AFBLOAZEN

(6 januari, Driekoningen)

Stop nu met het monotone klagen,
berg de midwinterhoorn op in water
of op een droge plek tot de dagen
van Eerste Advent; schemer komt later
en later, het licht wint; eendgesnater
klinkt zo tussen bloemen en riet; vragen
richting hemel worden feit: dooiwater.
Stop nu met het monotone klagen,
de spanning af van lippen, dat dragen
van ons leed. Dé wijzen, veel kordater   
dan farizeeën, Schriftkenners, zagen,
zochten, vonden Licht voor nu en later.
Stop, zwijg, met het monotone klagen.

(© lenze l. bouwers)

Gedicht van de maand November

UITKIJKTOREN

Panorama Vechtdal. Blijf niet zo gehecht
aan de aarde; zoek het eens hoger, hoger,

trede voor trede en blijf af en toe staan
vol verwondering, links, rechts. De Vecht

stroomt wel door, bomen blijven groen,
glooiend het landschap. Durf te gaan

tot achttien meter en kijk ook naar de zon,
of de wolken, alleen blauw of grijs tot aan

een horizon rondom  in de rondte.

En
daal
 weer
  af,
maar met een ruimere blik in het bestaan:

de mens is niet alleen stof, zelfs bij een graf
weet je vogels hoog boven de toren,

en water stroomt van de bron
naar een eeuwige zee.

Kom, klim mee. Hoogtevrees?
Wees niet bang, Klim, levenslang.

©  lenze l. bouwers

Trechterbekercultuur

Trechterbekercultuur

 

Vierduizend jaar geleden gingen ze over het zandpad

dat straks in Oosterdalfsen weer de weg baant

 

voor mensen die van klei potten en pannen maken,

tarwebrood kopen, eten; geiten, schapen, runderen,

 

varkens ( in megastallen gefokt) opsmikkelen,

nu gemiddeld wel iets  langer dan 1.65 zijn,

 

twee keer zo’n  lange levensverwachting hebben,

maar toch ook begraven, gecremeerd worden

 

in de tijd, die vier eeuwen verleden ten spijt.

 

Het is herfst, het seizoen dat de beker toekomst  

eerder half leeg is dan half vol.

 

Ik zoek kastanjes als vruchten van eeuwigheid

op deze zondag bij de huisartsenpraktijk,

 

en bezoek in gedachten het graf van mijn vader,

een bloembollenteler, bol geplant  in de aarde.

 

© lenze l. bouwers

Gedicht september door: lenze l. bouwers

1 september

 

Makkers, wij staan hier

om jullie niet dood te zwijgen.

 

Wij gaan met jullie mee met

die duizenden, geroepenen,

 

voor Koningin en vaderland,

de oceaan over om de opstand

 

te temmen. We staan , beschroomd,

met angst in de schoenen;

 

we horen weer die nachtelijke

kreten – vogels, Soekarno-volgers? –

 

we horen weer die schoten,

veraf, dichterbij, met heimwee

 

in ons hart. Het zijn dezelfde

sterren van toen en nu, dezelfde

 

zon die over jullie graven opkomt,

makkers, maar we  schamen

 

ons diep, hier bij jullie namen,

want jullie waren en zijn

 

geen helden, zoals jullie daden

in de tijd verzwegen zijn,

 

maar wij staan hier om jullie

niet dood te zwijgen, met dit boeket

 

als ereteken, makkers, wij denken

vaak aan jullie, zelfs in dromen,

 

rechtop in bed, wij komen

hier terug, met eerbied en

 

stilte.

 

 

 

(te lezen – ? – bij het Indië-monument en daarna,

voor Gerrit Jan Stokvis)

 

lenze l. bouwers

Gedicht van de maand van Lenze

Gedicht augustus

 

Zal het gaan over die drie paarden

die zo intens rustig stonden te staren

naar een onzichtbare toekomst?

 

Zal het gaan over die nog rode bramen

die ik zag staan, over de pruimen

– niet die plastic dingen uit Zuid-Europa –

 

maar die zo mooi rijp zijn dat de pit

eruit valt als je de prachtig paarse

vrucht weegt, proeft, puur genieten.

 

Zal het gaan over de donder en bliksem

die opeens toeslaat? Het geweld

na die klamme, benauwde hitte?

 

Ik weet het niet. Ik weet dat het

augustus is en dat de woorden

zwijgen, maar de natuur spreekt.

 

©  lenze l. bouwers

 

 

Gedicht Lenze maand juli: Zomer (in Dalfsen)

Z O M E R ( in dalfsen)

 

Je kunt in brand staan van verlangen,

zoek dan de koelte van de Vecht

 

Je hunkert als zonnebrand naar strand,

kies dan voor rivierduinen dicht bij huis

 

Je wil de geur van grote bossen ruiken,

wandel dan na een regenbui bij Rechteren

 

Je wilt kastelen zien, vanuit de middeleeuwen,

maar in het heden zijn ze hier en nu

 

Advies: voel je thuis, kijk niet vreemd op

als je hier een paradijsje vindt

 

want het water stroomt er naar de zee, 

vruchten  rijpen al richting herfst

 

sta verwonderd over ruime wolkformaties,

en neem je zomerpet af voor de Schepper.

 

 

© lenze l. bouwers

 

 

Gedicht voor de maand juni

 

 

 

Leve de natuurbeschermers!

 

Toen de kievit kie-juh-wiet, kie-juh-wiet

vertrok – kleurrijk, met zeer fraaie kuif, veren-

kleed van dichtbij zo glanzend groen, paars – eer en

trots aan zich hield, verloor de mens het lied

van baltsen, stootduiken, weide, het eren

van acrobatiek, een zoemend geluid. Ziet

hoe het verjaagde lokt, terug wil keren.

Toen de kievit kie-juh-wie,t ki-juh-ewiet

vertrok, zonder zich hautain te verweren,

als zomergast, om trouw terug te keren,

maakte de mens geld vrij om een gebied

met water, riet , broedplaatsen te creëren:

hoor de kievit kie-juh-wiet, kie-juh-wiet…

 

 

© lenze l. bouwers

 

 

Molen van Fakkert door Lenze l.

Molen van Fakkert

Het fundament draagt generaties mensen
voor molenstenen, koningspil, achtkant,
bovenbonkelaar, kap naar diepste wensen
geplaatst zijn; gestoken roeden de band
met luchtruim en wind verbinden, de wand
met riet gedekt. De molenaar zijn grenzen
erkent: halm, schoof komen van hogerhand.
Het fundament draagt generaties mensen
die korrels brachten – oogst van bewerkt land –
die wogen dagelijks brood in een mand
vol hemelse zegen, tijd zonder grenzen,
het wiekenkruis hoog, monumentenpand;
het fundament draagt generaties mensen.

©  lenze l. bouwers

gedicht Lenze over 4 mei

 
4 mei
 
 
Dit is de dag waarop hun namen klinken,
een uur om samen de leegte te vullen,
die wrang overbleef toen ze na hun gulle
daad de kogel kregen. Na het verminken
bij de verhoring, waarvan wij nooit zullen
doorvoelen hoe diepweg zij moesten drinken
de haat uit de beker, die goed gevulde.
Dit is de dag waarop hun namen klinken;
ze komen bovengronds: niets te verhullen
hebben ze meer. Geen woorden, daden zinken
in een graf als wij onze plicht vervullen
met bloemen en vlaggen als stille hulde.
Dit is de dag waarop hun namen klinken.
 

Gedicht van de maand: Verhuisbericht

 
Verhuisbericht

 

We ademen voortaan in het rondeel,

met drie woonlagen als herhaalde zin.

Wij kozen voor het uitzicht bovenin,

segment K, één twaalfde van het geheel.

We zien niet uit de hoogte neer, wel in

de glimlach van opgaande zon, fluweel-

zacht herfstblad, lentegroen als nieuw begin.

We ademen voortaan in het rondeel,

met beide benen in de marke, heel

vertrouwd. We gaan met hoop de toekomst in

met bekenden of met een lezerskring;

hier klopt ons hart, als deel van het geheel;          :

we ademen voortaan in het rondeel.

 

frouk m. en lenze l. bouwers

 

Gedicht over Hannes

Hannes opnieuw gestolen

 

De dief moet geen geweten hebben,

zal nooit op schoot genomen zijn,

zal nooit gestreeld zijn, zacht,

als de huid  van een zeehondje.

 

Zal zelf nooit in de kindersnoet

van het beestje gekeken hebben;

het trillen van de snorharen

– die liefdes-antennes –

 

bereikten zijn hart niet.

En mocht hij deze woorden lezen,

laat hem dan een  kerel worden,

een echte met de duurzaamheid

 

van kostbaar brons.

 

lenze l. bouwers

Imker: gedicht van de maand Februari – door Lenze

IMKER

 De linde is zijn laatste voorkeursdracht;
zijn grote liefde na de bloesempracht
van fruitboomgaarden, korven middenin.
De raten in zijn hand, de  honing lacht
hem toe; hij proeft, herkent zijn volk tot in
details, voorkomt het zwermen, houdt de wacht. 
De linde is zijn laatste voorkeursdracht.
De werksters zijn er voor de koningin,
voor darren heeft de zomer enkel zin
met paringsdrift; hun werk is dan volbracht.
De winter schenkt hij suiker, bijvoerkracht,
totdat de lente straalt, een nieuw begin.
De linde is zijn laatste voorkeursdracht
 

© lenze l. bouwers

Gedicht van de maand januari – 2012

      
DE WEGWIJZER
               

Wie kan ons als een reisgids wijzen
de weg om samen op te reizen?
Waar vinden wij de wijzer staan
om vrij de toekomst in te gaan
op school bij rekenen en taal,
geschiedenis met tof verhaal?  
 
Bij welke eindstreep wacht de zege,
een kruispunt biedt ons vele wegen;
het groene licht springt weer op rood,
de mensenwereld is zo groot;
weet jij de rechte koers misschien,
wie leert de ene hoofdweg zien?

Ik ben de Weg, laat bij mij komen,
de groten, kleuters met hun dromen,
zei Jezus, sprekend met zijn hart
omarmde Hij elk kind apart.   
Hij opent de gesloten poort
voor wie de stem vol liefde hoort.

Wie kan ons als een reisgids wijzen
de weg om samen op te reizen?
Als kind van God voel ik een hand
die vasthoudt naar het nieuwe land:
de stad met Vader op de troon,
de poort geopend door de Zoon.

(melodie psalm 105)

©  lenze l. bouwers
  

(gemaakt bij het 100-jarig bestaan van cbs DE WEGWIJZER in Nieuwleusen)

Gedicht van de maand december

HOSPICE DALFSEN

 

De pastorie is diep tevreden

met de nieuwe bestemming

 – pastor betekent herder –

om een ommuurde plek te zijn

van hartelijke bescherming.

 

Het leven heeft een begin

en soms een heel zwaar slot.

Waar is dan de rust, het licht

om duisternis te verdragen

voor de mens die lijdt?

 

Zijn er in tijden van crisis

nog harten die kloppen

voor de zwakke naaste?

Zijn er nog vlijtige handen

die toedekken, troosten?

 

Ja, er is een kooi

voor de schapen,

beschermd tegen

sterke vijand dood,

bewaakt door herders.

  

Hospice, waarin liefde

het laatste woord is.

 

lenze l. bouwers

Gedicht van de maand November

Hallo Dalfsenaren,
 
ik heet Reina en ik lees DalfsenNet.
Jullie gaan me dus aanpakken,
want we zijn lastpakken.
 
Maar bij voorbaat weet dit:
het helpt je geen sikkepit.
 
Neem nou ons verblijf op het kerkhof,
wie vallen we daar lastig?
Eén en al rust – het staat op de stenen –
veilig de kust.
 
Wat ga je doen: valse kooitjes
plaatsen met visolie erin?
 
Die olie is ons naar de zin,
maar die kooitjes, haha,
daar trappen we niet in.
 
Op naar het nieuwe jaar,
dan hebben mijn man en ik,
als fel liefhebbend paar,
al weer bezoek gehad
van de ooievaar!
 
Met goede groet,
houd moed,
’t giet oe goet
bi ‘j al wa ‘j doet!

Reina, de steenmarter

Gedicht van de maand oktober

Opening vernieuwd sportpark

R O N D

Het gras is zomergroen, de bal is rond,
de grote klus geklaard in korte tijd.
Een nieuw seizoen voor klein, sterk, zwart en blond,
een open doel. Wees jezelf, speels, vermijd
de brekebenenslidings, grote mond
richting scheids en tegenstander. De grond
is effen vlak, de lijnen wit als krijt.
Het gras is zomergroen, de bal is rond
en weet je deel van een geheel: verbijt
je wrok en haat, laat in je spel geheid
souplesse zien, geniet, in een verbond,
een team, vrienden in een sportieve strijd.
Het gras is zomergroen, de bal is rond.

© lenze l. bouwers

Gedicht van de maand september

Kasteel Rechteren

 

Verwijt de muren niet de tijd,
het water niet de gracht.
De bomen staan op wacht,
zij denken aan eeuwigheid.

De toren wijst omhoog,
zij is de oudste plek,
zij weet van ridders, roof,
van schild en vaten pek,

kokend teer: een vijand
is soms sterk, niet weg
te branden van het woonvertrek,
met haard en statie portretten

van blauw stromend bloed
als rivieren van adel
vij de altijd stromende Vecht,
met bovennatuurlijk recht.

De kelderruimte onder hoog
koepelgewelf heeft weet
van wijn en wintervoorraad
eten, een eigen intieme geur
achter vast besloten deur.

Maar wie de trap opgaat,
ontdekt een landschap
in de tijd naar eeuwigheid,
de Vecht stromend paraat.

© lenze l. bouwers
 

Gedicht van de maand augustus

Speurwerk

Het kind voert de opdracht uit, het schepnet
vlak onder het watervlak heen en weer
bewegen, het binnenste een paar keer
buiten in een plastic bakje doen. Let
op die griezel, de rugzwemmer, en leer
de naam van de waterkever, die met
gelen randen. Een kokerjuffer! Eer
de glazenmaker. Een bloedzuiger(?) zet
zich vast op de huid…
                               Het kind neemt een loep,
zoekt de naam, schudt het diertje van zich af
en volgt het in zijn rappe, schuwe haast.

Zo alleen, lid van de kleine jaargroep,
op zoek naar wat de tijd aan leven gaf,
is het een jong dat in de kudde graast.

(schoolkinderen van DE POLHAAR ontdekken
de natuur in Vechterweerd)

© lenze l. bouwers

Gedicht van de maand juli

VERZORGINGSHUIS
ROSENGAERDE 50 JAAR

Zoals u zat, kon u mijn moeder zijn,
in de rolstoel met die gesloten tas.

Welk groot geheim uit lange tijden was
haar het dierbaarste? Welke koets, boot, trein,

leidde haar door het leven naar dit huis
waar ze zich geborgen weet, veilig thuis

in een wereld waar de techniek geen rust
meer kent, alleen maar varen, weinig kust

met moeder haven. Rimpels vormen jaren,
groeiringen; zwijgen wijsheid, ervaring.

Maar bloed stroomt en de ogen die soms staren
vertellen dat het hart liefde kent. Ring

om de vinger, verbond met de ander, samen
in deze rozenhof, warmrood, echt een dame.

Zoals u keek, kon u mijn moeder zijn,
in de rolstoel met die sprekende tas.

© lenze l. bouwers

Gedicht van de maand juni

Fotograaf

De rugtas met gereedschap
is niet zwaar voor hem

die landschappen opzoekt,
mensen doorziet, stap

voor stap de werkelijkheid
verdiept tot klik, klik

vastlegt en beelden
in levenskleuren afdrukt.

Het negatieve positief
weet op te roepen.

In Wit-Rusland bijvoorbeeld
de zwarte zijde van

langdurig gapend staan
in het uitzichtloze bestaan

op  het perron van
de oneindige tijdloosheid,

of de dikste billen
van een Afrikaanse olifant,

of een levendige vis
altijd in beweging.

Subject en object één.
 

(voor Rob Klute, van lenze l. bouwers)

Gedicht van de maand mei

DE PLANTHOF

(schoollied basisschool in Nieuwleusen)

1. Wij zijn als planten die hier mogen groeien,
      de bloemen die zo fleurig, kleurig bloeien;
      de Tuinman die ons in het leven riep,
      is God, die met zijn woorden alles schiep.

             Refreein: Wij bidden hier en zingen, spelen;
                            wij werken ook met cijfers, tellen, delen.
                            De letters worden woord en woorden zin,
                            we kleuren fraai de mooiste tekening.

2. De kleine en de grote, hoge, lage,
      we staan er, goed beschermd door sterke hagen;
            we groeien door de regen, lentezacht,
            we bloeien door de zomerzonnekracht.

3. Het licht, de eerste dag met macht gegeven,
      is krachtbron voor ons jong ontkiemend leven;
           ons groeien, bloeien is een lied voor Hem,
     de Schepper van de eik en gele brem.

4. In herfst en winter, als de stormen komen,
     de zachte sneeuw ons witjes weg doet dromen,
     zie ons daar blijvend groen, zie ons hier staan
           om fris het voorjaar tegemoet te gaan.
           
               Refrein.        

5 Wij zijn als planten die hier mogen groeien,  
     de bloemen die zo fleurig, kleurig bloeien;
     de Tuinman plantte in het paradijs,
     de eerste hof, zo mooi en hemelwijs.
     
        Refrein.

Melodie Psalm 8
  Lenze L. Bouwers

CLUBLIED :DALVO

   (Melodie: Altijd is Kortjakje ziek)

Refrein
DALVO  meer dan vijftig jaar
altijd in het veld van zessen klaar.
Iedereen in teamverband
weet zich heel sportief verwant.
DALVO op naar zestig jaar
elke wedstrijd fris van zessen klaar

 

Spelverdeler – opslagvrij
–kenner van tactiek,
maakt ik tot wij.
Bovenhands, de slagkracht sterk,
is de start van ’t echte werk.
Tegenstanders jong of oud,
midden bij het net, blokkeren fout.

Rally’s lang en set na set
wordt met overmacht de toon gezet;
sprong naar rechts en sprong omhoog
zijn juwelen voor het oog.
Rally’s lang en set na set
wordt de concurrent opzij gezet.

Refrein
DALVO meer dan vijftig jaar
altijd in het veld van zessen klaar.
Iedereen in teamverbandweet
zich hecht sportief verwant.
DALVO op naar zestig jaar
elke wedstrijd fris van zessen kaar. 

©  lenze l. bouwers 

Gedicht van de maand maart

Als een reiger roerloos bij de vistrap
grijs, de herfst in winterlicht, zijn slagveld
overziet, vertraagt de stroom. Het landschap
past zich aan, de schaduw groeit mee, vertelt
het verhaal van tijden opwaarts door, stelt
zich voor aan de mens die daar graag vist. Hap!
Als een reiger roerloos bij de vistrap
staan, staan en kijken tot de buit zich meldt.
Tegen je zin in doe je soms een stap
in de door jou gewenste richting. Geldt
voor jou een beslismoment? Als een held
richt je je hals hoger op, staart en … hap!
Als een reiger roerloos bij de vistrap.

 © Lenze L. Bouwers

(Uit:Woorden om het licht te horen,     
Uitgeverij Querido, A”dam)

Gedicht van de maand februari

Hendrik Entjes

In herinnering Hendrik Entjes
Hij kwam het lokaal in met in zijn hand
en hart de Historische Grammatica
van De Vooys. En twee uur lang kwam een band
tussen de taal van eeuwen en nu tot stand.
met klanken vanuit het Gotisch tot ver na
Zwolle, Vriezenveen en Nieuwleusen. Ga
de weg terug en kom samen in de tijd.

Hij nodigde ons uit in het heiligdom
van professor Heeroma in Groningen
–    ik kende wat liederen van hem
     Muus Jacobse, zijn dichtersziel;
     ik zong ze met mijn hart,
     ik blijf ze mooi vinden
     voor mijn geloof met hem
     verbonden, op weg –
en daarna was er Chinees. Ik zat naast hem
en hij zei: Wat drink je toch weinig,
ik trakteer. En die guitige ogen
zie ik nog zelden als ik met een ander
eet, drink.

Mijn taalgenoot,
die me leerde luisteren, lezen,
alsof je woorden proeft
voor je ze uitspreekt, opschrijft. 

© lenze l. bouwers

Valentijn

Ideetjes voor 14 februari
Ik stuur je dit gedichtje.
Lees het met een lief gezichtje,
dat ik graag één keer in de tijd
in mijn handen houden mag,
inclusief je hartelijke lach.
Ik stuur je dit boeketje rozen
en hoop vurig dat je wangen
van verliefdheid blijven blozen.

 

Gedichtvan de maand januari – 2011

Tijd om lief te hebben

De herbergier zag ze vanuit de deur
aankomen: het rijdier met zijn last, zware
vracht; een mens, stevig gewond, met zichtbare
kenmerken van iemand met een Joods keur-
merk en ernaast, met min of meer de geur
van een heiden, een man met hart voor ware
liefde, woord en daad één; zoals de kleur
van een vrucht de fijne smaak kan verklaren.

 
Er valt wat te verdienen aan dit leven,
dacht hij en kreeg voor kost met drank erbij
en verblijf tot herstel geld, met een fooi.

Toen hij de volgende morgen, bij mooi
weer, zijn schenker zag vertrekken, zei hij:
ik had toch wel wat korting kunnen geven.

©  lenze l. bouwers

Gedicht van de maand december

De kortste dag

*

de kortste dag ben ik het meest verbaasd
om licht dat talmt voor het naar binnen gaat,
om spaarzaam groen dat bij skeletten staat
als bloesem voor de doden; verder graast
een schaap in wit verloren zonder haast
terwijl bij mij het woord wacht op de daad;
de kortste dag ben ik het meest verbaasd
om nachtgedrocht dat leven achterlaat
en tevergeefs zwartgallig op prooi aast
omdat het woord al lang beschreven staat:
de hemel meet met kleine mensenmaat,
een kind dat koning duisternis verslaat –
de kortste dag ben ik het meest verbaasd

©  lenze l. bouwers
 (Uit Woorden om het licht te horen – 100 rondelen, Uitgeverij Querido/Amsterdam)

Erben Wennemars en ik

 Eerst even proeven hoe de baan erbij ligt. 
 Eerst even woordjes eten, lucht scheppen. 
      
 Je begint heftiger uit je ogen te kijken.  
 Je voelt dat woorden elkaar vinden.  
      
 Ik egocentrisch? Nee, ik heb een ploeg nodig. 
 Ik, het gedicht voor mezelf? Graag communicatie.
      
 150 dagen in het buitenland, mijn gezin ver weg. 
 De helft van mijn leven binnen woordland. 
      
 Passie! Doseren, trainen, rust.  
 Op naar het volmaakte gedicht.  
      
 Ik schaats beter dan ik spreek.  
 Ik schrijf beter dan ik schaats.  
      
 Vlak voor de start, daar bij die startlijn.  
 Het moment dat een eerste zin ontstaat. 
      
 Adrenaline door je lijf: hoor het publiek. 
 Verhoogde polsslag: zal er vormgeving zijn? 
      
 Positieve energie opbouwen, alles in evenwicht. 
 Vorm en inhoud één.   
      
 Hiervoor heb ik dagen, jaren getraind.  
 Hiervoor heb ik woorden geschreven, geschrapt. 
      
 Balanceren, die juiste binnen/buitenbocht. 
 Weeg het woord, hier een zin afbreken/afronden?
      
 Ik wil laten zien wat ik kan, wat erin zit. 
 Ik wil het beste uit me halen, ik woordwezen. 
      
 Zoveel mogelijk wedstrijden rijden.  
 Zo mogelijk een bundel gedichten maken. 
      
 Het kan zo afgelopen zijn. Ik word ouder. 
 Een infarctje hier, een hartstilstand daar. 
      
 Ik wil winnen. Alles. Nu.   
 Ik, makelaar in woorden, zal me verkopen. 
      
 © lenze l. bouwers    

Sinterklaas limericks

  
  * 
  Zeg Sint, zei Piet bij Nieuwleusen,
  met jouw reumatiek, maak een keuze:
  ga toch naar KONTRAST
  en beweeg je bast,
  dan kun je er weer een jaar teuge.

  *
  Zeg Piet, zei Sint, rijmen  op Dalfsen
  lukt me niet: kal’vren? Fout. Of alfen?
  Geef een Dalfser mop,
  ‘t koekje aan de top;
  lekker bros, niet van dat zachte malse.

  *
  Zeg Pieterman, zei Sint, bij Heeten,
  ik wil nu eerst in Dalfsen eten;
  snel naar Het Boskamp,
  verse hap of stamp,
  dat doet ons de werklast vergeten.

       lenze l. bouwers

Een tussendoorgedicht: Mantelzorger

 
Mantelzorger
Die jas staat je goed: met het zachte rood

van de liefde, als een blos op de wangen
van iemand die met hart en ziel verlangen

van de ander wil aanhoren, de nood
wil verzachten tot leefkracht en de bange

vermoedens, angst, soms zwaar als lood,
wil mee helpen dragen, tot aan de dood.

Die jas staat je goed, met het zachte rood
van rozen zonder dorens. Het ontvangen

van dank is de grote beloning. Het brood
voor de behoeftige is vaak de lange

adem van zwijgen, kijken. Blijf omhangen  
                        
de mantel; die staat je goed, zo zacht rood.

© lenze l. bouwers