rob Klute, van lenze l. bouwers)
Gedicht van de maand mei
DE PLANTHOF
(schoollied basisschool in Nieuwleusen)
1. Wij zijn als planten die hier mogen groeien,
de bloemen die zo fleurig, kleurig bloeien;
de Tuinman die ons in het leven riep,
is God, die met zijn woorden alles schiep.
Refreein: Wij bidden hier en zingen, spelen;
wij werken ook met cijfers, tellen, delen.
De letters worden woord en woorden zin,
we kleuren fraai de mooiste tekening.
2. De kleine en de grote, hoge, lage,
we staan er, goed beschermd door sterke hagen;
we groeien door de regen, lentezacht,
we bloeien door de zomerzonnekracht.
3. Het licht, de eerste dag met macht gegeven,
is krachtbron voor ons jong ontkiemend leven;
ons groeien, bloeien is een lied voor Hem,
de Schepper van de eik en gele brem.
4. In herfst en winter, als de stormen komen,
de zachte sneeuw ons witjes weg doet dromen,
zie ons daar blijvend groen, zie ons hier staan
om fris het voorjaar tegemoet te gaan.
Refrein.
5 Wij zijn als planten die hier mogen groeien,
de bloemen die zo fleurig, kleurig bloeien;
de Tuinman plantte in het paradijs,
de eerste hof, zo mooi en hemelwijs.
Refrein.
Melodie Psalm 8
Lenze L. Bouwers
CLUBLIED :DALVO
(Melodie: Altijd is Kortjakje ziek)
Refrein
DALVO meer dan vijftig jaar
altijd in het veld van zessen klaar.
Iedereen in teamverband
weet zich heel sportief verwant.
DALVO op naar zestig jaar
elke wedstrijd fris van zessen klaar
Spelverdeler – opslagvrij
–kenner van tactiek,
maakt ik tot wij.
Bovenhands, de slagkracht sterk,
is de start van ’t echte werk.
Tegenstanders jong of oud,
midden bij het net, blokkeren fout.
Rally’s lang en set na set
wordt met overmacht de toon gezet;
sprong naar rechts en sprong omhoog
zijn juwelen voor het oog.
Rally’s lang en set na set
wordt de concurrent opzij gezet.
Refrein
DALVO meer dan vijftig jaar
altijd in het veld van zessen klaar.
Iedereen in teamverbandweet
zich hecht sportief verwant.
DALVO op naar zestig jaar
elke wedstrijd fris van zessen kaar.
© lenze l. bouwers
Gedicht van de maand maart
Als een reiger roerloos bij de vistrap
grijs, de herfst in winterlicht, zijn slagveld
overziet, vertraagt de stroom. Het landschap
past zich aan, de schaduw groeit mee, vertelt
het verhaal van tijden opwaarts door, stelt
zich voor aan de mens die daar graag vist. Hap!
Als een reiger roerloos bij de vistrap
staan, staan en kijken tot de buit zich meldt.
Tegen je zin in doe je soms een stap
in de door jou gewenste richting. Geldt
voor jou een beslismoment? Als een held
richt je je hals hoger op, staart en … hap!
Als een reiger roerloos bij de vistrap.
© Lenze L. Bouwers
(Uit:Woorden om het licht te horen,
Uitgeverij Querido, A”dam)
Gedicht van de maand februari
Hendrik Entjes
In herinnering Hendrik Entjes
Hij kwam het lokaal in met in zijn hand
en hart de Historische Grammatica
van De Vooys. En twee uur lang kwam een band
tussen de taal van eeuwen en nu tot stand.
met klanken vanuit het Gotisch tot ver na
Zwolle, Vriezenveen en Nieuwleusen. Ga
de weg terug en kom samen in de tijd.
Hij nodigde ons uit in het heiligdom
van professor Heeroma in Groningen
– ik kende wat liederen van hem
Muus Jacobse, zijn dichtersziel;
ik zong ze met mijn hart,
ik blijf ze mooi vinden
voor mijn geloof met hem
verbonden, op weg –
en daarna was er Chinees. Ik zat naast hem
en hij zei: Wat drink je toch weinig,
ik trakteer. En die guitige ogen
zie ik nog zelden als ik met een ander
eet, drink.
Mijn taalgenoot,
die me leerde luisteren, lezen,
alsof je woorden proeft
voor je ze uitspreekt, opschrijft.
© lenze l. bouwers
Valentijn
Ideetjes voor 14 februari
Ik stuur je dit gedichtje.
Lees het met een lief gezichtje,
dat ik graag één keer in de tijd
in mijn handen houden mag,
inclusief je hartelijke lach.
Ik stuur je dit boeketje rozen
en hoop vurig dat je wangen
van verliefdheid blijven blozen.
Gedichtvan de maand januari – 2011
Tijd om lief te hebben
De herbergier zag ze vanuit de deur
aankomen: het rijdier met zijn last, zware
vracht; een mens, stevig gewond, met zichtbare
kenmerken van iemand met een Joods keur-
merk en ernaast, met min of meer de geur
van een heiden, een man met hart voor ware
liefde, woord en daad één; zoals de kleur
van een vrucht de fijne smaak kan verklaren.
Er valt wat te verdienen aan dit leven,
dacht hij en kreeg voor kost met drank erbij
en verblijf tot herstel geld, met een fooi.
Toen hij de volgende morgen, bij mooi
weer, zijn schenker zag vertrekken, zei hij:
ik had toch wel wat korting kunnen geven.
© lenze l. bouwers
Gedicht van de maand december
De kortste dag
*
de kortste dag ben ik het meest verbaasd
om licht dat talmt voor het naar binnen gaat,
om spaarzaam groen dat bij skeletten staat
als bloesem voor de doden; verder graast
een schaap in wit verloren zonder haast
terwijl bij mij het woord wacht op de daad;
de kortste dag ben ik het meest verbaasd
om nachtgedrocht dat leven achterlaat
en tevergeefs zwartgallig op prooi aast
omdat het woord al lang beschreven staat:
de hemel meet met kleine mensenmaat,
een kind dat koning duisternis verslaat –
de kortste dag ben ik het meest verbaasd
© lenze l. bouwers
(Uit Woorden om het licht te horen – 100 rondelen, Uitgeverij Querido/Amsterdam)
Erben Wennemars en ik
Eerst even proeven hoe de baan erbij ligt.
Eerst even woordjes eten, lucht scheppen.
Je begint heftiger uit je ogen te kijken.
Je voelt dat woorden elkaar vinden.
Ik egocentrisch? Nee, ik heb een ploeg nodig.
Ik, het gedicht voor mezelf? Graag communicatie.
150 dagen in het buitenland, mijn gezin ver weg.
De helft van mijn leven binnen woordland.
Passie! Doseren, trainen, rust.
Op naar het volmaakte gedicht.
Ik schaats beter dan ik spreek.
Ik schrijf beter dan ik schaats.
Vlak voor de start, daar bij die startlijn.
Het moment dat een eerste zin ontstaat.
Adrenaline door je lijf: hoor het publiek.
Verhoogde polsslag: zal er vormgeving zijn?
Positieve energie opbouwen, alles in evenwicht.
Vorm en inhoud één.
Hiervoor heb ik dagen, jaren getraind.
Hiervoor heb ik woorden geschreven, geschrapt.
Balanceren, die juiste binnen/buitenbocht.
Weeg het woord, hier een zin afbreken/afronden?
Ik wil laten zien wat ik kan, wat erin zit.
Ik wil het beste uit me halen, ik woordwezen.
Zoveel mogelijk wedstrijden rijden.
Zo mogelijk een bundel gedichten maken.
Het kan zo afgelopen zijn. Ik word ouder.
Een infarctje hier, een hartstilstand daar.
Ik wil winnen. Alles. Nu.
Ik, makelaar in woorden, zal me verkopen.
© lenze l. bouwers
Sinterklaas limericks
*
Zeg Sint, zei Piet bij Nieuwleusen,
met jouw reumatiek, maak een keuze:
ga toch naar KONTRAST
en beweeg je bast,
dan kun je er weer een jaar teuge.
*
Zeg Piet, zei Sint, rijmen op Dalfsen
lukt me niet: kal’vren? Fout. Of alfen?
Geef een Dalfser mop,
‘t koekje aan de top;
lekker bros, niet van dat zachte malse.
*
Zeg Pieterman, zei Sint, bij Heeten,
ik wil nu eerst in Dalfsen eten;
snel naar Het Boskamp,
verse hap of stamp,
dat doet ons de werklast vergeten.
lenze l. bouwers
Een tussendoorgedicht: Mantelzorger
Mantelzorger
Die jas staat je goed: met het zachte rood
van de liefde, als een blos op de wangen
van iemand die met hart en ziel verlangen
van de ander wil aanhoren, de nood
wil verzachten tot leefkracht en de bange
vermoedens, angst, soms zwaar als lood,
wil mee helpen dragen, tot aan de dood.
Die jas staat je goed, met het zachte rood
van rozen zonder dorens. Het ontvangen
van dank is de grote beloning. Het brood
voor de behoeftige is vaak de lange
adem van zwijgen, kijken. Blijf omhangen
de mantel; die staat je goed, zo zacht rood.
© lenze l. bouwers


